College wil tweetalig onderwijs op Amsterdamse basisscholen

Engels leren is minstens zo belangrijk als het Nederlands. Amsterdam moet voorloper worden in tweetalig onderwijs.

Het college van B&W heeft positief gereageerd op het initiatiefvoorstel van Jan Paternotte (D66) en Werner Toonk (VVD) om het Amsterdamse onderwijs flink te internationaliseren. Het college zegt leerlingen te willen voorbereiden op een internationale banenmarkt, zoals in de haven of mode. Paternotte en Toonk willen onder andere het vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) uitbreiden, en dat meer basisscholen tweetalig onderwijs gaan aanbieden.

Amsterdam heeft momenteel een achterstand wat internationaal onderwijs betreft. Zo bieden 21 scholen vvto aan (tot 15 procent van de lestijd in een vreemde taal, vanaf groep 1), in vergelijking tot 41 Rotterdamse basisscholen. Aan de landelijke pilot tweetalig onderwijs (tpo), dat afgelopen september startte, doet alleen de Amsterdamse Visserschool (West) mee. In Hilversum doen hier drie scholen aan mee. Paternotte en Toonk willen daarom naast een landelijke ook een Amsterdamse pilot met tweetalig onderwijs starten, waarin leerlingen vanaf groep 1 30 tot 50 procent les in een vreemde taal krijgen. De Inspectie van het Onderwijs moet goedkeuring geven voor dit plan.

Afgelopen februari werd negatief gereageerd op een vergelijkbaar voorstel door het vorige college omdat gevreesd werd voor verloedering van de Nederlandse taal. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen bleek dat de algemene taalkennis van leerlingen die tweetalig onderwijs volgen, verbetert. Hun beheersing van het Nederlands zou juist vooruitgaan. De multiculturele Visserschool, die al begonnen is met tweetalig onderwijs, beaamt dit.

Het voorstel wordt eind januari in de commissie Jeugd behandeld.