Het Europese roofdiersucces

Een Sloveense lynx Foto Miha Krofel

Het gaat weer goed met het grote Europese roofdier. Het aantal beren, wolven, lynxen en veelvraten (een grote marterachtige) is overal stabiel of neemt toe. In alle Europese landen leeft nu minstens één groot vleesetend zoogdier, met uitzondering van de Benelux en Denemarken. En ook daar staan zwervende wolven aan de grens (zie hieronder). De voornaamste reden voor het Europese succes is de goede bescherming van roofdieren, concludeert een internationaal team biologen vandaag in Science.

Grote roofdieren zijn het zorgenkindje van de natuurbescherming. Mensen zagen ze als gevaarlijk voor zichzelf of vonden dat ze schapen en wild roofden. De Europese roofdierstand bereikte tussen de jaren 50 en 70 een dieptepunt. Inmiddels krabbelen de roofdieren weer op. De Europese berenpopulatie is stabiel en breidt zich zelfs een beetje uit. Het aantal veelvraten is in een halve eeuw verdubbeld. En er leven nu twee keer zo veel wolven in Europa als in de Verenigde Staten, terwijl Europa half zo klein is. Alleen de lynx blijft een beetje achter: die is op verschillende plaatsen opnieuw uitgezet, maar de groei van die populaties stagneert.

Met lichte trots beschrijven de biologen dat mens en roofdier in Europa hetzelfde landschap delen. In Zuid-Afrika en de Verenigde Staten leven roofdieren vaak louter in reservaten, het liefst met een hek eromheen.

De biologen zijn voorzichtig optimistisch over de toekomst van het roofdier. Stroperij blijft de grootste bedreiging. In Oostenrijk werden geïntroduceerde bruine beren weer uitgeroeid. Roofdieren kunnen zelfs de inzet worden van politieke strijd, waarschuwen de biologen. Steeds vaker blijkt dat stedelingen roofdieren willen beschermen, terwijl plattelandsbewoners ze liever zien verdwijnen.