Wie lijnt en afvalt, ademt zijn vet gewoon uit

Waar blijft het vet van iedereen die na de feestdagen gaat lijnen?

Het verdwijnt als energie en hitte. Dat antwoord gaf meer dan de helft van 150 huisartsen, diëtisten en sporttrainers. De vraag kwam van de Australische vetonderzoeker Andrew J. Brown en van natuurkundige en wetenschapsjournalist Ruben Meerman.

Dat antwoord is „in strijd met de wet van behoud van massa”, schrijven de twee in het traditioneel frivole kerstnummer van The BMJ. Alleen bij kernsplijting en kernfusie kan massa in energie veranderen – of andersom.

In werkelijkheid verdwijnt van iedere 10 kilo vet 8,4 kilo als kooldioxide (CO2) en 1,6 kilo als water (H2O). CO2 ademen we uit. Het H2O verdwijnt in urine, poep, zweet, tranen, bloed en slijmerigheden.

Natuurlijk, de energie die bij het verbranden van vet vrijkomt gaat naar beweging en warmte. Maar dat was de vraag niet. De materie, daar ging het om, en die ademen we grotendeels uit als CO2.

Het is oude koek, maar het werd tijd om die misvatting over het lot van verdwijnend vet te beschrijven, vinden Brown en Meerman.

Ze gaan tot in detail. Gemiddeld lichaamsvet heeft de brutoformule C55H104O6. Dat is een glycerolmolecuul waaraan de drie bij mensen meestvoorkomende vetzuren zijn gebonden: palmitinezuur, oliezuur en linolzuur. Om dat molecuul te verbranden tot CO2 en H2O zijn 78 moleculen O2 nodig. Om 10 kilo vet weg te ademen komt er 29 kilo O2 binnen en verdwijnt er bijna net zoveel CO2 de buitenlucht in. Je moet ruim 850.000 keer uitademen om dat naar buiten te werken. Maar hijgend gaat het sneller.