‘Uitbreiding haven was zeker nodig’

Met de Tweede Maasvlakte is de haven van Rotterdam klaar voor de toekomst. Maar over de weg en het spoor valt nog veel te verbeteren, vindt havenbaas Castelein.

Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam: „De haven zit goed vol, over het hele jaar verwacht ik een groei van 5 procent voor de containers.” Foto Hollandse Hoogte

De Dag van de Haven, vandaag in Rotterdam, was altijd het moment dat het Havenbedrijf Rotterdam zijn jaarcijfers bekendmaakte. Maar daar is Allard Castelein dus mee opgehouden. „Ik ken geen bedrijf dat halverwege december al met jaarcijfers komt, ik wacht liever tot het jaar voorbij is”, aldus de begin dit jaar aangetreden directeur van het Havenbedrijf (omzet 600 miljoen euro, nettowinst in 2013: 227 miljoen).

Geen details dus vandaag, maar in grote lijnen valt er al genoeg te melden. Met de containeroverslag gaat het goed in 2014. Na een zwakke start nam het aantal containers dat in Rotterdam werd geladen of gelost flink toe, de laatste maanden was er een groei van circa 10 procent.

Castelein: „De haven zit goed vol, over het hele jaar verwacht ik een groei van 5 procent voor de containers.” Voor de drie overslagsectoren samen – containers, nat massagoed (ruwe aardolie, olieproducten) en droog massagoed (ertsen, kolen) – stond de teller eind oktober op 0,8 procent groei.

Minder florissant is de ontwikkeling bij energie en petrochemie. Castelein, afkomstig van Shell, ziet daar veel onzekerheden. „In de VS is schaliegas opgekomen. Dat is twee à drie keer zo goedkoop als gas hier en zet de Europese investeringen onder druk. Door nieuwe raffinaderijen in het Midden-Oosten en Azië kunnen de Europese raffinaderijen veel moeilijker concurreren op de wereldmarkt. We zullen flink ons best moeten doen om die volumes weer omhoog te krijgen.”

2014 is vooral het jaar dat de Tweede Maasvlakte af kwam. Jaren van extra investeringen zijn voorbij, volgende maand gaan de nieuwe, goeddeels geautomatiseerde, containerterminals van APM (van de Deense gigant Maersk) en het internationale consortium RWG van start. De terminals zijn inzet van een conflict: concurrent en marktleider ECT, met twee terminals op de Eerste Maasvlakte, verwacht dat veel banen verloren zullen gaan door overcapaciteit.

FNV Havens deelt die zorg en demonstreert vandaag in Rotterdam tegen het Havenbedrijf, dat volgens de vakbond te weinig doet om oudere havenwerkers die hun baan kwijtraken te ondersteunen. Het Havenbedrijf (30 procent van het Rijk, 70 procent van Rotterdam) is niet hun werkgever, zegt Castelein.

„De bedrijven zullen dit zelf moeten oplossen. We kunnen ook niet één sector gaan ondersteunen, we richten ons op de hele sociale infrastructuur. Maar we nemen dit wel serieus, we hebben een verbindende rol. We willen met alle partijen aan tafel om de omvang van het probleem te analyseren. We willen oplossingen zoeken, zoals bijscholen en herplaatsen van mensen, maar dat gaat trager dan ik zou wensen. Alleen ECT doet vreemd genoeg nog niet mee.”

Megaschepen

Het is ook nog maar de vraag of er zoveel overcapaciteit zal ontstaan, volgens Castelein. „Als de containeroverslag doorgroeit met de huidige percentages hebben we over een paar jaar geen overcapaciteit, maar voldoende capaciteit. Veel hangt af van de komende periode: hoe snel zijn de nieuwe terminals helemaal operationeel? Dat zal niet eerder dan in 2016 het geval zijn.”

„Zeker is dat Rotterdam deze uitbreiding nodig heeft. Ik ben net in Zuid-Korea geweest, de schepen die daar worden gebouwd worden steeds groter. Rederijen verwachten van havens dat hun megaschepen er terecht kunnen, dat de infrastructuur wordt aangepast. Zonder Maasvlakte 2 varen ze naar andere havens.”

Hoe vervelend is het dat de FNV dit feestje wil verstoren? „Ik ben een democraat in hart en nieren. Ik begrijp dat ze vragen om overleg.”

In de haven gaat het om lange termijnontwikkelingen. Castelein ziet veel mogelijkheden. „We hebben al bedrijven die actief zijn in de offshore. Dat kan verder worden ontwikkeld: ontmantelen van olieplatforms, bouwen van windparken op zee.”

Castelein: „We moeten aantrekkelijk zijn voor bedrijven die hier zaken willen doen. Die bedrijven kiezen op zuiver rationele gronden. Toen ze nog Nederlands waren, lag de keuze voor Rotterdam voor de hand. Nu zijn ze vaak onderdeel van een internationaal bedrijf, en wordt de beslissing genomen in Houston, Hongkong of Singapore.”

Het lastigste dossier in zijn eerste jaar noemt Castelein de mondiale ontwikkelingen: de klimaatverandering, de opkomst van Amerikaans schaliegas. De grootste uitdaging voor zijn tweede jaar vindt hij het verbeteren van het transport naar het achterland. „De nautische kant van de haven is heel goed geregeld, maar de verbindingen over land zijn niet optimaal, zowel over de weg, per binnenvaart als over het spoor. Dat is te versnipperd. Dat moet beter kunnen.”