De asbest zit in Roermond ‘als confetti’ op de straten geplakt

Na een brand ligt er asbest in het centrum van Roermond. Winkeliers zijn boos omdat ze dichtmoeten in deze Kersttijd.

Een vrouw heeft zich tegen asbest beschermd in het centrum van Roermond. Foto ANP

Ron Groznik sluit zijn winkel op het Roermondse Munsterplein af. Dat kan deze woensdagmiddag probleemloos. Vandaag geen klanten in de winkel met luxe geschenken en woonaccessoires. Het centrum is door een asbestalarm veranderd in een naargeestige spookstad, waar je op sommige plekken overigens moeiteloos het noodverordeningsgebied in kunt gaan en elders slechts moet bukken voor een onbewaakt rood-wit afzetlint.

Groznik wandelt naar het stadhuis waar de gemeente de ondernemers gaat voorlichten over de situatie. De avond tevoren was de middenstander, tevens voorzitter van de ondernemersvereniging Munsterpleinkwartier & Hartje Stad, al snel op de hoogte van de brand in twee botenloodsen bij de jachthaven. De brand die het asbestalarm veroorzaakte. „Mijn dochter geeft dansles in het cultuurcentrum vlakbij en meldde het me.”

Groznik kon toen nog niet bevroeden welke consequenties het voor zijn zaak zou hebben. Dat kwam pas veel later. ’s Ochtends heeft hij nog rechtstreeks contact gezocht met burgemeester Peter Cammaert voor wat extra informatie. Maar die had toen na een lange nacht net het stokje overgedragen aan andere bestuurders en was zelf gaan slapen. Het vooruitzicht: Groznik moet nog tot in de loop van donderdag dichtblijven. „Rampzalig, dit is de tijd dat grote delen van de omzet worden binnengehaald”, verzucht Groznik. „Het kan de nekslag zijn voor sommige zaken.”

De boodschap in de propvolle Tuinzaal van het stadhuis blijkt nog vele malen somberder. Het ‘rode gebied’ is nog verder vergroot en omvat nu zo’n beetje de hele oude binnenstad. Het schoonmaken gaat zeker tot zaterdag duren. Een kreet van ontzetting gaat door de zaal. Wethouder en locoburgemeester Gerard IJff (PvdA) zegt dat er simpelweg niet meer deskundigen zijn voor het opruimwerk. Dat kan bovendien alleen plaatsvinden tijdens de weinige uren met daglicht. Eerst komt het station, waar nog altijd geen treinen stoppen, aan de beurt, daarna de doorgaande wegen, vervolgens de kleine straatjes.

Iemand in de zaal vraagt of de regen niet alle asbest al het riool in gespoeld heeft. Na carnaval zit de confetti ook altijd vastgeplakt aan de straten, zegt IJff. „Met asbest is het net zo. Je moet echt schoonmaken.”

Verder lukt het IJff niet om de juiste toon te vinden in een zaal vol geëmotioneerde middenstanders. Hij zegt dat ze vragen kunnen neerleggen bij een callcenter. Hij zegt best om de tafel te willen met ondernemers over het verhalen van schade. „Maar u heeft zelf ook een positie.” Het is wat de aanwezigen juist niet willen horen.

De gemoederen raken verhit. Het drukbezochte Designer Outlet net ten noorden van de binnenstad blijft gevrijwaard van alle maatregelen. Er gaan geruchten dat er al in de nacht telefonische contacten zijn geweest tussen de gemeente en de outlet om openstelling af te dwingen, weet Frits Croonen, eigenaar van een modezaak. IJff schuttert, zegt van niets te weten. Directeur Marc Bauwens van de Designer Outlet verzekert dat dit soort contacten er niet zijn geweest. Niet iedereen wil het geloven.

En wat te denken van het NL-Alert dat uitging met de expliciete mededeling dat de Outlet open was. Waarom werden andere kleinere ondernemers die ook niet gesloten waren niet met name genoemd? IJff noemt het „iets om mee te nemen tijdens evaluatiemomenten”.

De winkeliers gaan morrend naar buiten. Zij die binnen het luidruchtigst waren, vinden het buiten wijzer om te zwijgen. „Anders ga ik echt heel verkeerde dingen zeggen.”