Iedereen wil een stuk van de Noordpool

Denemarken, Rusland én Canada claimen het hart van de Noordpool. In het poolgebied ligt een fortuin aan grondstoffen op de zeebodem.

Om de Noordpool wordt de laatste jaren stevig gevochten. Niet met wapens, maar met wetenschappers. Deze week leverden de Denen een gedetailleerd rapport in bij de Verenigde Naties, waarin ze proberen te bewijzen dat de Noordpool Deens is. Eerder deden Rusland en Canada hetzelfde. En ook Noorwegen en de Verenigde Staten eisen een deel van het poolgebied op.

Deze strijd, die pas een paar decennia geleden oplaaide, heeft alles te maken met de bodemschatten die onder de Arctische Oceaan min of meer voor het opscheppen liggen. De US Geological Survey schat dat er zo’n 90 miljard vaten olie gewonnen kunnen worden en 47.000 miljard kubieke meter gas. Daarnaast zit de bodem volgens de USGS vol met kostbare mineralen zoals zink, nikkel en wellicht ook diamant, met een totale waarde van misschien wel 1.000 miljard dollar.

Die grondstoffen zijn nu nog niet gemakkelijk te delven. Maar ze komen wel binnen bereik door nieuwe technieken en door de opwarming van de aarde, die in het Arctisch gebied sneller gaat dan elders. Bovendien wordt de zeeroute in de zomer toegankelijker doordat delen van de ijsvlakte dan verdwenen zijn – in tegenstelling tot Antarctica is het Noordpoolgebied geen land, maar een (bevroren) zee omringd door vijf landen.

Die landen hebben recht op een strook van 200 zeemijl (370 kilometer) langs de kust. Of, als dat meer is, op het zogeheten continentaal plat. Dat is het deel van de bodem dat onder water ligt, maar wel dezelfde structuur heeft als het land. Vooral aan de kant van Noorwegen en Rusland (de Euraziatische plaat) reikt het plat heel ver het water in.

Met hun nieuwe claim hebben de Denen het continentaal plat van Groenland, een autonoom gebied dat deel uitmaakt van Denemarken, fors vergroot. Het onderzoek dat nodig was om de claim te onderbouwen duurde 12 jaar en kostte volgens de Deense krant Politiken ruim 44 miljoen euro. „Het doel van dit immense project”, zei minister van Buitenlandse Zaken Martin Lidegaard afgelopen maandag, „is de grenzen van het continentaal plat aan te wijzen en daarmee, uiteindelijk, de grenzen van het koninkrijk Denemarken.”

Geen agressieve daad

Lidegaard benadrukte dat de Denen prima samenwerken met de Arctische buurlanden. En dat het onderzoek vooral niet als „een agressieve daad” mag worden opgevat. „Het is een poging om eerlijk en nauwkeurig de geologische data te presenteren”, zei Lidegaard.

Rusland en Canada zien dat heel anders. De Russische minister van Natuurlijk Hulpbronnen, Sergej Donskoj, vindt dat de Denen proberen het onderwerp te „politiseren”. Buurlanden moeten er via onderhandelingen uitkomen, zegt Donskoj, gebaseerd op uitspraken van de Commissie voor de Grenzen van het Continentaal Plat (CLCS) van de Verenigde Naties.

Het is opmerkelijk dat uitgerekend Donskoj de Denen politisering verwijt. In 2007 plantte Rusland zelf een vlag op de bodem van de oceaan. En een jaar later presenteerde het land zijn Arctische doctrine. Op basis daarvan is het Russische ministerie van Defensie nu bezig met de inrichting van dertien kleine militaire luchthavens aan de noordgrens en tien nieuwe radarinstallaties, om het gebied beter in de gaten te houden.

Operatie IJsbeer

Canada kan zich militair op geen enkele manier meten met de Russen. Maar zelfs zij deden in 2011 mee aan het spierballenvertoon in de regio. ‘Operatie IJsbeer’ was een militaire oefening aan de Canadese noordgrens waarvoor alle registers werden opengetrokken. Wetenschappelijk zijn de Canadezen echter nog niet klaar. Ze hebben vorig jaar weliswaar een claim ingediend, maar daarin wisten ze juist de Noordpool zelf niet overtuigend voor zich op te eisen.

Voor premier Stephen Harper was dat aanleiding om zijn wetenschappers te vragen hun huiswerk over te doen. En pas terug te komen als ze kunnen aantonen dat de Noordpool Canadees is. Want, zoals de minister van Buitenlandse Zaken John Baird zei, het Arctische gebied is „fundamenteel voor de Canadese nationale identiteit”.

De strijd tussen de drie landen concentreert zich op het zogeheten Lomonosov Rif. Deze rug loopt van het Russische continentaal plat net langs de Noordpool naar de overkant, waar die de grens van het Groenlandse en Canadese plat raakt.

„Het Lomonosov Rif is de natuurlijke verlenging van de Groenlandse plaat”, zei de Deense geofysicus Christian Marcussen deze week tegen persbureau AP. „Ik heb er alle vertrouwen in dat de plaat van ons is”, zei minister Donskoj een paar maanden eerder bij de terugkeer van het onderzoeksschip Akademik Fjodorov, dat de laatste data voor de Russische claim heeft verzameld. „Ik heb nooit begrepen waarom onze onderzoeksschepen tot de Noordpool gingen en niet verder”, zei de Canadese Arctisch expert Rob Huebert van de Universiteit van Calgary een jaar geleden in gesprek met deze krant. „Het is goed dat de regering een positie inneemt om de Canadese claim te maximaliseren.”

Het lastige is, dat het rif zowel aan de Groenlands-Canadese kant als aan Russische zijde niet overtuigend vastzit aan het continentaal plat. Aan de Groenlands-Canadese kant zit een ongeveer 800 meter diepe, 35 kilometer brede sleuf. Aan de Russische kant is de scheur tussen rif en continent zelfs nog breder.

Alle drie landen proberen daarom nu te bewijzen dat de bodemgesteldheid van het rif overeenkomt met die van hun eigen continentaal plat. De Denen hebben in het verleden al eens samen met de Canadezen een geologisch onderzoek gedaan naar het Lomonosov Rif. Hun conclusie: magnetische afwijkingen, karakteristieken van de aardkorst en de aanwezigheid van vulkanisch gesteente in het rif komen overeen met die van de Noord-Amerikaanse en Groenlandse platen. De Russen beweren precies het tegenovergestelde en zeggen dat de structuur van het rif juist lijkt op die van de Siberische plaat.

Tektonisch nationalisme

De VN-commissie voor de grenzen van het continentaal plat, een internationale groep van onafhankelijke wetenschappers moet uiteindelijk een oordeel moet vellen. Het schuiven van de tektonische platen is ineens actueel geworden voor een politieke claim – tektonisch nationalisme is het al genoemd.

En hoewel alle drie betrokken landen zich hieraan schuldig maken, lijkt het uitgesloten dat ze zo’n geologisch oordeel zomaar zullen accepteren. Daarvoor zijn de economische en geopolitieke gevolgen veel te groot. Het valt moeilijk te verdedigen dat het pleit over het bezit van de Noordpool, de grondstoffen en de zeevaartroutes al tientallen miljoenen jaren geleden werd beslecht.