Een rouwboek geef je geen beoordelingsballen

Is leed geschikt voor een wedstrijd? Er zijn mensen die met leed tegen elkaar opboksen, maar er zijn er ook die de filosofie ‘erg is erg en dat moet je niet vergelijken’ aanhangen. In Engeland doen ze nergens moeilijk over: leed kun je vergelijken en zelfs bekronen.

De Britten delen sinds 1982 de Pen/Ackerley Prize uit voor de beste autobiografische roman geschreven door iemand met de Britse nationaliteit. Op de shortlist van dit jaar stonden: een vertaler die over zijn liefde voor Horatius schreef (Harry Evers), een theatermaker die terugkeek op enkele producties (Michael Blakemore), een ‘gemankeerd archeoloog’ die haar werkervaringen inventariseerde, (Penelope Lively), Julian Barnes, die drie essays schreef waarvan er een gaat over de rouw na de dood van zijn vrouw in 2008, en Sonali Deraniyagala die schrijft over het verdriet van tien jaar geleden, toen bij de tsunami in Azië haar twee kinderen, man en ouders in Sri Lanka omkwamen. Dat de prijs dit jaar naar Sonali Deraniyagala ging, wekt de indruk dat de jury het grootste verdriet voorrang heeft gegeven. Zo’n verhaal bedenk je niet, fictionaliseer je niet. De memoir Vloedgolf gaat vooral over de gekte die toeslaat vanaf het moment dat Sonali na de ramp naar een oom en tante wordt gebracht.

Schuldgevoel, omdat ze de wil had te overleven en haar kinderen niet kon helpen, wordt afgewisseld met wraak op haar omgeving, ontkenning, alcoholisme, een half jaar onder een dekbed liggen om alleen je bed uit te komen om je tanden grondig te poetsen. Wanneer na een tijd het huis van haar ouders wordt verhuurd gaat Deraniyagala opeens op pad: ze wil de huurders wegpesten door ze ’s nachts wakker te bellen, tegen hun hek aan te rijden, te toeteren en krantenknipsels over de ramp door de bus te duwen.

Deraniyagala neemt je overtuigend mee in haar gekte en weet vooral over te brengen dat je als lezer inderdaad niet begrijpt wat er gebeurt als je leven je opeens is ‘afgenomen’. Soms gaat het over kleine ergernissen omdat ze alles opeens zelf moet doen, maar vooral over de ervaring van leegte die haar telkens overvalt, de angst om haar huis te betreden omdat ze vreest de confrontatie niet aan te kunnen, over gesprekken met onbekenden uit te weg te gaan om niet wéér over de ramp te hoeven praten, omdat je vreest dat dat te veel is voor je gesprekspartner. En ook opvallend: het besef dat er een pikorde in verdriet is: eerst de kinderen, dan de echtgenoot en dan pas de ouders. Vooral ook dat het verdriet niet afneemt, integendeel. Waar je je het eerste jaar nog in gekte kan ‘verschuilen’ wordt de leegte alleen maar peillozer. Vloedgolf is extreme rouwverwerking waarbij je alleen maar een heel klein beetje hoopt dat het Deraniyagala heeft geholpen, hoewel je moet vrezen dat dat niet zo zal zijn. Of het goed is opgebouwd, mooi opgeschreven: dat maakt niet uit. Rouwboeken beoordeel je niet, geef je geen waarderingsballen en je zou ze misschien ook niet moeten bekronen.