Delhi: Vechten om in dezelfde taxi terecht te komen

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen roeien, wandelen en scooteren de Ganges af. Ze doen op de Achterpagina wekelijks verslag.

‘Gisternacht zijn we gearriveerd in de metropool Delhi.’ Foto ANita Janssen

Het idee is dat wij de godganse Ganges afgaan. Waarom? Geen idee eigenlijk, misschien omdat het zo lekker duidelijk is, je hoeft het water maar te volgen en altijd stroomafwaarts, kan niet missen dus ideaal voor mensen zoals Annie (mijn dans- en wandelpartner, tevens fotograaf) en ik, omdat wij nog wel eens van het pad af willen raken en levensgevaarlijk verdwalen. Zoiets lijkt nu dus uitgesloten en toch kunnen wij 2.510 kilometer afleggen in een vreemd ver land, want de Ganges is schoon aan de haak 2.510 km lang. Hij of liever gezegd zij, want de rivier is genoemd naar de riviergodin Ganga, ontspruit hoog in de Himalaya uit de Gangotrigletsjer in de Indiase staat Uttarakhand, nabij de grens met de Chinese autonome regio Tibet. Dat wordt dan tevens het startpunt van onze triatlon. We gaan roeien, wandelen en scooteren zoals het er nu voor staat, tenminste. Er kunnen natuurlijk altijd wijzigingen in het schema komen. En tot slot, wat betreft deze ontdek-je-plekje informatie, de Ganges, meest heilige en meest vervuilde rivier ter wereld, mondt uit in een of ander ongetwijfeld stinkend kanaal, tussen Kolkata en Bangladesh, dat alle viezigheid uitbraakt in de Bengaalse Golf.

Daartoe zijn wij gisternacht gearriveerd in de metropool Delhi, hoofdstad van India. Er leven in dit land meer dan een miljard mensen, dus ik heb net uitgerekend dat er dagelijks ruim twee miljard teenslippers rondschuiven. (Iedereen loopt op teenslippers, nou ja bijna iedereen, er zijn hier toch nog zat mensen die daar niet eens geld voor hebben).

Gelukkig zijn Annie en ik hier allebei al eerder geweest maar het is toch elke keer weer flink wennen. „Hou je vast!”, riep Annie, toen we gisteren met onze bagage vanuit het vliegveld naar buiten stapten. Die dingen vergeet je steeds, dat je zelfs midden in de nacht meteen bestormd wordt en verstrikt raakt in een kluwen taxichauffeurs die je allemaal tegelijk in hun taxi willen trekken.

We hebben keihard moeten vechten om allebei in dezelfde taxi terecht te komen. Eentje uit 1949, schatten wij en toen we vroegen uit welk jaar dit museumstuk was, vertelde de chauffeur ons ijskoud dat het ding maar drie jaar oud was. Ja hoor! Toen we bij ons hotel aankwamen, ergens in de buurt van de Main Bazar, waar het halve Waterlooplein momenteel bivakkeert om inkopen te doen; wierook, sleutelhangers, oosterse hebbedingedanges, lag het voltallige personeel in de lobby op de grond te slapen. Ze boffen, want het meeste personeel van de naastgelegen winkeltjes slaapt gewoon buiten, terwijl het ’s nachts om het vriespunt is.

We zijn allebei binnen een dag al aan de diaree, een Delhi Belly noemen doorgewinterde reizigers dat hier. In Mexico heet zoiets Montezuma’s Revenge. Morgen of zo vertrekken we richting Gangotrigletsjer, ons startpunt. Tot over twee weken want met Kerst verschijnt deze krant niet.