Grens gesteld aan groeiende macht zorgverzekeraars

Als het wetsvoorstel van Schippers was aangenomen, hadden zorgverzekeraars minder hoeven te vergoeden.

1 Waar ging het wetsvoorstel van minister Schippers over?

Minister Schippers (Zorg, VVD) wil dat er minder geld wordt uitgegeven in de gezondheidszorg en dat zorgverzekeraars de rekening van te dure of slecht presterende ziekenhuizen en artsen niet hoeven te vergoeden.

Het laatste obstakel om dat doel te bereiken, was artikel 13 van de Zorgverzekeringswet. Die wet bepaalt dat zorgverzekeraars nu altijd circa 70 procent moeten vergoeden van de zorg die aan verzekerde patiënten wordt verleend. Ook als patiënten naar ziekenhuizen of artsen gaan die geen contract hebben met de verzekeraar. En ook als ze naar een luxe afkickkliniek gaan die reisjes aanbiedt naar Zuid-Afrika en waarvan onbekend is of deze goede zorg levert.

De wijziging van artikel 13 moest zorgverzekeraars de macht geven om strenger te zijn: ze zouden de rekening van sommige ziekenhuizen (die zij te duur vinden of te zwak) niet meer hoeven te vergoeden. Patiënten zouden dan vanzelf uitwijken naar de ziekenhuizen die hun zorgverzekeraar wél goed vond. De wetswijziging zou pas gevolgen hebben voor de zorgpolissen die voor 2016 worden afgesloten, niet die voor komend jaar. Patiënten zouden daardoor ook minder vrij zijn om hun eigen ziekenhuis te kiezen. Met je gebroken arm, bijvoorbeeld, zou je niet meer de ziekenhuizen vergoed krijgen als de verzekeraar met hen geen contract had afgesloten. Daarom is de geplande wetswijziging onder artsen de ‘afschaffing van de vrije artsenkeuze’ gaan heten.

2 Mag een verzekerde nu met elk type polis naar elk ziekenhuis?

Er bestaan nu twee soorten polissen: de naturapolis en de restitutiepolis.

Bij de naturapolis selecteert de verzekeraar vooraf de arts. Dat gebeurt dus al, maar nu wordt nog circa 70 procent van de rekening vergoed als een patiënt tóch voor een niet-gecontracteerd ziekenhuis kiest. Overigens worden nog altijd veruit de meeste ziekenhuizen gecontracteerd.

Bij de restitutiepolis kiest de verzekerde zelf zijn arts en de rekening declareert hij of zij bij de verzekeraar.

De meeste Nederlanders hebben een naturapolis. Dit jaar werd een variant hierop populair: de budgetpolis. Deze is bedoeld voor mensen die denken dat ze nooit naar een arts hoeven. De polis vergoedt verhoudingsgewijs weinig ziekenhuizen, maar is wel goedkoper. 600.000 Nederlanders hebben zo’n budgetpolis.

3 Waarom was er zoveel verzet tegen de wet van Schippers?

Na het besluit in de Eerste Kamer juichten artsen, verpleegkundigen, patiënten- en artsenclubs op Twitter. De Landelijke Huisartsenvereniging is „verheugd”, psychiater Erik van Duijn noemt het een „overwinning van patiënten op zorgverzekeraars.”

Die reactie tekent de emotie waarmee het debat maandenlang gevoerd is. Artsen zagen tot hun afschuw dat de verzekeraars een nog prominentere rol zouden krijgen in de zorg.

Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet (2006) zijn de verzekeraars regisseur in de ziekenhuiszorg. Artsen vrezen dat verzekeraars steeds meer macht krijgen en zich straks ook inhoudelijk zullen kunnen bemoeien met hun apparatuurkeuze en diagnoses.

Belangenorganisaties en artsen wezen continu op het principiële „recht op vrije keuze” en voegden daar vaak aan toe: „Het staat in de grondwet.” Op metrostations verschenen metershoge advertenties. Een knalrode poster met de tekst: ‘Red de vrije artsenkeuze’. Zorgverzekeraars haastten zich die verwijten te ontkrachten. Ze maanden tot rust en verklaarden dat zij een groot aanbod aan artsen zouden blijven faciliteren. Maar die geruststellende woorden hielpen niet: artsen bleven ervan overtuigd dat de macht van de verzekeraars niet groter mag worden.

4 Waarom is de wet belangrijk voor het kabinet?

De kosten in de zorg groeien steevast harder dan de Nederlandse economie. De minister ziet dat als probleem. In de markt van zorgverzekeraars gaat jaarlijks 45 miljard euro om; in de totale Nederlandse gezondheidszorg 90 miljard (met onder meer de langdurige zorg voor ouderen en chronisch zieken).

Schippers heeft de wijziging van artikel 13 altijd met hand en tand verdedigd. Dat drie senatoren van regeringspartij PvdA de doorslaggevende tegenstemmen gaven is pijnlijk voor de minister. Ze spreekt van „een heel grote teleurstelling”.

De wijziging van artikel 13 was onderdeel van een zorgakkoord dat werd gesloten tussen ziekenhuizen, verzekeraars, patiënten- en artsenverenigingen. Door „doelmatiger” te werken zou 1 miljard euro bespaard kunnen worden. Dat was een politiek doel, een afspraak.

Het is niet zo dat de minister nu op zoek moet naar 1 miljard euro. Het veranderen van artikel 13 is slechts een deel van het zorgakkoord en zou volgens Schippers, zo zei ze vorige week, een besparing opleveren van 200 miljoen euro. Over dat bedrag bestaat onenigheid. De vraag is of de verzekeraars, patiënten en ziekenhuizen nieuwe afspraken gaan maken.

Dat blijkt ook uit de korte, wat onderkoelde, verklaring van de branchevereniging van zorgverzekeraars op het uiteen spatten van het wetsvoorstel: „Zorgverzekeraars Nederland is teleurgesteld […] De verzekeraars beraden zich op de ontstane situatie en de consequenties daarvan voor hun steun aan de zorgakkoorden en de daarin vastgelegde kostenbeheersing.”