Zelfs toen ik ging trouwen, wilde ik zijn zegen

Elke carrière kent wel een leermeester. Voor internist-ouderengeneeskunde Andrea Maier (36) is dat de Amerikaanse hoogleraar George Martin (88).

„Tijdens een congres voor medici viel hij me meteen op: een grote man met een bril en een glimlach rond zijn mond. Hij was al oud, maar in zijn ogen zag ik de vreugde en gretige nieuwsgierigheid van een tiener die wil onderzoeken. Hem wil ik beter leren kennen, dacht ik. Ik vroeg of ik hem even mocht spreken.

„George Martin werd mijn grote leermeester. Als ik voor belangrijke beslissingen sta dan wend ik mij tot hem. Bijvoorbeeld toen ik van baan wilde veranderen of toen ik twijfelde of ik nieuwe mensen moest aannemen op mijn afdeling. Maar ook over zaken buiten het werk vraag ik George om advies. Zelfs toen mijn echtgenoot mij ten huwelijk vroeg heb ik mijn antwoord even uitgesteld, zodat ik George nog om zijn zegen kon vragen.

„Hij is ontzettend wijs. Vijftig jaar kennis over ouderengeneeskunde draagt hij bij zich. Bovendien stond hij aan de wieg van de eerste theorieën over ‘aging’. Ik vind het bijzonder dat hij desondanks niet arrogant of betweterig is geworden, een eigenschap die je veel tegenkomt bij wetenschappers. Een goede leermeester helpt je om zelf tot een conclusie te komen. Ik weet nog dat ik voor een moeilijke keuze stond over een experiment. Aan het begin van ons gesprek vertelde ik hem dat methode A me het beste leek. Drie uur lang zaten we aan een bar. Hij luisterde goed naar me en stelde steeds vragen. Uiteindelijk kwam ik zelf tot de conclusie dat ik beter voor methode B kon gaan.

„Met zijn 88 jaar geeft hij nog steeds college. Hij vertelt zo bevlogen dat iedereen door hem gegrepen wordt. Gebeurt dat niet dan moet je haast wel ongeschikt zijn voor de wetenschap. Zelf geniet hij ook enorm van al die jonge mensen om zich heen en kan hij zich nog goed in hen verplaatsen. Hij leerde me dat jong talent energie geeft. Het werkt echt: mijn hele dag is goed als ik studenten om mij heen heb die echt nog iets willen ontdekken. Maar dat jeugdig enthousiasme hoeft dus niet altijd gelijk te lopen met je chronologische leeftijd, daarvan is George het levende bewijs.”