De vampier is ook maar een beetje aanklooiende nerd

De mockumentary, oftewel de nepdocumentaire, is een genre dat tenminste teruggaat op de fameuze radio-uitzending War of the Worlds van Orson Welles. Hij joeg in 1938 Amerikanen de stuipen op het lijf die dachten dat marsmannetjes de aarde hadden aangevallen. Maar eigenlijk is het idee van een fictief werk dat zich presenteert als waar – vaak in de vorm van een zogenaamd teruggevonden manuscript – nog veel ouder. Vooral in horror en gothic is het een geliefde truc om het verhaal eng te maken, want echt en waargebeurd. Op film is dat zelden sterker gedaan dan met de zogenaamde teruggevonden amateurbeelden van The Blair Witch Project (1999); talloze malen nagedaan, ook door de makers zelf, maar nooit geëvenaard.

What We Do in the Shadows staat in die traditie en gaat over een groepje samenwonende vampiers in een uitermate smerig huis in provinciestad Wellington in Nieuw-Zeeland. Maar de makers zetten het middel niet in om de horror enger te maken – hoewel er een paar fijne shocks voorbij komen – maar om de spot te drijven met het vampiergenre; de opgeblazen puberromantiek van de Twilight-reeks smeekte erom.

Deze vier samenwonende vampiers zijn ook – heel letterlijk – eeuwige pubers, maar veel om over te zwijmelen hebben ze niet. Na al die eeuwen op elkaars lip zijn ze op elkaar uitgekeken; de dagelijkse irritaties van het samenleven beginnen na een paar honderd jaar behoorlijk op te lopen. Dat ze om te overleven afhankelijk zijn van menselijk bloed is vooral onhandig: „Is het nu werkelijk te veel gevraagd om eerst wat kranten op de grond te leggen, als je bezoek krijgt”, zegt Viago, de meest propere van het stel. Denk aan de legendarische comedyserie The Young Ones, maar dan met vampiers.

De mockumentary maakt momenteel een grote bloei door. Niet zozeer in de bioscoop, maar op televisie: sommige van de meest succesvolle televisiekomedies van dit moment zijn vormgegeven als pseudodocumentaires: de Amerikaanse versie van The Office, Parks and Recreation en Modern Family. Ook veel internetsatire speelt met de clichés en vormen van nieuws- en informatieve programma’s; vaak hoeven er maar een of twee details te veranderen om iets belachelijk te maken. Denk ook aan de fraaie montages van Lucky TV of aan Arjen Lubach die in zijn late show graag speelt met clichés van de consumentenrubriek. Daarin past ook What We Do in the Shadows dat speelt met de conventies van de fly on the wall-aanpak, waarbij de documentairemaker doet alsof hij er helemaal niet is, en louter registreert. Alleen is het camerateam hier behangen met crucifixen.

De vampiers zijn niet cool, ze zijn nerds. Vladislav, gespeeld door schrijver en regisseur Jemaine Clement – bekend van het duo Flight of the Concords – meet zich de air aan van een Lord Byron, maar is eigenlijk bang voor zijn ex-vriendin. Taika Waititi, tevens co-auteur en co-regisseur, is de huiselijke Viago. Dan is er nog Petyr, de hoogbejaarde – want 8.000 jaar oude – nestor. En Deacon, een voormalige nazi-vampier: „Na de oorlog waren nazi’s niet meer zo populair, laat staan vampiernazi’s.” Hun nachtelijke sleur wordt opgeschud als ze gezelschap krijgen van een nieuwe vampier, die zojuist aan zijn eeuwige leven is begonnen en op zoek is naar woonruimte.

Wat volgt zijn uitjes naar de disco, ongewenst bezoek van de politie en onvriendelijke ontmoetingen met weerwolven die de vampiers uitschelden (‘Fagula!’) Zonder al te veel samenhang of plot hobbelt de film voort – in een heerlijk smerig decor. Niet dramatisch, wel sympathiek en geestig.