Photoshoppen met licht

Bijna elke grote stad heeft tegenwoordig een eigen lichtkunstfestival. Dankzij ledtechnologie kan iedereen met licht werken. Dat is goed voor de toerisme-industrie, en bedrijven werken graag als sponsor mee.

Het werk On the Wings of Freedom van Aether & Hemera, in het Wertheimpark, is onderdeel van het Amsterdam Light Festival. Foto Janus van den Eijnden

De feestelijke decembermaand begint elk jaar vroeger, dit jaar al op 9 november. Toen opende in Eindhoven het populaire lichtkunstfestival Glow. Als de avond viel, kwam vanaf het station een mensenmassa in beweging die als één lichaam door de soms te smalle winkelstraten kroop. Onder gordijnen van lampjes, langs zingende en kleurig verlichte bomen en zinsbegoochelende filmprojecties op villa’s voerde de route via het door rook, licht, muziek gevulde stationsgebied tot in de binnenstad. Duizenden hielden stil voor de kerk waarop dansende patronen werden geprojecteerd.

Minder opstoppingen waren er in het Strijp-S-gebied bij Glow Next, een meer experimenteel lichtfestival met interactieve bovenlichten en oplichtende stoeptegels – denk aan Michael Jacksons clip Billie Jean. Om te laten zien dat lichtkunst historische wortels heeft, waren op een binnenterrein films van avant-gardisten als Man Ray te zien. In een laboratoriumkelder werden lichtblobs geprojecteerd met vloeistoffen uit reageerbuisjes en konden bezoekers stemmen op hun favoriete licht. „Welk licht vind je het mooist”, vroeg een hostess. „Welk zou je in je straat willen? En waarbij voel je je het meest veilig?”

Lichtstad Eindhoven is het aan haar geschiedenis – Philips – verplicht om zich met licht te profileren. Maar er zijn inmiddels vele Europese steden met een lichtkunstfestival. Vaak speelt city branding een rol, zoals bij het Amsterdam Light Festival dat tot 18 januari duurt. Ook Gouda profileert zich al jaren met lichtkunst rond kersttijd. Rotterdam stimuleert de koopavonden deze maand met een nieuw lichtevenement in de binnenstad, Sparkling Senses, en de Bijenkorf heeft bij elk van zijn vestigingen een klein eigen verlichtingsfestijn. Het lichtfestival China Light is van Rotterdam naar Utrecht gereisd. En in Gent beleeft het lichtfestival deze winter zijn tweede editie. Net als in Eindhoven staat duurzaamheid daar voorop – licht vreet energie. Delegaties uit Azië komen geregeld kijken, want al slapen de exuberant verlichte Aziatische metropolen nooit, Europa loopt nog altijd voorop als het gaat om lichtkunst.

Waar komt die populariteit van lichtfestivals vandaan? „Het komt door de ledtechnologie”, zegt Rogier van der Heide, artistiek leider van het Amsterdam Light Festival. „Deze heeft lichtkunst zo gemakkelijk gemaakt, dat iedereen met licht kan ontwerpen. Vroeger had licht een hoog voltage, lampen waren heet, gevaarlijk, de apparatuur was ingewikkeld. Leds zijn klein, de levensduur is goed, en ze hebben een chip die het geheel regelbaar en bestuurbaar maakt.”

Die toegankelijkheid van de technologie bleek toen het Amsterdam Light Festival een oproep voor plannen deed: het kreeg duizend inzendingen. Daaruit selecteerde een jury veertig nieuw te maken kunstwerken voor een tweedelig festival: Water Colors is een vaarroute langs kunst in en aan de grachten, Illuminade een wandelroute via enkele parken. Het is opgestart om de toerisme-industrie in de winter te stimuleren en wordt vooral betaald door de rederijen.

Melancholische maan

Waar Glow in Eindhoven een spectaculaire viering van de lichtcultuur is, Glow Next toekomstgericht design en experiment toont, is de Amsterdamse variant meer gericht op beeldende kunst. Kunstwerken liggen als lampjes in de grachten en spreiden zich over bruggen. Op het dak van de Stopera staat een maan die melancholisch blauwgroen opgloeit. Op een façade wordt een bewegende film geprojecteerd van vensters, schimmen en teksten uit sociale media. Floept het uit dan is het weg: deze ervaring, deze fictieve stad bestaat alleen bij de gratie van licht. Populair zijn de interactieve kunstwerken zoals de lichtgevende tulpen die met een app op te roepen zijn uit het water.

