Die ‘ouwe zeur’ schittert als sociaal personage

In de nasleep van Orkaan Sandy scheiden en sterven mensen. Maar wat er écht toe doet speelt zich af in het hoofd van Frank, Richard Fords 'Everyman’, die ook in het vierde deel van diens Bascombe-saga opduikt.

Ortley Beach in New Jersey na Orkaan Sandy, in november 2012 Foto Reuters/Tim Larsen

‘Mijn naam is Frank Bascombe. Ik ben sportjournalist.’ Toen Richard Ford zijn lezers bijna dertig jaar geleden aldus liet kennismaken met deze Frank had hij ook zelf nog geen idee dat hij nog eens drie boeken aan hem zou wijden. Zoals John Updike met Harry Angstrom, bijgenaamd Rabbit, zijn Amerikaanse ‘Everyman’ creëerde, die in vier dikke delen zijn leven leidde in de schaduw van grote gebeurtenissen, zo deed Ford dat met Bascombe. Zijn ‘Everyman’ was ooit een aspirant-romanschrijver, later een sportjournalist, en nog weer later een onroerendgoedmakelaar. Drie kinderen, waarvan er een stierf, twee vrouwen, een definitieve en een tijdelijke scheiding.

Rabbit is dood, evenals zijn schepper, maar Frank is nog zeer levend, zo kunnen we opmaken uit dit vierde deel in de Bascombe-saga, een boek van bescheiden omvang, opgedeeld in vier verhalen van novelle-lengte. Zijn houding van strijdbare berusting die hij tien jaar geleden ‘the Permanent Period’ van het leven noemde verschilt niet essentieel van zijn huidige ‘Default Period’. Zoals Updike zijn Rabbit-romans telkens rond het einde van een decennium situeerde, zo doet Ford dat met de Bascombe-boeken telkens rond een Amerikaanse feestdag: The Sportswriter rond Goede Vrijdag en Pasen, Independence Day rond de gelijknamige feestdag, The Lay of the Land rond Thanksgiving, en in dit nieuwe boek staat Kerst op aanbreken.

Juridische nasleep

Maar veel belangrijker als decor van de (minieme) verhaallijn is de nasleep van Orkaan Sandy, zoals dat in het vorige boek de eindeloze juridische nasleep was van de door George W. Bush gewonnen presidentiële verkiezing. Frank is, als gepensioneerd onroerendgoedmakelaar, meer dan gemiddeld betrokken bij de verwoesting die de orkaan heeft aangericht aan de prijzige huizen in zijn woonplaats Haddam, vlakbij de kust van New Jersey.

Wat gebeurt er nu helemaal in dit boek – als een verzameling novelles noch als een roman gepresenteerd, maar als ‘A Frank Bascombe Book’? Frank wordt door een oude vriend gesommeerd naar diens door de storm verwoeste huis te komen kijken, dat hij hem jaren geleden had verkocht. Een vroegere bewoonster van zijn eigen huis komt onaangekondigd het perceel bezoeken en rakelt een onaangenaam deel van de geschiedenis op. Zijn ex-vrouw Ann ontvangt hem in het bejaardentehuis (‘Carnage Hill’ geheten, Slachtingsheuvel dus, een cynische benaming die Fords lezers niet zal ontgaan), waar zij als Parkinsonpatiënt haar laatste dagen zal slijten en waar het ouder worden, als een ‘multidisciplinaire ervaring’ wordt geproclameerd, dan wel als een ‘levend laboratorium voor Grijze Amerikanen’. En waar Eddie Medley, een andere kameraad, medelid ooit van zijn groep van Gescheiden Mannen, hem verward ontvangt aan zijn sterfbed. Geen enkele van deze confrontaties leidt tot een verandering, tot iets dat een consequentie mag heten, Frank heeft zich al lang neergelegd bij de zekerheid dat er in zijn nadagen weinig meer ten goede zal veranderen.

Maar de ware handeling speelt zich in Franks hoofd af, en het is daar dat Ford schittert. Evenals in de vorige boeken schrijft hij in een urgentie verhogende tegenwoordige tijd en in de ik-vorm, die ruim baan geven aan Franks gedachten: over de gekken van de Tea Party die Obama nu ook al verantwoordelijk houden voor de orkaan; over hedendaagse architectuur; over ouderdom. Hij doet dat in een knorrige, soms grof gebekte taal die hem gemakkelijk het predicaat ‘ouwe zeur’ zou kunnen opleveren, ware het niet dat Frank in zijn ‘Default Period’ bij nadere beschouwing een weliswaar wat besluiteloos, schamper-humoristisch maar ook behoorlijk sociaal personage is geworden. Elke maand bezoekt hij trouw zijn ex-vrouw, hij leest Naipaul aan blinden voor, schrijft columns voor een veteranenblad, en verwelkomt op het lokale vliegveld terugkerende soldaten, En geletterd is hij ook, meer dan Rabbit ooit was, getuige de verwijzingen naar Emerson, Yeats, Roethke en Larkin.

Gespreksgenoten

En wat vooral weer opvalt is Fords dikwijls briljante gevoel voor contemporaine taal – in Franks inwendige monologen en ook in de manier waarop hij zijn gespreksgenoten in hun eigen woorden portretteert. Dat geldt zeker voor de vier eerder genoemde ontmoetingen, maar ook in de ongewilde confrontaties met secundaire personages: de kwezelachtige dominee en de krachtdadige zwarte vrouw die Eddie op zijn sterfbed verzorgen, en vooral de veiligheidsbeambte (m/v?) in Carnage Hill, die het door Frank voor zijn ex-vrouw meegenomen orthopedisch kussen aan een zorgvuldige inspectie onderwerpt. Ford beschrijft het allemaal raak, geestig, levensbevestigend. Ik zie Frank Bascombe graag nog een keer langskomen; zou Martin Luther King Day niet een geschikte aanleiding zijn?