Inspecteer de circusdieren

Wie niet alleen van paardendressuur houdt en door hoepels springende hondjes maar ook plezier heeft bij steigerende leeuwen en dansende olifanten, doet er goed aan nu nog gauw een van de kerstcircussen te bezoeken. Volgend jaar is het misschien te laat. Dan zijn die circussen er nog wel, maar of de ‘wilde dieren’ nog meedoen, is de vraag.

Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken, PvdA) wil per 15 september 2015 het optreden van wilde zoogdieren in circussen verbieden, een maatregel die al werd aangekondigd in het regeerakkoord, in 2012. Wordt het voorstel aangenomen dan verdwijnen de dieren. Waar naartoe? Naar dierentuinen en opvangcentra. Want los van de olifanten die elders in de wereld allang tot de veestapel behoren, ook voor de andere dieren geldt: zo wild is wild nou ook weer niet. Circusdieren zijn in gevangenschap geboren, en een terugweg naar de natuur is er niet, daar zouden ze niet overleven. En omdat ze zich in de opvang vervelen, worden ze door de oppassers beziggehouden. Met kunstjes die ze in het wild nooit zouden doen. En het publiek mag meegenieten.

Oftewel: het patsboem verbannen van wilde dieren uit de circuspiste maakt een hypocriete indruk. Zeker als het verbod wordt vergeleken met de maatregelen die níét getroffen worden voor al die krappe megastallen en ander voor de mens voordelig dierenleed. De plofkippen met hun twintigen op één vierkante meter. De kalveren, onverzorgd in laadbakken van vrachtauto’s. De bij de jacht aangeschoten eenden, hazen, fazanten. De snoeken aan de haakjes. De rondjes sjokkende manegepaarden. Voor de rashonden die om cosmetische redenen chronisch ongezond gefokt worden, hebben de fokkers eindelijk beterschap beloofd – per 2024.

In het licht van al die aperte dier-ellende die om mensafhankelijke redenen steeds maar niet wordt verholpen, is het verbieden van, alleen bepaalde, circusdieren een afleidingsmanoeuvre. Wetenschappelijk onderzoek bracht misstanden aan het licht, maar geen grond om aan te nemen dat circusdieren slechter af zijn dan andere dieren die de mens tot zijn eigen genoegen dresseert of in zijn nabijheid koestert.

Het vermoeden van dierenleed in circussen verdient een deugdelijk inspectiesysteem. Dat zal zich ook uitstrekken tot de tamme circusdieren: tijgers hebben recht op een goed bestaan, paarden ook. En het is zaak om het oordeel niet te besmetten met exclusief menselijke emoties. Stress valt moeilijk te meten, wel of een dier gezond is. Een leeuw in een kooi kan net zo (on)tevreden zijn als een poes in een mandje.