Het gaat om grote problemen en kwetsbare mensen. Punt

Leider Transitiecommissie over de overgang van zorg voor jeugd, ouderen en werk naar gemeenten.

Han Noten: „Ik moet de angst en onzekerheid beheersbaar houden.” Foto Sake Elzinga

Ze zijn er echt, zegt oud-PvdA-senator Han Noten: mensen die denken dat op 1 januari om twaalf uur ’s nachts alles misloopt in de jeugd- en ouderenzorg. Vanaf dat moment zijn de 393 gemeenten in Nederland daar verantwoordelijk voor en niet meer de rijksoverheid.

Han Noten (56), burgemeester van Dalfsen, leidt een commissie die erop moet letten dat die overgang zo goed mogelijk verloopt – in opdracht van het kabinet. Zijn belangrijkste taak, vindt hij zelf: „De angst en onzekerheid beheersbaar houden. Ik moet als een goedheiligman door het land trekken en zeggen: het is goed zo.”

Maar ís het ook goed? En hoe houd je die angst in toom? „Dat is een onmogelijke opdracht”, zegt Noten. „Eén ding is wel zeker: er komt geen ‘millenniummoment’. Wat niet wil zeggen dat er op een later moment toch dingen kunnen misgaan.”

Zijn commissie doet niet aan lijstjes van gemeenten waar het goed of slecht gaat. Dat past niet bij zijn doel om de angst te verminderen.

Noten maakt zich nu vooral kwaad, zegt hij, over het beeld dat alles in de zorg slecht is geregeld. „En dat de mensen die erin werken niet deugen. Het verzorgingstehuis wordt in één adem genoemd met de woekerpolis. Dat klopt gewoon niet.”

Waarom ontstaat dat beeld dan?

„Het komt voort uit angst om zorg en welzijn te verliezen. Het is ook een uiting van schuldgevoel: dat we tekortschieten in de zorg voor onze ouderen. Het debat wordt gedomineerd door mijn generatie: mensen met ouders die zorg nodig hebben.”

Is er geen reden tot ongerustheid?

„Het is niet zonder risico wat er staat te gebeuren. Het gaat om grote problemen en kwetsbare mensen, punt. Maar het debat wordt mechanisch gevoerd: je bent ziek, dus je moet beter worden. Veel zorg gaat voor zieke ouderen juist over hoe zij nog zo goed mogelijk hun leven leven. Hoe voel je je nog gelukkig – met wat hulp?”

Waarom voelen mensen zich schuldig?

„We hebben de ouderenzorg helemaal aan professionals overgelaten en daar voelen we ons ongemakkelijk over. Denk aan kinderopvang, vervang het woord ‘kinder’ door ‘ouderen’, dan begrijp je het. Ouderenopvang, dat is pijnlijk. Er zit ook massapsychologie bij: onze angst en frustratie uiten zich in agressie tegen de instituties.”

PvdA-minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk belde Noten in juni met de vraag of hij de commissie wilde leiden. Noten was toen al een jaar weg uit Den Haag, waar hij bekend stond als loyaal aan zijn partij, joviaal en als politieke fixer. Hij zei ja, omdat hij – vindt hij zelf – als lokaal bestuurder en voorzitter van zorgorganisatie Espria begrijpt waar het om gaat. „Ik wéét tenminste dat je mensen hierover geen zekerheden kunt bieden.”

Noten herinnert zich nog de komst van het eerste verzorgingstehuis in Swalmen, het dorp waar hij opgroeide. „Ik was een jaar of tien en ik zie nog voor me hoe een man uit het dorp, die ik ‘oom’ noemde, daarheen verhuisde. Op zijn Kreidler met zijn vrouw achterop. Ze hadden één koffer en twee vaasjes bij zich. Ze waren onder de pannen, letterlijk. Hun angst over de toekomst was weg.”

