Wie kan er nog rekenen?

Het was zo goed bedoeld: rekentoetsen op scholen om het niveau omhoog te halen. Maar bijna iedereen zakt voor de toets. Nu moet de toets makkelijker en mag je drie keer herkansen.

Ouders hadden al een vermoeden: kinderen kunnen niet goed rekenen. Onderzoek onder pabo-studenten bracht acht jaar geleden aan het licht dat de helft van de eerstejaars die leraar wilde worden, slechter rekende dan goede leerlingen uit groep acht van de basisschool.

Kunnen leerlingen die les krijgen van zulke leraren ooit goed leren rekenen?

Sindsdien is er een discussie over de kwaliteit van het rekenonderwijs en het rekenniveau van kinderen. Hoe we dat omhoog krijgen. En of een rekentoets in het voortgezet onderwijs daarvoor het juiste middel is.

Gisteren laaide de discussie weer op: staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) liet de Tweede Kamer weten dat hij de toets komend schooljaar voor alle scholen gaat invoeren, maar dan wel versoepeld. Zo hoeven leerlingen minder goede antwoorden te hebben om toch een voldoende te scoren. Er komen aangepaste versies voor kinderen die moeilijk rekenen. En scholieren mogen drie keer herkansen.

Hoe het allemaal begon: toenmalig staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) zocht een oplossing voor de slecht presterende pabo-studenten. Zij bedacht dat het rekenonderwijs op de vooropleidingen van de studenten beter moest. En zo introduceerde zij de rekentoets, voor middelbare scholen en mbo’s. De eisen voor de toets waren streng. Wie zou falen, kreeg geen diploma. Invoering was voorzien in 2014.

Experimenten begonnen. Scholen onderwierpen eindexamenleerlingen aan de rekentoets – met een dramatische uitkomst. Van de havo-leerlingen haalde 72 procent in 2012 een onvoldoende. Op het vwo zakte 32 procent. Op het laagste vmbo-niveau scoorde 84 procent een onvoldoende. Op het hoogste vmbo-niveau, de oude mavo, was dat 68 procent.

Was het rekenniveau zo laag of was de toets zo slecht?

Een jaar later waren de cijfers niet veel beter. Alleen de vwo’ers scoorden iets hoger, van de havisten, vmbo’ers en mbo’ers haalde gemiddeld driekwart de toets niet.

Dat was schrikken. Voor schoolleiders, politiek, ouders en leerlingen. Die laatsten wilden wel beter leren rekenen, maar niet massaal zakken voor het eindexamen.

Wat ging er mis? Was het rekenniveau zo laag of was de toets zo slecht? Dat laatste, concludeerden hoogleraren, wiskundeonderwijzers en onderwijskundigen. De toets was volgens hen te talig – sommen zaten verstopt in kleine verhaaltjes. Daardoor begrepen kinderen die minder goed waren in begrijpend lezen de rekensommen niet. De vragen waren bovendien te lang, onduidelijk en te moeilijk. En het gewenste niveau was onhaalbaar.

Ook de Tweede Kamer boog zich over de toets. Veel leden waren het eens met de kritiek. Maar de inmiddels aangetreden staatssecretaris Dekker hield zijn poot stijf. Leerlingen moesten dit soort sommen kunnen maken. Afschaffen was geen optie; Dekker is een verklaard voorstander van leerlingen toetsen. Het rekenniveau moet omhoog. En de rekentoets is daarvoor de stok achter de deur. Wel besloot Dekker de toets een jaar uit te stellen. Maar daarmee waren de problemen niet opgelost. Hij vroeg verschillende commissies naar de tekst te kijken.

Intussen deden deskundigen hun verhaal in de media. Zij wezen niet alleen op de gebreken, maar stelden ook het slechte rekenonderwijs aan de orde. Dat zou al op de basisschool aangepakt moeten worden.

De experts zeiden: het komt door het realistisch rekenen

Bovendien lieten de kenners weten dat zij het realistisch rekenen, een methode die de afgelopen decennia het hele onderwijs heeft veroverd, liever zagen verdwijnen. Deze vorm van rekenen is gebaseerd op verhaaltjes over situaties die aansluiten op de belevingswereld van kinderen: snoepjes verdelen, geld betalen.

Veel te verwarrend, zeiden experts. Nee, leerlingen moesten weer ouderwets les krijgen. Geen verhaaltjes, maar rijtjes sommen met duidelijke uitleg en dan automatiseren: oefenen, oefenen, oefenen.

Toen ook een van de commissies de rekentoets te talig achtte, ging staatssecretaris Dekker overstag. De toets werd (deels) aangepast. Maar er moest meer gebeuren. Want met alleen deze ingreep zouden veel kinderen de toets nóg niet halen.

Dekker heeft met de maatregelen van vandaag een middenweg gevonden: de vragen zijn aangepast, de normen versoepeld. En de toets, die kan aankomend schooljaar eindelijk officieel worden ingevoerd.

In 2020 moet het rekenonderwijs op het gewenste niveau zijn. Elk jaar moeten de leerlingen steeds meer goede antwoorden halen om te slagen. Over vijf jaar moet de cirkel dan eindelijk rond zijn: scholieren die weer kunnen rekenen, stromen door naar de pabo, zij geven hun kennis door aan kinderen. En aan de discussie komt dan (eindelijk) een eind. Dat is het plan.

Lees ook op nrc.nl De rekentoets wordt versoepeld. Maar zou jij 'm halen? (en doe de toets zelf)