Het leven is mooi, hierboven

Grote kans dat je iemand boven de twee meter tegenkomt deze maand. In de weekenden zijn er twee keer zo veel steltlopers als normaal. De opleiding kost niks, behalve doorzettingsvermogen. Want ja, leren vallen hoort er ook bij.

Voor het eerst van mijn leven buig ik mijn hoofd om door een deuropening te gaan. Vandaag ben ik 75 centimeter langer dan normaal. Voor iemand die altijd de kleinste is, voelt dat als de hemel.

December is met 25 klussen per weekend de drukste periode van het jaar voor steltloopbedrijf Kunst op Stelten. Dat zijn twee keer zo veel klussen als in andere maanden. In Nederland en België voeren ze hun ‘IJskoninginnen op Stelten’ op, een act waarbij steltlopers in sneeuwwit kostuum en verlichte hoepelrokken optreden op kerstmarkten, straatparades, bedrijfsfeesten en ijsbanen.

In de gymzaal zijn zes leerlingen, zeven paar stelten, een dikke blauwe gymmat en drie trainers. Martine Seijsener, Jasper Gieling en Jelleke Jorritsma begeleiden hen vandaag.

Een officiële steltenloopopleiding bestaat niet. De meeste steltlopers zijn zzp’er, ze leren het vak in de praktijk of bij een van de steltloopclubs waarvoor ze freelancen. Martine en Jasper, van Kunst op Stelten, leiden sinds dit jaar zelf mensen op. De opleiding kost geen geld, wel willen ze je, als je het steltlopen eenmaal kunt, inhuren voor ongeveer 150 euro per optreden. Als onderdeel van hun opleiding geeft Jelleke met haar bedrijf Jelicious valtraining aan hun leerlingen.

Een stapje mis

Ze nemen vooral dansers aan, vertelt Martine, die ze selecteren na een auditie en een interview. Dansers zijn fit en soepel, hebben een goede balans en pikken choreografieën snel op. Even schieten me de groepslessen op de sportschool te binnen, en hoe ik altijd één pasje achterliep op de rest, maar die herinnering duw ik weg. Je wilt langer worden of niet.

Jasper en Martine helpen me met het vastmaken van de stelten. Ze lopen aan weerszijden en houden mijn handen vast, alsof ze mijn vader en moeder zijn. Ik krijg het warm, zoek mijn balans, hou mijn ouders vast, verontschuldig me voor mijn zweethandjes. „We zijn wel wat gewend,” zegt Jasper.

We gaan de gymzaal door, ik concentreer me op hun instructies. Neem grote stappen. Leun naar voren. Trek je benen op, alsof je een paard bent. Blijf in beweging. Verkramp niet.

De anderen hebben nu zo’n zes trainingen van de opleiding gehad. Als giraffen lopen ze door de gymzaal, met grote, trage passen, alsof ze de ruimte overgenomen hebben.

Jelleke, ook op stelten, geeft aanwijzingen. Af en toe loopt ze achteruit, achteloos, alsof ze gympies draagt. Een van de meiden loopt naar de kant. „Even deo spuiten, hoor” , zegt ze en ze plukt, op één stelt staand, haar rugzak van de bank.

Vallen en opstaan

Leren vallen hoort erbij. Zeker als je in de winter in je IJskoninginnenkostuum optreedt en de grond glad is. Bij de valtraining leer je om je armen tijdens de val in de lucht te gooien, alsof je in de Python zit. Doe je je handen naar voren, dan breek je zo je pols of elleboog.

„Hoe doe je dat als je valt met je hoepelrok?” vraagt iemand bezorgd. Martine antwoordt: „De buizen die erin zitten zijn flexibel” Na het vallen maakt de rest een steltloopommetje door de kou. Ik oefen in de gymzaal met Jasper. Het is er stil zonder de anderen, je hoort alleen het geluid van de noppen op de vloer. ‘Probeer gelijkmatiger te lopen,’ zegt Jasper.

„Volgens mij heb ik hem door!” roep ik even later, en val vervolgens bijna om. Weer concentreren, nu.

We gaan naar buiten. In de kleedkamer reik ik naar beneden, naar mijn jas. Al bij de eerste stap buiten wiebelt mijn rechterstelt; het richeltje tussen twee stoeptegels voelt als een dal. „Blijf bij me, hè?” zeg ik tegen Jasper. Zijn arm, een paar centimeter onder mijn rechterhand, is nu even het belangrijkste in mijn leven.

„Pas op je hoofd”, zegt hij. Als ik opkijk raak ik bijna de tak van een boom. Nooit eerder heb ik hierover nagedacht, maar van op takhoogte zijn word je dus heel gelukkig. Mooi ook eigenlijk, om de daken van auto’s te kunnen zien, en hoe de weg de bocht om gaat.

Dan zet ik mijn eerste stapjes, zonder Jaspers arm. Ik ben 2,40 meter hoog en loop helemaal zelf. Het leven is mooi, hierboven.