Moderne Mozes met kinderlijke god

Xxx

Christian Bale als Mozes, dan nog een Egyptisch veldheer inExodus: Gods and Kings

De poster suggereert nog anders: Mozes is de nietige mens die het opneemt tegen de goddelijke golven van de Schelfzee. Zo kennen we hem. Zo staat het in de Bijbel beschreven: hoe de zee zich spleet en Mosjé zijn volk uit handen van de farao hield. Zo kennen we het ook uit de film: dat onvergetelijke beeld uit spektakelfilm The Ten Commandments (1956) waarin acteur Charlton Heston zijn staf ten hemel hief en er een wonder gebeurt.

Wonderen gebeuren er niet in de bijbelverfilming van Ridley Scott, die meer een oorlogs- dan een spektakelfilm maakte. Meer in de lijn van zijn eerdere epische films Gladiator en Kingdom of Heaven dus. Veel aandacht is er voor de slavenopstanden en de wording van Mozes, de halfbroer van Ramses II die verandert in diens aartsvijand, die transformeert van gezagsdrager tot revolutionair en uiteindelijk tot een politicoloog eerder nog dan een staatsman. Als hij tegen het einde eigenhandig de Tien Geboden in steen bijtelt, dan zijn dat geen goddelijke maar menselijke wetten, verkeersregels voor een samenleving die hij eerder heeft zien crashen.

Die menselijke maat treft ook de tien plagen van Egypte, die door een Egyptische hogepriester wetenschappelijk worden verklaard. En het is diezelfde wetenschappelijke geest die de overtocht naar het Beloofde Land mogelijk maakt door een soort tsunami, hoewel er inmiddels ook theorieën zijn dat het bij de juiste wind wel degelijk mogelijk is dat zich in de zee een muur van water opheft. Je kunt ook te rationalistisch zijn.

Dat alles maakt Exodus: Gods and Kings minder religieus, of zo je wilt minder spiritueel dan verwacht. Maar toch is het bijbelverhaal niet alleen maar een vehikel voor grootse massascènes en computertrucages. Scotts aanpak is eigenlijk onverwacht revisionistisch, en dat maakt deze film onder het zwelgen in ornamentale architectuur, onder goudstof rollende spierbundels en spannende achtervolgingen op veel te smalle bergpassen, zowaar ook nog interessant.

Want hoe vertel je een verhaal dat voor zoveel volken en religies de stutsteen van hun wezen is op een moderne, aansprekende manier die niemand voor het hoofd stoot? Amerikaanse critici merkten al op dat Scott in zijn ‘politieke correctheid’ zover was doorgeschoten dat hij de film misschien te wit had gewassen. Mozes is bij Scott een moderne man, soldaat, herder, leider tegen wil en dank. En in de rol van Christian – Batman – Bale werd hij van al zijn superheldentrekjes ontdaan. Als God aan hem verschijnt is het in de gedaante van een nog net niet drammerig kind. Misschien is het wel het kind dat hij zelf ooit was.

Dat beroemde moment aan de zee is niet een glorieuze bevestiging van zijn geloof, maar een moment van twijfel. Mozes heft niet als een soort Gandalf zijn staf om de wateren te bezweren, omdat hij weet dat hij God aan zijn zijde heeft, maar werpt bij de aanblik van al dat water mistroostig zijn zwaard in de zee. Dat zinkt rechtstandig naar beneden, en trilt in de zeebodem als een kompasnaald. Als bij het aanbreken van de dag een vallende ster precies op dat punt in de zee valt, ontstaat er een kosmische kwantumsplijting die groter is dan goden en wonderen, en daarom misschien wel echt een mirakel.

Het is op dergelijke momenten dat Exodus: Gods and Kings echt boven zichzelf uit mag stijgen, boven de broederstrijd, boven de man die met god en zijn geloof worstelt, boven de god die maar een dobbelend kind is tegenover de veel grotere natuurwetten en -krachten die ons universum telt.