Hollywood versus de hackers, part 2

Op een afgelegen parkeerterrein van Sony’s filmstudio in Culver City kun je je nog laten fotograferen naast de ECTO-1, de auto uit de comedy Ghostbusters (1984). Een ambulance die spoken verjaagt, die zou goed van pas komen in Sony’s strijd tegen ongrijpbare cybercriminelen.

Even terugspoelen. Eind november werd Sony Pictures Entertainment getroffen door een hack die het bedrijf verlamde. De inbraak werd aanvankelijk toegeschreven aan  Noord-Korea. Dat land protesteerde  tegen de film The Interview waarin de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un belachelijk wordt gemaakt.

De link met Noord-Korea lijkt bijzaak; naarmate meer informatie vrijkomt uit de gestolen bestanden blijkt dat de hackers Sony aan de schandpaal willen nagelen als een bedrijf dat het internet ‘kapot’ wil maken. De straf van de hackers is publiciteit. Nieuwe films lekken uit, net als het telefoonnummer van Brad Pitt en het plot van de volgende James Bond-film. De pers smult van pijnlijke mailwisselingen over verwende filmsterren en hun salarissen.

De modus operandi – strategisch lekken van brokken ruwe informatie – doet denken aan WikiLeaks. Sony waarschuwt journalisten om niet mee te werken aan de onthullingen: er zijn geen misdaden gepleegd en gestolen bedrijfsgeheimen mogen niet buiten de huiselijke kring vertoond worden. Het is vergeefse moeite. Slecht nieuws over filmsterren wordt te goed gelezen.

Het is Hollywood versus de hackers, part 2. De filmindustrie wil voorkomen dat dvd’s gratis verspreid worden via het web. Daartegenover staan internetpiraten en internetpuristen die vinden dat alle informatie vrij toegankelijk moet zijn. Zelfs al zit er auteursrecht op.

Sony lobbyt voor methodes om ruilnetwerken plat te leggen en internetverkeer naar discutabele bestemmingen te blokkeren. Samen met andere filmmaatschappijen probeert Sony ook Google te dwarsbomen, het bedrijf dat zich juist inspant voor een vrije stroom van informatie. Google verdient immers geld met het plaatsen van advertenties bij populaire links, waar ze ook naar verwijzen.

Het lijkt niet toevallig dat ’s werelds populairste ruilnetwerk The Pirate Bay kort na de Sony-kraak uit de lucht verdween. Deze Zweedse website staat symbool voor de ruilnetwerken waar Hollywood de pest aan heeft – en waar ook de gestolen Sony-films rouleren.

Sony probeert de illegale verspreiding te dwarsbomen door nepbestanden te uploaden en servers te overbelasten. Er zal waarschijnlijk ook een telefoontje naar Zweden gegaan zijn: vorige week werden de servers van The Pirate Bay in beslag genomen in een datacentrum bij Stockholm.

Sony is een dankbaar doelwit van hackers. Al jaren. Het bedrijf maakt zowel elektronica als films, muziek en software en dat resulteert in draconische kopieerbeveiliging. De minidisk en de digitale walkman kregen een onhandig audioformaat, Sony installeerde onsmakelijke software zodra je een muziek-cd in je computer stopte. Een ander hoogtepunt was de rechtszaak tegen George Hotz, die Sony’s spelcomputer PlayStation 3 kraakte. Uit protest legde de Anonymous-beweging (nerds met masker en sikje) het PlayStation-netwerk herhaaldelijk plat.

The New Yorker wijdde dit jaar een portret aan Hotz, een briljante hacker die ook Apple’s slot op de iPhone onklaar maakte. „I live by morals, not by laws. Laws are made by ass-holes.” Hotz werkt nu als veiligheidsexpert bij Google, om onontdekte gaten in software te vinden.

Ondertussen probeert Sony wanhopig zijn eigen gaten te dichten. Dat is te laat; de geest is uit de fles. Waar zijn de Ghostbusters als je ze nodig hebt?