Gulle zang

Ze kwam voor een scheikundestudie naar Nederland, en werd zangeres. ‘The Voice’ leverde meer bekendheid op, maar geen platencontract. „Als te veel mensen in de pan roeren, wordt de smaak niet goed.”

Shirma Rouse: „The Voice was niet per se mijn programma, maar het heeft zijn vruchten afgeworpen.” foto Robin Utrecht

Het is alsof ze geen plafond heeft, zeggen haar zangvrienden. Als Shirma Rouse tussen de noten glijdt naar drie octaven, van laag naar heel hoog, gaat dat jaloersmakend makkelijk. Volgens haar kno-arts is ze een alt. Zelf zegt ze: sopraan. Te danken aan de jaren van zingen in de kerk. „Gospel heeft mijn stem getraind.”

Met haar ontwapenende, hoopvolle manier van zingen en haar soepele stem gooit Shirma Rouse (34), blikvanger in de Rotterdamse muziekscene, de deuren open. Die gulle zang staat los van haar volle figuur, zegt ze. Blessed is ze vooral met haar stembanden. Neem Aretha Franklin, haar voorbeeld. „In 1968 in het Concertgebouw was ze een behoorlijk tenger meisje. Maar halló, wat een stem kwam daar toen al uit!”

De waarde van een goede backingvocalist is niet te onderschatten, weet de zangeres met de lange dreadlocks, die sinds ze van de Antillen naar Nederland kwam, vijftien jaar geleden, in achtergrondkoortjes zong. Ze weet dat het optillen van een stervocalist machtig en dankbaar werk is. „Mensen beseffen dat pas als het refrein kaal blijft”, zegt ze. Door haar bijdrage aan Birds van zangeres Anouk op het Eurovisie Songfestival werd ze verkozen tot ‘beste achtergrondzangeres van het festival’. Verder zong ze, in de studio of op het podium, bij uiteenlopende artiesten: van Trijntje Oosterhuis tot Alain Clark en Wouter Hamel. Met het Metropole Orkest ondersteunde ze Chaka Khan. „Voor een meisje van een klein eilandje heb ik veel gedaan.”

Slapen in de kerk

Als oudste van vijf kinderen – drie broers en nog een zus – werd Rouse geboren op Curaçao en groeide ze op Sint Eustatius op. Tot haar negende woonden ze in een groot huis; haar opa en oma bezaten veel grond. In haar hoge Rotterdamse flat met zicht op de ‘haaienbek’, het glinsterende treinstation, herinnert ze zich een ‘veilig nestje’. „Alles was dichtbij, we kenden iedereen. Mijn moeder werkte in het ziekenhuis.”

Door een langs het eiland razende orkaan raakte de familie veel kwijt. Rouse: „De regen kletterde op onze hoofden, het dak was zomaar ineens weg.” Toch was dat geen traumatische ervaring, zegt ze. „Het met zijn allen slapen in de kerk herinner ik me als een feestje. Aan orkanen valt niet te ontkomen in het Caraïbische gebied. Daar zijn we altijd op voorbereid.”

Men kan, merkt Rouse, zich geen voorstelling maken van het leven op dat verre, tropische eiland met een oppervlakte van slechts 21 vierkante kilometer en 4.000 inwoners. „Wat heb ik een rare vragen gekregen toen ik in Nederland kwam wonen. Of we wel wc’s hadden. Halló zeg, natuurlijk! Wij hadden er vooral ruimte. Stel je voor: mijn eerste studentenkamer in Nederland was net zo groot als onze badkamer daar.”

Rouse ging naar de basisschool en de mavo op het eiland. Op haar zestiende ging ze bij nichtjes wonen op Curaçao om de havo te volgen. Rouse leerde er Papiamentu – haar moedertaal is Engels, ze zong in de methodistenkerk en hielp de kinderen in haar familie met hun huiswerk.

Voor een studie scheikunde verhuisde ze van de Antillen naar Leiden. In een christelijk studentenhuis voelde ze zich redelijk thuis, al vond ze het klein. Ze kon meteen ook een aantal opvattingen bijstellen. „Nederlanders zouden niet douchen, had ik bij ons gehoord”, lacht ze. „Maar dat je nergens zomaar spontaan langs kan gaan en je weg moet met eten als ze niet op je hebben gerekend, blíjft me verbazen.”