De verzorgingstehuizen, bedoelt hij, waren toen ook een bevrijding. Voor ouderen én hun kinderen. „Mensen die eerder hun ouders in huis hadden, konden nu allebei werken. En de verzorgingstehuizen waren ook een antwoord op de woningnood. Het betekende vooruitgang.”

En nu?

„Je moet oppassen een te romantisch beeld van toen op nú te plakken. We worden steeds ouder en verzorgingstehuizen zijn geen antwoord op dementie. Ik vind het vooruitgang dat de wereld die we hebben weggestopt in een steeds verder geseculariseerde samenleving, wordt teruggebracht. Kwetsbare mensen die we waren vergeten, duiken nu weer op. Dilemma’s in de zorg maken we zichtbaar, afwegingen worden thema’s in de gemeenteraad. Ik vind dat beschaving.”

U heeft helemaal geen zorgen?

„De publieke discussie gaat te weinig over werk. Gehandicapten die door gemeenten aan het werk geholpen moeten worden, gaan niet dood. Misschien is er daardoor minder aandacht voor. Maar ze kunnen verpieteren op de bank. Voor mensen met schizofrenie is regelmaat van het grootste belang. Dat onderwerp is minder angstgedreven en dus wordt er minder over gepraat. Misschien gaat het dan juist mis.”

Het debat gaat ook over ongelijkheid. In de ene gemeente krijg je straks misschien betere hulp dan in de andere.

„Het is juist de bedoeling dat verschillen ontstaan. Maatwerk is juist níét dat iedereen hetzelfde krijgt. Alleen die bureaucratische gelijkheidsgedachte zit diep in ons, daar zijn we mee opgevoed. Als gemeente A nu een scootmobiel vergoedt en B niet, zijn we kwaad. Maar ik zeg ook: een oudere in Amsterdam heeft een andere mobiliteitsbehoefte dan een oudere in Groningen. Dat snapt iedereen. Het gaat niet om rechten die je hebt, maar om de voorzieningen. Die verschillen moet je niet problematiseren.”

De politieke gevoeligheid is groot. Komen staatssecretarissen Van Rijn [Volksgezondheid, PvdA] of Klijnsma [Sociale Zaken, PvdA] in de problemen?

„Daar heb ik geen analyse van gemaakt. Ik heb naar het systeem gekeken en naar de bedoeling van de decentralisaties. Het is ons wel opgevallen dat iedere bewindspersoon er vooral voor zorgt dat het eigen winkeltje op orde is. Het ministerie van Binnenlandse Zaken doet officieel de coördinatie. Daar schortte het wel eens aan, maar dat kwam óók doordat de anderen hun touwtjes nu eenmaal niet graag uit handen geven. De winkeltjes zijn op orde, alleen de samenhang ontbreekt nog.”

De decentralisaties zijn ook een grote bezuiniging. Hoe pakt die uit?

„Alle grote veranderingen komen tegelijk, waardoor het onderscheid tussen decentralisatie en bezuinigingen heel lastig te maken is. Ik ben dus vooral nog nieuwsgierig hoe incidenten, bezuinigingen en de manier waarop je zorg regelt in de publieke discussie door elkaar gaan lopen.”

Wat is nu het grootste risico?

„Dat de politiek te snel ingrijpt. Het duurt drie tot vier jaar voordat zo’n verandering is bestendigd. Nog langer voordat de kosten dalen. We moeten nu níét de wet of de wethouder ter discussie gaan stellen. De landelijke politiek heeft het weggegeven.”

U zegt dat u geen zekerheden kunt bieden. PvdA-leider Samsom zei onlangs dat ‘alles is geregeld’. Hoe zit dat?

„Ik zou mezelf belachelijk maken als ik nu zekerheden garandeer. We moeten juist op zoek gaan naar nieuwe zekerheden. Van zorg waar we recht op hebben naar zorg die bij onze behoefte past.”

Als het misloopt met dit kabinet, komen de decentralisaties dan in gevaar?

„Deze ontwikkeling is zoveel groter dan partijpolitiek. Dit gaat hoe dan ook door.”