Samengebracht door de vechtmarkt

Het theaterbedrijf van Van den Ende heeft musicalconcurrent Albert Verlinde overgenomen. Ze bundelen de krachten, in een moeilijke vechtmarkt.

Joop van den Ende (l.) enAlbert Verlinde combineren hun entertainment-productiebedrijven. Albert Verlinde krijgt de leiding. Hij blijft actief als presentator vanRTL Boulevard Foto ANP

Joop van den Ende en Albert Verlinde gaan samen. De grootste musicalproducent van Nederland neemt zijn grootste concurrent over. Verlinde wordt per 1 maart algemeen directeur van het nieuwe bedrijf, dat Stage Entertainment Nederland gaat heten. Hij heeft zijn bedrijf Albert Verlinde Entertainment, opgericht in 1999, verkocht. De overname heeft consequenties voor het personeel, aldus Verlinde. „Ik kan me voorstellen dat er voor sommige afdelingen straks te veel mensen zijn.”

Joop van den Ende wordt in februari 73 en doet een stapje terug: „Ik heb afscheid genomen van de werkvloer.” Hij blijft voorzitter van de raad van commissarissen. Verlinde wordt „het gezicht” van de onderneming, aldus Stage. Vooralsnog zal Verlinde ook RTL Boulevard blijven presenteren: „Ik denk dat dat te combineren valt.”

Omzetcijfers worden niet vrijgegeven, maar Van den Ende zegt „een winstgevend bedrijf” te hebben overgenomen. Ook zijn eigen bedrijf zit door bezuinigingen en ontslagen weer in de zwarte cijfers. De netto-omzet steeg vorig jaar naar ruim 9 miljoen.

De musicalmarkt heeft het moeilijk; het is een vechtmarkt geworden met sterk teruglopende bezoekcijfers. Van den Endes vaste musicaltheaters trekken nog genoeg publiek. Evenals de unieke successhow Soldaat van Oranje van concurrent New Productions.

Verlinde zegt tot de deal te hebben besloten om grotere voorstellingen te kunnen maken. Het budget voor de kleine producties die hij nu maakt is 1 à 1,5 miljoen euro. Van den Ende heeft voor zijn shows op groot formaat in vaste theaters een budget van 8 tot 14 miljoen euro.

Van den Ende constateert overaanbod van musicals die bovendien te kort doorspelen: „Ik zie dat met lede ogen aan. Sommige titels zouden best een jaar lang publiek kunnen trekken, in plaats van een paar maanden. Maar dan moet je daarin kunnen investeren en dat kunnen kleine producenten zich vaak niet veroorloven.” Als voorbeeld noemt hij de recente Verlinde-musical over Ramses Shaffy: „Die is te kort gespeeld, dat had makkelijk nog zes maanden langer gekund”.

De twee producenten lijken elkaar aan te vullen. Het bedrijf van Van den Ende is al enkele jaren geleden gestopt met het produceren van rondreizende musicals. Het werkt nu uitsluitend in de eigen theaters, waar men de shows kan doorspelen zo lang er genoeg publiek op afkomt. Verlinde produceert daarentegen vooral reisproducties. Het nieuwe bedrijf zal straks beide genres produceren.

Artistiek gezien zijn de twee bedrijven de laatste jaren naar elkaar toegegroeid. Verlinde begon klein, met de ‘kamermusical’ Piaf, maar werd snel groter. En waar Van den Ende vroeger veelal grote titels uit het buitenland overnam, maakt dat bedrijf nu ook kleinere, meer ‘eigen’ producties, zoals de Hazes-musical Hij gelooft in mij.

De concurrenten waren sinds augustus in gesprek over een overname. Maar ze deden al eerder zaken. Zo gaat Verlindes musical over Wim Sonneveld van vorig seizoen komend voorjaar in reprise in het Amsterdamse DeLaMar-theater van Van den Ende.