Roebel sleept andere valuta’s mee

andere opkomende economieën die net als Rusland hun munt onderuit zien gaan

De vrije val van de roebel brengt behalve Rusland ook andere landen in problemen. Van Mexico tot Indonesië zijn de valuta’s van zogeheten opkomende economieën de afgelopen weken flink in waarde gedaald ten opzichte van de dollar.

De verliezen zijn minder extreem dan die van de roebel, die in een jaar tijd gehalveerd is, maar ze liegen er niet om: De Turkse lira noteerde maandag een historisch diepterecord. De Indonesische rupiah bereikte deze week de laagste stand sinds 1998, wat de centrale bank ertoe bracht in te grijpen door dollars te verkopen. Ook de Indiase rupee, de Braziliaanse real, de Mexicaanse peso en de Zuid-Afrikaanse rand gingen onderuit.

Ook aandelen en staatsobligaties uit opkomende markten hebben het zwaar. Het verschil in rente op staatsobligaties uit de VS en de opkomende landen bereikte gisteren de hoogste stand in ruim 5 jaar.

Wat is er aan de hand met de opkomende markten, die tijdens de financiële crisis de lievelingen van beleggers waren, omdat hier tenminste nog groei was? Drie problemen komen samen: de roebelcrisis, de dure dollar, en structureel lagere groei.

1 de roebelcrisis

De gekelderde olieprijs treft behalve Rusland ook andere landen die voor hun inkomsten in hoge mate afhankelijk zijn van de export van olie en andere grondstoffen, zoals Venezuela, Brazilië en Nigeria. Maar ook opkomende landen die juist afhankelijk zijn van geïmporteerde olie, en dus zouden moeten profiteren van de goedkope olie, raken nu in ongenade bij beleggers. India bijvoorbeeld, en Turkije.

De combinatie van onzekerheid over de olieprijs en onzekerheid over Rusland brengt een algehele aversie van risico teweeg, waarvan deze landen de klos zijn. Het feit dat de handelsvolumes aan het eind van het jaar traditioneel klein zijn, vergroot dit effect.

2 de dollar is duur

Het beleid van de grote centrale banken in de Verenigde Staten, Japan en de eurozone stuwt de waarde van de dollar omhoog, en dus die van andere munten uitgedrukt in dollars naar beneden. Al maanden anticiperen beleggers op aanwijzingen van de Amerikaanse Federal Reserve, dat zij de rente, die op bijna nul staat, kan gaan verhogen. Dat maakt de dollar duurder.

Tegelijkertijd laat de Bank van Japan de geldpers volop draaien, waardoor de waarde van de yen daalt ten opzichte van andere valuta’s. De Europese Centrale Bank overweegt eenzelfde stap, al is er nog aanzienlijke weerstand binnen het bestuur. Dat neemt niet weg dat het ECB-president Draghi de afgelopen maanden steeds is gelukt om de euro naar beneden te praten door te hinten op dit verruimende beleid.

De cijfers van de Amerikaanse economie zijn de laatste tijd zo gunstig, dat de Fed de lage rente op een gegeven moment moet loslaten. Gisteren gaf de centrale bank daar een nieuwe aanwijzing voor. In haar periodieke persverklaring verving zij de opmerking dat de rente „voor aanzienlijke tijd” op het huidige niveau gehouden wordt, door de verklaring dat zij „geduld kan hebben met het normaliseren van het monetaire beleid” en dat dit „consistent” is met de eerdere verklaringen over aanzienlijke tijd.

Een uiterst subtiele formulering dus, die het vooruitzicht op een renteverhoging bood maar tegelijkertijd duidelijk maakte dat dit niet snel zal gebeuren. Ook verwacht de Fed nu dat de verhoging kleiner zal zijn dan tot voor kort gedacht. De milde toon zal mede zijn ingegeven doordat de inflatieverwachting in Amerika volgend jaar op 1,3 procent uitkomt, ver onder de Fed-doelstelling van 2 procent. Een renteverhoging zal de inflatie eerder verder drukken dan aanwakkeren.

Een opluchting voor de opkomende markten.Vorig jaar zomer gingen de valuta’s van met name Aziatische landen onderuit toen de Fed voor het eerst hintte op het normaliseren van het ultrasoepele monetaire beleid. Beleggers trokken hun geld terug uit met name Azië om te profiteren van de oplopende rentes op Amerikaanse staatsobligaties. Het IMF wees er destijds op dat wat goed is voor Amerika, nog niet goed hoeft te zijn voor de rest van de wereld.

3 de groei is structureel lager

Er zijn niet alleen externe factoren in het spel. De spectaculaire groei van de opkomende economieën is onderhand echt voorbij. China rapporteerde in het derde kwartaal een groei van 7,3 procent, het laagste cijfer in vijf jaar. Enkele jaren geleden was China nog goed voor de helft van alle import van steenkool ter wereld en 40 procent van de koperimport. De Chinese vraag zwakt nu af, onder andere door afkoeling van de Chinese huizenmarkt. Dat heeft weer gevolgen voor exporteurs van deze grondstoffen, zoals Brazilië en Chili.

Beleggers zijn ermee gestopt om alle opkomende economieën over één kam te scheren. De gratis lunch is voorbij, zoals dat heet. Niet elke belegging in elk opkomend land is automatisch lucratief. India was de laatste maanden bijvoorbeeld in de gratie, vanwege het aantreden van de marktgerichte premier Modi. Brazilië verloor juist aantrekkingskracht, mede door een corruptieschandaal. Maar sinds de duikvlucht van de roebel deze week is dat onderscheid weer weg.