Column

De enige eerlijke politicus is er een met gepakte koffers

Mooi dat de vrije artsenkeuze blijft, zegt Christiaan Weijts, maar dat de Eerste Kamer er machtspolitiek om moet bedrijven is een weeffout in ons politieke systeem.

Déjà-vu: exact een jaar geleden dreigde PvdA-senator Adri Duivensteijn het coalitieakkoord al in de fik te steken, maar uiteindelijk blies hij z’n lucifer uit. Dinsdag stak hij er wel de fik in, nu niet in het woon- maar in het zorgakkoord.

Zoek de verschillen. 1. Hij heeft nu twee medepyromanen. 2. Hij verlaat in mei de senaat. 3. Ook zijn dissidente handlangers zijn van de kandidatenlijst geschrapt.

Het is een merkwaardige omkering: pas als volksvertegenwoordigers van de kieslijst verdwijnen, luisteren ze naar hun geweten. De enige eerlijke politicus is er een met gepakte koffers. Zie al die uitgetreden PVV’ers die ineens opbiechten hoe het er binnenskamers aan toe gaat, zie die twee Turkse PvdA’ers (‘Moge Allah je straffen’).

Zelfs bij de vleesgeworden saaie degelijkheid, Herman van Rompuy, gaat de formule op. Deze week werd hij bij De slag om Europa geïnterviewd als vertrokken EU-voorzitter. In het heetste van de Griekse eurocrisis had hij een zaal vol regeringsleiders laten wachten, terwijl hij in het geniep een dealtje bekokstoofde tussen Frankrijk en Duitsland. Schalks glunderend vertelde Van Rompuy hoe hij daarna beweerde dat ze vertraagd waren ‘door het slechte weer’. Het is een klein leugentje, ongetwijfeld om bestwil, maar toch. Vanaf nu weten we dat we een politiek leider zelfs niet meer kunnen geloven bij een opmerking over het weer. De enige integere politicus is een ex-politicus.

Hoeveel PvdA-senatoren zouden eigenlijk anders willen stemmen? Hoeveel Tweede Kamerleden tillen tegen hun zin hun hand op als stemvee? Schop ze uit hun zetels en ze zullen je de waarheid vertellen.

De uitkomst – de vrije artsenkeuze blijft – mag dan een goede uitkomst zijn, de manier waarop die is afgedwongen rammelt aan alle kanten. Tegenstemmer Guusje Terhorst verklaarde dat ze principiële bezwaren had, en niet wilde dat de zorgverzekeraars meer macht gingen krijgen. Dat is allemaal waar en nobel, behalve dan dat dit absoluut niet aan een Eerste Kamerlid is om te beoordelen. De senaat is geen plek om politiek-inhoudelijke afwegingen te maken, partijpolitiek te bedrijven of bommen onder het kabinet te leggen. Daar hebben we de Tweede Kamer voor. De Eerste is er alleen om nieuwe wetten technisch te toetsen. Politiek-inhoudelijk is uiterste terughoudendheid geboden, zeker omdat de Eerste Kamer indirect is gekomen en door een ondoorgrondelijke procedure zodanig is samengesteld dat ze geen reële afspiegeling van het electoraat is.

De Eerste Kamer komt nu steeds meer in de rol van een wetgevend orgaan, met alle bijbehorende opera: crisisoverleg met de minister, cameraploegen voor de deur. Een diepgaand debat over de rol en benoemingsprocedure van de Eerste Kamer is dringend nodig om nog vertrouwen in de politiek te houden.