Column

Haar geweten

Het was een kleine heldendaad die lang onopgemerkt bleef. Hij komt op het conto van een vrouw die Jep van Albada heette en in Amersfoort leefde. Ze toonde in de Tweede Wereldoorlog als hoofd van een kleuterschool moed toen vrijwel al haar collega’s het lieten afweten.

Historicus Femke Mooijekind beschreef de toedracht al in 2011 in haar masterscriptie voor de Holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam. De scriptie was gewijd aan de positie van het Joodse schoolkind tijdens de oorlog. Ze beschreef, toegespitst op de situatie in Amersfoort, hoe de Duitse bezetter de scholen dwong Joodse kinderen uit te stoten. Dat gebeurde door scheiding van de niet-Joodse en Joodse leerlingen; voor die laatste groep moesten aparte Joodse scholen worden opgericht.

Ook interessante scripties halen zelden de publiciteit. Deze scriptie zou buiten vakkringen onbekend zijn gebleven, als het Flehite Historisch Jaarboek voor Amersfoort en omstreken niet onlangs een verkorte versie had afgedrukt. AD/Amersfoortse Courant haakte daarop in en zo werd in steeds bredere kring bekend wat er in Amersfoort op dit gebied was voorgevallen. Jep van Albada, die van 1907 tot 1989 leefde, begon eindelijk de eer te krijgen die ze verdiende.

Mooijekind vergelijkt de situatie in Amersfoort met die in Amsterdam. Ze ziet, naast verschillen, ook belangrijke overeenkomsten. In beide gemeenten kwam de scheiding vrij gemakkelijk tot stand. Beide gemeentebesturen aanvaardden de maatregel gehoorzaam, het overgrote deel van de scholen deed wat gevraagd werd. In Amsterdam protesteerde een relatief klein aantal scholen tegen de scheiding, in Amersfoort was er maar één school die weigerde mee te werken.

Dat was de kleuterschool van Jep van Albada aan de Van Marnixlaan. Van Albada schreef op 8 september 1941 aan het gemeentebestuur van Amersfoort: „Tot mijn spijt kan ik u geen opgave verstrekken van het aantal Joodse leerlingen, dat mijn school bezoekt, daar mijn geweten hiertegen in verzet komt.”

Dat was in die jaren een zeer gedurfde mededeling. Haar geweten! Daar zat niemand op te wachten. De andere scholen waren heel wat meegaander. Mooijekind laat iets van de beleefde briefjes zien waarmee de scholen het gemeentebestuur op de hoogte brachten van de verwijdering van Joodse leerlingen. „In antwoord op Uw schrijven [...] heb ik de eer u te berichten [...].” Alleen het schoolbestuur van de Montessorischool schrijft dat zij „tot onzen spyt twee leerlingen, die als Joods moesten worden aangemerkt, niet tot onze school hebben kunnen toelaten”.

Ik vroeg me af of Jep van Albada met haar riskante opstelling in grote problemen was gekomen, maar dat bleek niet het geval. Zeer waarschijnlijk kwam dat doordat ze géén Joodse kinderen onder haar hoede had, meldt AD/Amersfoortse Courant. Dat zou haar houding nóg moediger maken, want in dat geval had ze zich gemakkelijk kunnen verschuilen achter die omstandigheid.

Wie was Jep van Albada? Een familielid liet me weten dat ze onopvallend leefde en juist confrontaties vermeed. „Je zou deze dingen er nooit achter zoeken bij haar. Ze maakte altijd een hele lieve, naïeve indruk. Maar ze knoeide wel met voedselbonnen en dat soort zaken om onderduikers te helpen. In het laatste oorlogsjaar vertrok ze naar familie in Friesland waar ze de verpleging in ging en weer bonkaarten rondbracht voor onderduikers.”