Na de Matthäus met Pasen nu ook een Bach voor Kerst

Het Weihnachts-Oratorium van J.S. Bach is muzikaal lang zo spannend niet als zijn Matthäus Passion. Toch is het oratorium een nieuwe Nederlandse kersttraditie aan het worden.

tekening Paul Steenhuis

Het Weihnachts-Oratorium wordt de laatste jaren in de kersttijd steeds meer de tweede Bachtraditie naast de Matthäus Passion in de paastijd, waarin Nederland al lange tijd wereldkampioen is. De doorbraak van het Weihnachts-Oratorium is opmerkelijk, want vorm en inhoud zijn lang niet zo sterk en dramatisch. Bach begint feestelijk met paukenslagen en bazuingeschal bij het Jauchzet, frohlocket, auf preiset die Tage. Daarna kabbelt het kerstverhaal vooral sfeervol voort. Het kan niet op tegen het schokkende lijdensverhaal, eindigend met de dood van Christus aan het kruis, gevolgd door een roerend slotkoor.

Terwijl de Matthäus tegenwoordig vrijwel altijd compleet klinkt, wordt het Weihnachts-Oratorium vaak bekort tot vier van de zes cantates. Bach bracht die dan wel samen in één partituur, maar hij voerde ze zelf in Leipzig één voor één uit tijdens de kerkdiensten tussen Kerstmis 1734 en Driekoningen 1735.

Ton Koopman doet bij zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir dit jaar alleen de eerste vier delen. Jos van Veldhoven brengt bij de Nederlandse Bachvereniging na de delen 1 en 2 óf 3 en 4 óf 5 en 6. Als deel 4 niet klinkt, mist men helaas de zo geliefde echo-aria Flösst, mein Heiland. Daartegenover staat dat concertmeester Shunske Sato tussen de cantates door twee delen speelt uit de cyclus Rozenkranssonates (ca. 1676) van Heinrich Biber. In de vingervlugge Passacaglia waren de moeilijke dubbelgrepen zeer zuiver en integer. Het publieke succes in Tilburg was groot.

In de ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw dirigeerde René Jacobs alle zes cantates. Maar hij had daarvoor inclusief pauze minder dan drie uur nodig. Met razend tempo dreef hij het jeugdig enthousiaste B’Rock en het ervaren RIAS Kammerchor uit Berlijn bijvoorbeeld door de openingskoren van cantates 1 en 5. In combinatie met zijn korte, ferme gebaren leidde die snelheid niet altijd tot zorgvuldigheid. Maar feestelijk en theatraal was de interpretatie zeker.

In de koralen mocht het koor flink gas terugnemen. Van de uitstekende solisten had de ingetogen mezzo Bernarda Fink de meeste moeite zich in de Grote Zaal te profileren. Martin Lattke imponeerde als ranke invaltenor, Dominik Köninger gunde je met zijn gulle en doorleefde bariton méér aria’s.

Jos van Veldhoven leidt de Bachvereniging met een omfloerste totaalklank strak in de maat en hield de dynamische uitspattingen in toom. De inzet is onvoorwaardelijk, het ensemble wordt rotsvast gedragen door de geïnspireerde, feilloze contrabassist Robert Franenberg. Solisten en ripiënisten zingen loepzuiver en met smaakvolle, ingetogen expressie. Erg mooi was de alt-aria Schlafe, mein Liebster uit de deemoedig gestemde tweede cantate, virtuoos en prachtig naturel gezongen door Meg Bragle.

Na de Matthäus-Passion is nu ook het Weihnachts-Oratorium een Hollands exportproduct. Koopman gaat er mee naar Duitsland, Oostenrijk, België en Frankrijk. Zijn Bach klonk in het Amsterdamse Concertgebouw, vooral dankzij countertenor Maarten Engeltjes, opvallend warm en rembrandtesk.