Uitspraak: Amsterdam moet asielzoekers bed, bad en brood bieden

In Amsterdam worden bedden in gereedheid gebracht. Op twee locaties in de hoofdstad wordt winteropvang ingericht voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Foto ANP / Lex van Lieshout

Amsterdam moet met onmiddellijke ingang nachtopvang, een douche, ontbijt en een avondmaaltijd bieden aan asielzoekers. Dat heeft de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vanochtend besloten.

De uitspraak heeft tot gevolg dat ook andere gemeenten per direct noodopvang voor uitgeprocedeerden moeten gaan bieden. De rechter heeft in de uitspraak rekening gehouden met de gebleken mensonwaardige omstandigheden in de Vluchtgarage en de situatie van diegenen die op straat leven.

Het Europees Comité voor de Sociale Rechten oordeelde eerder ook al dat er in Nederland een basisopvang - bed, bad en brood - moet zijn. Toch wil Teeven de vergadering van het Comité van Ministers in februari afwachten voordat hij verdere maatregelen neemt. Tot die tijd moeten gemeenten die voorzien in winteropvang voor illegalen, dit zelf betalen. Teeven wees eerder op de winterkouderegeling die in werking treedt zodra het vriest, waardoor er wel opvangmogelijkheden zijn.

Amsterdam maakt bedden klaar

Amsterdam besloot eerder al om uitgeprocedeerde asielzoekers deze winter onderdak te geven. In de stad verblijven zo’n 200 asielzoekers, verspreid over drie plekken. De gemeente maakt momenteel bedden klaar om 135 uitgeprocedeerden deze winter op te vangen. Tot half maart kunnen ze van de namiddag tot de volgende ochtend terecht op twee locaties. De gemeente houdt die nog even stil tot de omwonenden zijn geïnformeerd. De asielzoekers krijgen naast ontbijt, avondeten en een bed ook de mogelijkheid te douchen. Amsterdam loopt zo vooruit op het kabinetsstandpunt over de opvang van uitgeprocedeerden, dat over twee maanden duidelijk moet zijn. De gemeente wil daarop niet wachten, gelet op de naderende winter. De opvang kost de stad 870.000 euro.

Voorlopig oordeel

Het oordeel van de voorzieningenrechter in deze zaken is een voorlopig oordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraken geen hoger beroep instellen. De uitspraken in de bodemzaken moeten worden afgewacht. Bij de behandeling van de bodemzaken kan dan ook rekening worden gehouden met de wijze waarop de Raad van State in deze materie heeft beslist, alsmede met de reactie van de staatssecretaris. De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht.