In liefdadigheid moet liefde zitten

Aan welke eisen moet een liefdadigheidsactie voldoen om daadwerkelijk liefdadig te zijn? Volgens Toine Janssen zijn er vier voorwaarden.

In Haarlem wordt het Glazen Huis van 3FM opgebouwd. Drie dj’s maken hier straks een week lang non-stop radio om geld in te zamelen voor meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van seksueel geweld. Foto ANP

Met de actie ‘Samen vieren we kerst’ vraagt supermarktketen Jumbo sinds een paar dagen aandacht voor maatschappelijke organisaties zoals de Voedselbank. Het idee: Jumboklanten kunnen een kerstpakket of een kerstdiner doneren aan mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

In zijn stuk van 11 december in nrc.next betoogt Christiaan Weijts dat de kritiek op deze actie – Jumbo zou de armlastigen misbruiken voor eigen naamsbekendheid, ijdelheid en gewin – naïef is. Zonder de berekenende liefdadigheid, de gift met het oog op het eigen imago, stelt hij, zouden de goede doelen wel kunnen inpakken. Helemaal in deze tijd, waarin niemand meer onbevangen en spontaan handelt, maar iedereen zich steeds bewust is van het beeld dat anderen van ons hebben.

Is hiermee alles gezegd? Moeten we berekenende liefdadigheid dan maar kritiekloos toejuichen, omdat ‘edelmoedige betrokkenheid’ iets van het verleden schijnt te zijn?

Ik denk het niet. Niemand zal beweren dat liefdadigheid helemaal puur en zonder eigenbelang is. Een liefdadigheid die volledig om het eigen gewin draait, is natuurlijk echter geen charitas meer. Maar wat is een aanvaardbaar niveau van eigenbelang in liefdadigheid? Dat is een interessante kwestie. Om werkelijk liefdadig te zijn, moet een actie volgens mij aan een paar eisen voldoen.

1 Het offer moet vrijwillig zijn en niet afgedwongen

Als ik alleen aan een goed doel doneer omdat de media of mijn directe omgeving me bij weigering bestraffen, bedrijf ik geen liefdadigheid. De Ice Bucket Challenge voerde bijvoorbeeld door zijn kettingbriefvorm de sociale druk op mensen, vooral beroemdheden, in zoverre op dat het bezwijken voor die druk nauwelijks nog als goede daad kon worden gezien. Ook bij Serious Request doet de alomtegenwoordigheid van het initiatief afbreuk aan de vrijheid er wel of niet aan mee te doen. En giften bij de buurtsuper, waar geven of meedoen een vanzelfsprekendheid is en meedoen gemakkelijker is dan weigeren, zijn niet heel grootmoedig.

2 De gift moet je iets ‘kosten’

Een uurtje van je gewone werk veilen voor een goed doel, of je beroemdheid als betaalmiddel inzetten – het kan natuurlijk wat opleveren. Maar het kost je weinig tot niets en je zou jezelf er niet voor moeten laten bewieroken.

Hier is de actie van de Jumbo problematisch, vanwege de gekozen actievorm. Je koopt namelijk (coupons voor) etenswaren bij Jumbo, die de supermarktketen levert, aanvult en naar behoeftigen brengt. Je kunt niet gewoon geld geven aan betrokken organisaties als de Voedselbank en het Leger des Heils, om dat door Jumbo te laten verdubbelen. Dus wat kost deze actie Jumbo eigenlijk? Misschien wel niets. Misschien verdient het bedrijf er zelfs aan, vanwege de extra inkomsten. Op de website van de actie, www.samenvierenwekerst.nl, wordt de rekensom niet gemaakt.

3 Een gift mag jou zelf niets opleveren

Of in elk geval: het moet je minder opleveren dan kosten, en de eventuele opbrengst moet niet de reden zijn waarom je handelt. Bij Serious Request is het duidelijk in het voordeel van allerlei beroemdheden (wier marktwaarde van hun bekendheid afhangt) om deel te nemen. Bij de actie van Jumbo zijn de kosten en baten niet duidelijk, evenals de naamsbekendheid en goodwill die de actie oplevert.

4 In liefdadigheid moet liefde zitten

Het laatste en belangrijkste punt. Het Engelse woord charity betekent zowel naastenliefde als liefdadigheid. Liefdadigheid moet caritas zijn. Op zijn minst moet er dus enige zorg uit spreken en oprechte belangstelling voor een ander, die je kostbaar, carus moet zijn.

In onze wereld is die ander, de ontvanger, doorgaans onzichtbaar – oorlogen en hongernoden zijn vaak ver weg. Daarom is het juist zo belangrijk die ander in het oog te houden.

Op dit punt lijkt de Jumbo-actie beter te scoren: vraagt de reclamespot niet expliciet aandacht voor mensen die „leven in eenzaamheid en soms buiten in de kou”? En vraagt het lied je niet uitdrukkelijk om jezelf in een ander te verplaatsen en eens om je heen te kijken? Ja, maar vervolgens wordt deze aandacht voor de medemens (en de goede doelen die hem of haar helpen) bedolven onder beelden van mensen die in Jumbosupermarkten gerechtcoupons kopen, medewerkers die in Jumbomagazijnen pakketten samenstellen en Jumbovrachtwagens die het land doorkruisen. Als de beelden terug zouden komen in de tekst, zou je iets krijgen als: „Kerstmis JUMBO JUMBO vier JUMBO je samen JUMBO JUMBO JUMBO.”

De expliciete boodschap van de reclamespot luidt: ‘dit is een bijzondere tijd van het jaar, denk eens niet aan jezelf, maar aan die eenzame, buitengesloten ander die in de kou staat en vergeten dreigt te worden’. De impliciete : ‘...en doe vooral boodschappen bij ons’.

Wij van Jumbo denken aan Jumbo.

Is dit allemaal geneuzel of azijnpisserij? Ik denk het niet. Als liefdadigheid sluipenderwijs in marketing verandert en eigenbelang het belang van een ander wegdrukt, zal het niet lang duren totdat de behoefte om goed te doen wordt aangetast. Als een goede daad een excuus wordt om jezelf in het zonnetje te zetten, zullen mensen gauw een excuus vinden er niet aan mee te doen. Want wie schaad je dan nog met je onverschilligheid, behalve jezelf?

Goede doelen verlangen goede motieven.