Banken mogen gezamenlijk dorpen aan geldautomaten helpen

Banken mogen onderling verdelen wie in welk dorp een geldautomaat plaatst. Dat moet voor meer automaten gaan zorgen. Foto ANP / Remko de Waal

Banken mogen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderling gaan afspreken welke bank in welk dorp een geldautomaat mag plaatsen. Dat moet ervoor zorgen dat automaatloze dorpen toch een ‘flappentap’ kunnen krijgen.

Op ongeveer 25 plaatsen hebben bewoners binnen een straal van vijf kilometer van hun huis geen geldautomaat. Die plaatsen liggen vooral in het noorden en het oosten van het land, en in Zeeuws-Vlaanderen. De banken willen nu in die laatste regio een proef gaan draaien om te kijken of het onderling verdelen van dorpen ervoor zorgt dat op meer plekken pinautomaten komen te staan.

De ACM vindt dat de plaatsing van pinautomaten per toerbeurt “geen merkbare beperking van de concurrentie tussen de banken” oplevert. Als voorwaarde is wel gesteld dat de afspraak niet ten koste mag gaan van geldautomaten in net iets grotere plaatsen.

“Banken mogen niet gezamenlijk afspraken maken om geldautomaten weg te halen uit de iets grotere dorpen en steden om die in de kleine dorpen neer te zetten. Dit kan namelijk de dienstverlening aan de consumenten verminderen en wel nadelig zijn voor de concurrentie tussen de banken.”

Geldautomaat kost geld

Tussen 2007 en 2013 verdween 14 procent van de automaten. Dat komt mede door de opkomst van pinnen en online bankieren; hierdoor zijn pinautomaten te duur geworden. Het kost namelijk geld om biljetten in automaten te stoppen, die weer beveiligd moeten worden tegen ramkraken en onderhoud nodig hebben. De trek van het platteland naar de stad speelt echter ook mee.

Lees ook in NRC Handelsblad: In Wanneperveen is de laatste pinautomaat weg (€).