Dat openbare verlichting op internet wordt aangesloten, is in meer opzichten belangrijk voor de openbare ruimte, zegt Rik van Stiphout, programma-adviseur licht en cultuur van de gemeente Eindhoven. „Wie in de toekomst gaat over het lichtnet in de stad, doet ook iets met internet op straat. Nu al experimenteren we met technologie die je toegang geeft tot delen van het lichtnet. De lamp gaat knipperen waar je auto staat, interactieve lantaarnpalen geleiden je via je gps langs je favoriete hardlooproute.”

Die technologische markt zal geen rol spelen voor de toerisme-industrie, maar is wel belangrijk voor de bedrijven die de festivals sponsoren. Van Stiphout: „De belangen zijn groot. Glow begon met tijdelijke overheidssubsidies maar wordt nu grotendeels door bedrijven gefinancierd. Dat betekent grotere budgetten en met die schaalvergroting wordt de kunst spectaculairder maar ook voorspelbaarder. Dat zie je wereldwijd, alle lichtkunst gaat op elkaar lijken. Videomapping, op gebouwen geprojecteerde films, vind je nu overal. De stad wordt een YouTube-kanaal. Alles krijgt soundscapes en rookeffecten, ook kunst die dat niet nodig heeft. Dat komt niet enkel door sponsoren die gezien willen worden, ook het publiek wil steeds meer spektakel – een lichtfestival als attractiepark.”

Dat zo meer inwisselbare kunst ontstaat, bevestigen ook Van der Heide en lichtkunstenaar Giny Vos, aanwezig bij de selectiepresentatie van het Amsterdam Light Festival. Zelf is ze tot nog toe terughoudend met het meedoen aan festivals. „Mijn werk gaat over specifieke beelden, bijvoorbeeld over de vroege film. Maar festivalkunst gaat over het woweffect. Zo’n festival is geweldig, maar complexe kunst kun je er niet gemakkelijk laten zien. Op de kermis kun je ook geen stiltecentrum inrichten.”

Maar het hoeft niet allemaal kunst met een grote K te zijn, voegt Van der Heide toe: „Water Colors gaat meer om de vaarroute, de gehele ervaring, dan om de afzonderlijke werken. De kunst is op monumentaliteit gekozen: eenduidige beelden die je in één keer in je op kunt nemen. Een boot gaat snel. Is het kunst? Of design? Soms is het vooral spectaculair, of technisch knap.”

Dansend licht

Want wat kan licht allemaal? Het kan dansen op een koord, tevoorschijn duikelen als je met je hoofd schudt, over een brug heen huppelen als een grote golf. „Je zou vergeten dat licht eigenlijk gaat om leven, hoop, verlichting”, verzucht Van Stiphout.

Vandaar ook dat lichtfestivals plaatsvinden in de winter, rond Kerst, een tijd van bezinning. Lichtfestivals vormen een seculiere kerstviering én een viering van de toekomst, van innovatie. Gevoelsmatig staat het donkere voor vroeger en licht voor vernieuwing, de toekomst, zeker in combinatie met vernieuwende en kleurige technieken. „Een hightechvariant van de aloude kaarsjesroutes en lampionnenoptochten”, zegt Vos.

Ook is licht een zachtzinnige overname van de nacht, zegt Van Stiphout: „Het maakt de stad ook ’s avonds leesbaar en bruikbaar, zodat je je er dan ook thuis voelt. In feite photoshoppen we met licht een ander nachtelijk stadsbeeld, door selectief plekken en gebouwen aan de duisternis te onttrekken. Moderne lichttechniek maakt alles mogelijk tegen steeds lagere kosten.”

Lichtfestivals zijn geen tijdelijke hype: het worden er alleen maar meer. En de bestaande festivals groeien. Het vierdaagse festival in Lyon trekt zo’n twee miljoen bezoekers, Glow circa 650.000 (zo’n driemaal het inwonertal van Eindhoven), het Amsterdam Light Festival is nog gaande maar zal boven de 700.000 van vorig jaar uitkomen. Het managen van die publieksstromen wordt een aandachtspunt, zegt Van der Heide. Het is vooral de festivalvorm die zulke mensenmassa’s trekt, zegt Van Stiphout: „Je ziet het ook bij muziekfestivals, daarvan komen er steeds meer. Muziek gaat over emoties en het voelt goed om dat samen te beleven, in saamhorigheid. Muziek emotioneert, licht doet iets anders: het betovert. En wie wil er nou niet betoverd worden?”