En minister Schippers wilde nog een stap verder gaan

de afschaffing van de vrije artsenkeuze Drie PvdA-senatoren stemden tegen een belangrijk wetsvoorstel van minister Schippers. Daardoor zouden verzekeraars minder hoeven te betalen aan verzekerden.

1 Waar ging het wetsvoorstel van minister Schippers over?

Minister Schippers (Zorg, VVD) wil dat er minder geld wordt uitgegeven in de gezondheidszorg en dat zorgverzekeraars de rekening van te dure of slecht presterende ziekenhuizen en artsen niet hoeven te vergoeden.

Het laatste obstakel om dat doel te bereiken, was artikel 13 van de Zorgverzekeringswet. Die wet bepaalt dat zorgverzekeraars nu altijd zo’n 70 procent moeten vergoeden van de zorg die aan een verzekerde patiënt wordt verleend. Oók als de patiënt naar een ziekenhuis of arts gaat dat geen contract heeft met de verzekeraar. En ook als de patiënt naar een luxe afkickkliniek gaat die reisjes aanbiedt naar Zuid-Afrika en waarvan onbekend is of er goede zorg wordt geleverd.

De wijziging van artikel 13 moest zorgverzekeraars de macht geven om strenger te zijn: ze zouden de rekening van sommige ziekenhuizen (die zij te duur vinden of te zwak) niet meer hoeven te vergoeden. Patiënten zouden dan vanzelf uitwijken naar de ziekenhuizen die hun zorgverzekeraar wél goed vond. Patiënten zouden daardoor ook iets minder vrij zijn om hun eigen arts te kiezen. Met je gebroken arm, bijvoorbeeld, zou je niet meer bij ziekenhuizen terechtkunnen als de verzekeraar met hen geen contract had afgesloten. Daarom is de geplande wetswijziging onder artsen de ‘afschaffing van de vrije artsenkeuze’ gaan heten.

2 Mag ik nu met alle soorten polissen naar elk ziekenhuis?

Er bestaan nu twee soorten polissen: de naturapolis en de restitutiepolis.

Bij de naturapolis selecteert de verzekeraar vooraf de arts. Dat gebeurt dus al, maar nu wordt nog 70 procent van de rekening vergoed als een patiënt tóch voor een niet-gecontracteerde arts kiest. Overigens worden nog altijd veruit de meeste ziekenhuizen nog gecontracteerd.

Bij de restitutiepolis kiest de verzekerde zelf zijn arts en de rekening declareert hij of zij bij de verzekeraar.

De meeste Nederlanders hebben een naturapolis, die goedkoper is. Dit jaar werd een laatste, nog goedkopere polis, erg populair: de budgetpolis. Deze is bedoeld voor mensen die denken dat ze nooit naar een arts hoeven, en de polis vergoedt verhoudingsgewijs weinig ziekenhuizen en zorgverleners, maar is wel goedkoop. 600.000 Nederlanders hebben zo’n budgetpolis.

3 Waarom was er zoveel verzet tegen de wet van Schippers?

Na het besluit in de Eerste Kamer juichten artsen, verpleegkundigen, patiënten- en artsenclubs op Twitter. De Landelijke Huisartsenvereniging is „verheugd”, psychiater Erik van Duijn schrijft over een „overwinning van patiënten op zorgverzekeraars.”

In die laatste reactie is de emotie te zien die het debat maandenlang heeft getekend. Artsen zagen tot hun afschuw dat de zorgverzekeraars een nog prominentere rol zouden krijgen in de zorg. Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet (2006) zijn de verzekeraars regisseur in de ziekenhuiszorg. Artsen vrezen dat verzekeraars steeds meer macht krijgen en zich straks ook inhoudelijk gaan bemoeien met hun apparatuurkeuze en diagnoses.

Belangenclubs en artsen wezen continu op het principiële „recht op vrije keuze” en voegden daar vaak aan toe: „Het staat in de grondwet.” Op metrostations verschenen metershoge advertenties. Een knalrode poster met de tekst: ‘Red de vrije artsenkeuze.’ Stuntje van de consumentenbond en diverse zorgbelangenclubs. Zorgverzekeraars haastten zich dan weer om de emoties te ontkrachten. Rustig aan, zeiden zij, wij zullen een groot aanbod aan artsen blijven faciliteren. Maar die geruststellende woorden hielpen niet: artsen bleven ervan overtuigd dat de macht van de verzekeraars niet groter mag worden.

4 Waarom is de wet belangrijk voor de minister?

Schippers heeft de wijziging van artikel 13 altijd met hand en tand verdedigd. Dat drie senatoren van nota bene regeringspartij PvdA de doorslaggevende tegenstemmen hebben gegeven is pijnlijk voor de minister. Ze spreekt van „een heel grote teleurstelling”.

De wijziging van artikel 13 was onderdeel van een zorgakkoord, dat werd gesloten tussen verzekeraars, patiënten- en artsenverenigingen. Door „doelmatiger” te werken zou 1 miljard euro bespaard kunnen worden. In de markt van zorgverzekeraars gaat jaarlijks 45 miljard euro om; in de totale Nederlandse gezondheidszorg 90 miljard (de andere helft gaat naar de langdurige zorg voor ouderen en chronisch zieken). De kosten groeien steevast harder dan de Nederlandse economie; de minister ziet dat als probleem.

Het is niet zo dat de minister nu op zoek moet naar 1 miljard euro. Het veranderen van artikel 13 is slechts een deel van het zorgakkoord en zou volgens Schippers, zo zei ze vorige week, een besparing opleveren van 200 miljoen euro. Over dat bedrag bestaat overigens onenigheid, maar zeker is dat de verzekeraars, patiënten en artsen zich opnieuw moeten buigen over het zorgakkoord.

Dat blijkt ook uit de korte, wat onderkoelde, verklaring van de branchevereniging van zorgverzekeraars op het uiteen spatten van het wetsvoorstel: „Zorgverzekeraars Nederland is teleurgesteld […] De verzekeraars beraden zich op de nu ontstane situatie en de consequenties daarvan voor hun steun aan de zorgakkoorden en de daarin vastgelegde kostenbeheersing.” Schippers zelf kon de implicaties gisteren ook nog niet overzien: „De grote vraag is wat ons nu te doen staat.”