George (14) was te klein voor de elektrische stoel

George Stinney (14) werd geëxecuteerd voor de moord op twee blanke meisjes in 1944. Ten onrechte, oordeelde de rechter woensdag. De uitspraak is olie op het vuur van het rassendebat in de VS.

De Amerikaanse rechter noemde het proces tegen George Stinney in 1944, hier te zien op archiefbeeld uit South Carolina, „een groot onrecht”. Foto Reuters

Toen de 14-jarige George Stinney, een zwarte jongen uit Alcolu, South Carolina, op 16 juni 1944 plaatsnam in de elektrische stoel, moest hij volgens de lokale kranten zitten op een stapeltje boeken. De jongste ter dood veroordeelde in de recente geschiedenis van Amerika, wegens moord op twee blanke meisjes, was met 1.57 meter te klein voor executie.

Afgelopen woensdag, zeventig jaar later, heeft de rechter de veroordeling van Stinney „een groot onrecht” genoemd en de uitspraak vernietigd.

Stinney, schrijft The Washington Post, was thuis gearresteerd zonder dat zijn ouders erbij waren. Hij was verhoord in een kleine kamer, alleen, zonder advocaat en onder druk gezet om te bekennen. Een maand na zijn bekentenis, die niet op papier stond, was er een rechtzaak die twee uur duurde, waarin de getuige die hem een alibi kon verschaffen niet werd gehoord en de jury binnen tien minuten besloot dat Stinney schuldig was. Zijn advocaat, een publiek figuur in het sterk gesegregeerde zuiden van Amerika, vond hoger beroep niet nodig en ongewoon snel – na 84 dagen – zat George Stinney op de elektrische stoel. Zijn familie, angstig voor de lokale bevolking, ontvluchtte het kleine molenstadje.

Twee meisjes op zoek naar bloemen

De zaak bleef de gemoederen bezighouden. De toenmalig celgenoot van Stinney, opgespoord door een lid van het lokale schoolbestuur, verklaarde recent dat Stinney tegen hem vertelde dat hij de moorden niet had gepleegd. ‘I didn’t, I didn’t’, had Stinney gezegd. En in 2009 verschafte de inmiddels 77-jarige zus van de geëxecuteerde haar broer een alibi. Ze had op de bewuste dag samen met George Stinney staan kijken naar de koeien van hun familie. Die stonden te grazen vlakbij de spoorlijn op het land. Twee meisjes, Betty (11) en Emma (8), kwamen aanfietsen en vroegen waar ze wilde bloemen konden plukken. George Stinney en zijn zus hadden geen idee en de meisjes fietsten verder. Kort daarop vonden bewoners na een zoekactie de twee meisjes bruut vermoord met een grote ijzeren spijker van de treinrails. De Stinneys hadden de meisjes als laatste gezien en volgens de politie was George uit geweest op seks met Betty waarna hij de meisjes had vermoord. De zus van George Stinney vermoedt dat de politie vooral op zoek was naar een zondebok, zei ze begin dit jaar.

In januari wist de familie van George Stinney de zaak te heropenen, in de hoop zijn naam te zuiveren. Er werden nieuwe getuigen gehoord, onder wie iemand die de lichamen van de meisjes had gevonden, een forensisch expert en deskundigen op het gebied van verhoortechnieken. De zoon van de toenmalig sheriff hield vol dat George Stinney heeft bekend – de zoon zat op de achterbank na de arrestatie door zijn vader toen hij Stinney hoorde bekennen. Maar de uitspraak van de rechter deze week is overduidelijk: de bekentenis is afgedwongen, onbetrouwbaar, er is een alibi en de manier waarop de rechtsgang is verlopen is, net als de snelheid ervan, „schokkend” en „extreem oneerlijk”.

Nadat de schok was toegediend, viel de helm door stuiptrekkingen van het hoofd van George Stinney, schreven lokale media in 1944. Zijn gezicht was betraand.