In Cuba staan ze te juichen

Embargo’s waren het toverwoord en het bindmiddel om Cubanen meer dan 50 jaar op te zetten tegen Amerika. Het gehate embargo is opgeven. Er verandert veel, maar democratie is niet beloofd.

Deze 8-jarige Cubaan kreeg een worstelpakje van familie uit Amerika. foto AP/Ramon Espinosa

Typisch Raúl Castro, om zijn televisietoespraak over de opvallende ontdooiing van de betrekkingen tussen Cuba en Amerika te beginnen met de boodschap dat zijn regering blijft werken aan de versterking van een „welvarend en duurzaam socialisme”.

Maar precies die garantie van de president van Cuba is onzeker door de gebeurtenissen van gisteren. De aangekondigde ontmanteling van het Amerikaanse embargo krijgt onbetwist veel grotere gevolgen in Cuba dan in de Verenigde Staten. Mogelijk zelfs zulke grote gevolgen dat het stokoude socialistische Castro-regime op termijn ten val komt.

Cuba heeft altijd aangedrongen op het opheffen van het Amerikaanse handels- en reisembargo, dat werd ingesteld in 1960 en aangescherpt in 1962. Jaarlijks berekende de regering in Havana de economische schade gedurende het embargo. De laatste cijfers: 1.100 miljard dollar.

Handelsembargo als bindmiddel

Maar het gewraakte embargo was tegelijkertijd een perfect middel om het Cubaanse volk te verenigen. Samen tegen de grote agressor. Amerika was de bloeddorstige adelaar die het kleine en vredelievende Cuba probeerde te verzwelgen.

Critici van het Amerikaanse embargo - zowel in Cuba als in de VS – hebben dan ook altijd gezegd dat de strenge restricties averechts werkten. Het gaf het regime in Havana een excuus om allerlei burgervrijheden in te perken, zoals de persvrijheid en de toegang tot internet.

En zelfs wie het embargo steunde, kon niet beweren dat dit het gewenste resultaat had, namelijk democratische hervormingen in Cuba. De familie Castro is tenslotte al bijna 56 jaar aan de macht.

Sinds 1998 richtte de anti-Amerikaanse propaganda van de Cubaanse regering zich op de ‘Cubaanse vijf’. Toen werden vijf Cubanen in Amerika gearresteerd voor spionage. Cuba heeft altijd volgehouden dat de mannen het eiland juist beschermden tegen „terroristische aanslagen” vanuit Amerika. Nu zijn ze, in ruil voor de Amerikaan Alan Gross, terug in Cuba.

De terugkeer van de Cubanen is een kwestie van nationale eer. „Gerardo, Ramón en Antonio zijn aangekomen in het vaderland”, zei president Castro gisteren in zijn toespraak (twee van de vijf hadden hun straf in Amerika al uitgezeten).

En opeens kan Cuba weer van alles

Maar veel groter zullen de gevolgen zijn van de aangekondigde ontmanteling van het embargo, die nog politieke hordes kent in Amerika. President Castro herhaalde gisteren zijn vertrouwde boodschap: „De economische blokkade beschadigt ons land en moet stoppen.”

De opheffing van het embargo zal een enorme economische impuls geven aan het verarmde Cuba. Het eiland is nu nog aangewezen op relatief dure importen uit verder weg gelegen landen, waaronder de belangrijke handelspartner Nederland. Vooral naar Amerikaanse landbouwproducten zal veel vraag zijn.

Ook Amerikaanse toeristen gaan geld meebrengen. Ze zullen nog altijd aan bepaalde regels gebonden zijn, aldus president Obama, maar kunnen straks na een korte vlucht genieten van de historische binnenstand van Havana en de paradijselijke stranden van Varadero.

Het nauwere contact met Amerika kan de roep om democratisering in Cuba versterken. Er zal een uitwisseling van ideeën ontstaan met Amerikanen en met Cubanen die in het verleden naar de VS zijn gemigreerd en tot nu toe slechts zo nu en dan terug mochten naar hun familie.

Maar dat betekent nog geen revolutie

De invloed daarvan moet niet worden overschat: Cubanen hebben al jaren contact met toeristen uit andere westerse, democratische landen.

De belangrijkste verschuiving lijkt dat de grote agressor is weggevallen. En daarmee ook de lijm die het ontevreden Cubaanse volk bindt aan de Castro’s.

Sinds Raúl in 2006 zijn broer Fidel opvolgde, is er al langzaam maar gestaag meer vrijheid gekomen. Cubanen mogen bijvoorbeeld kleine bedrijfjes en restaurants beginnen en sinds vorig jaar mogen ze naar het buitenland reizen.

Raúl Castro hield tot nu toe stevig de controle over deze hervormingen. Ze leken vooral een ventiel om de groeiende onvrede onder Cubanen te laten ontsnappen. Telkens als de roep om verandering leek toe te nemen, kregen de Cubanen weer een kleine verbetering toegeworpen. Veranderen om te behouden.

De stap van gisteren is een veel snellere verandering dan Cuba in een halve eeuw heeft gezien. Bovendien kan de regering Castro er niet de regie over houden. Hoeveel geld komt Cuba straks binnen? Hoeveel Amerikaanse toeristen komen op bezoek? Hoe gaat dit de Cubaanse publieke opinie veranderen?

Rond Cuba waren er altijd twee vragen: wanneer stoppen de Amerikanen nou eens met dat achterhaalde embargo en wanneer stoppen de Castro’s nou eens met dat achterhaalde ondemocratische regeermodel. Met de stap van gisteren is de eerste vraag opgelost. En komt er mogelijk ook beweging rond de tweede vraag.