Lekker fel, als een schaal vol met snoepjes

Het systeem om film te kleuren leidde tot kunstmatig naturalisme. Je bent er dol op of gruwt ervan: een tussenweg is er niet.

Gene Kelly vond het de mooiste kleuren die hij ooit zag en Fred Astaire zong er in de musical Silk Stockings jubelend over: Glorious Technicolor.

Technicolor was een systeem dat tussen de jaren dertig en vijftig kleur toevoegde aan films, maar weinig met realisme te maken had. Technicolor-kleur is diep verzadigd: het allerroodste rood, gras zo groen dat je er de hele dag in wilt liggen. Alles is verhevigd, ook huidtinten. Die moesten er natuurlijk uitzien, maar het is een babyachtig, romig roze met de gepolijste glans van een wassen beeld. De liefhebber wordt lyrisch van dit kunstmatige naturalisme. Wie felle kleuren niet verdraagt, gruwt ervan. Een tussenweg is er niet.

Technicolor kwam op in de jaren dertig, toen de films nog zwart-wit waren. Producenten die Technicolor wilden, moesten hun budget flink ophogen. Maar die extra investering betaalde zich uit: het publiek kwam er in groten getale op af en sprak na afloop vooral over de kleurenpracht – het verhaal deed er even niet meer zoveel toe. Wie Technicolor wilde, moest verplicht de kleurenconsulent van het bedrijf inhuren. Deze kende de beperkingen van het systeem – zo waren er veel filmlampen en speciale make-up nodig – en de klassieke kleurenleer: warme en koude kleuren, pure en complementaire kleuren, kleurintensiteit. Cameramannen moesten zich aan strenge regels houden: zo moest een primaire kleur altijd gepaard gaan met een neutrale achtergrond, en mochten contrasterende kleuren niet vloeken.

Toch werd kleur een bepalend element in de vertelling. Kleur speelt direct in op emoties, men ging daarbij te rade bij Goethes kleurenpsychologie: blauw is koud, rood is warm. Zo worden de rijke en blinkende kleuren in Gone with the Wind teruggeschroefd zodra de verwoestende Burgeroorlog uitbreekt. Ook kan je met de aandacht sturen, dingen benadrukken, emoties bekrachtigen, subtekst signaleren en spektakel bieden.

Een krachtig instrument dus, maar het mag slechts af en toe de aandacht trekken, anders haalt het de toeschouwer uit zijn droomwereld. Terughoudendheid werd de norm, met af en toe een assertief kleuraccent. Dit gold niet voor alle genres: in musicals en avonturenfilms mocht kleur wel een attractie op zich zijn. Gelukkig maar, want juist de vulgaire opzichtigheid van Technicolor spreekt zo tot de verbeelding: als een vol schaaltje in bonte papiertjes verpakte bonbons.