Rouse komt uit een bètagezin. Haar moeder is medisch analist, haar broers studeerden bouwkunde, haar zusje studeert nog chemie. Nu zijn haar broers muzikant. En in een laboratorium is Rouse ook nooit gaan werken. In Nederland vond ze snel ‘haar kerk’ waar ze ging zingen in het koor – „dat zit zo in onze cultuur”. Rouse rolde de muziek in. Op tournee met de Curaçaose pianist Randal Corsen zong ze, zoals ze altijd gewend was, op gehoor. „In zijn band zag ik hoe getrainde musici snel de partijen lazen en meteen speelden.”

Op haar 25ste begon ze haar studie aan het Rotterdams Conservatorium. Bewust koos ze de jazzrichting. „Met mijn stem kan ik eigenlijk alles aan. Maar toen ik jazz ging studeren kreeg ik er meer opties bij. Jazz maakt je bewust van de keuzes en kleuren van een akkoord. Voor een popzangeres heb ik veel te veel nootjes dwarrelen in mijn hoofd. Nu kan ik één liedje twintig keer anders zingen.”

Deelname aan The Voice

Haar deelname vorig jaar als tamelijk ervaren zangeres aan The Voice of Holland was opzienbarend. Al jaren toont de Rotterdamse souldiva hoe ze van muziek en lesgeven leven kan. Toen ze werd benaderd door scouts dacht ze eerst: ‘no way’. „Maar ik raakte steeds meer overtuigd”, vertelt Rouse. „Misschien moest ik mezelf maar eens laten zien! Ja, ik heb al twee platen gemaakt, een theatertour met liedjes van Aretha Franklin gedaan en ja, ik zing vaak en veel, maar wie kent me nou eigenlijk?”

Onder begeleiding van coach Trijntje Oosterhuis kwam ze tot de halve finale. Het stemgedrag van de kijker was die avond wonderlijk, maar Rouse was tevreden – ze had aandacht van een groot publiek. „The Voice was niet per se mijn programma, maar het heeft zijn vruchten afgeworpen.”

Schrijnend dan, hoe er voor een zangeres als Rouse blijkbaar toch nooit een platendeal in zit. Daar heeft ze wel een verklaring voor. Bij haar kan men zich geen voorstelling maken hoe haar muziek het zal doen. „Voor soul is geen grote markt. En er is sowieso geen budget.” Behalve in Japan, geldt voor haar. Ze is net terug van een tournee van twee weken met haar band, met optredens in steden als Osaka, Tokio, Nagoya. „Há. Daar gaat het zo anders. Ze wilden mij al tekenen voordat ze een noot hadden gehoord van mijn album.”

Rouse heeft haar eerdere ‘old skool’ soulalbum Chocolate Coated Dreams (2010) en Shirma Rouse Sings Aretha (2012) zelf uitgebracht. Haar nieuwe soul-cd Shout it OUt Loud (SOUL) kwam deels middels crowdfunding tot stand. Donateurs kregen onder meer een exclusief concert of zanglessen van Rouse. Ze heeft ruim 30.000 euro ingezameld. „Een veertienjarig jongetje had zelfs een oproep gedaan op Facebook. Zo ontroerend.”

Ach, een platencontract, relativeert ze, „als er te veel handen roeren in de pan wordt de smaak nooit goed. En ik wil mijn muziek ook nergens tekortdoen. Nu koos ik zelf voor echte blazers, veel strijkers en een goede arrangeur. Dat kost iets, maar het is helemaal Shirma.”

Zoals de titel niet laat misverstaan schreeuwt ze het uit op Shout it OUt Loud. Al haar emoties deelt ze in haar zoetgevooisde, met koortjes en blazers aangeklede old-fashioned soul à la Angie Stone. De liedjes schreef ze in schrijfsessies met bevriende musici. Los van melancholische terugblikken op haar jeugd (L.O.V.E. ) en het afrekenen met liefdes die voorbijgingen (Fool For Love) overheerst op het album de levenslust. En het regent adviezen in haar gezellige powersoul: Pick Yourself Up en Work For It en het tintelende reggaenummer Watch Your Back.

Er is een forse clubtour in aantocht met haar band die ze van acht man met drie blazers kan uitbreiden. Ondertussen kookt en zingt ze maandelijks in Shirma’s Soulkitchen in het Tobacco Theater in Amsterdam. Met een stel vriendinnen maakte ze een soulfoodmenu voor zeker 130 eters. Rouse gaat de tafels langs, tussen de gangen door zingt ze. „Kijk, daarom maak ik muziek. Overdracht, zie je wat ik bedoel?” Zingend straalt ze rust en controle uit. „Bij mijn concerten houd ik geen church, maar ik wil wel graag iets overdragen. Als iemand mij zegt dat ik mooi heb gezongen, is dat lief. Liever hoor ik dat je door mij bent geraakt. Dat voel ik als mijn cadeau.”