De macht van de Eerste Kamer – en van de zorgverzekeraars

De Eerste Kamer heeft minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) een pijnlijke nederlaag bezorgd en het kabinet in een penibele situatie gebracht. Notabene door toedoen van drie van de veertien senatoren van regeringspartij PvdA. Zij haalden een streep door een wetsvoorstel dat een verdere beperking van de vrije artsenkeuze regelde en verzekeraars zo meer de mogelijkheid bood om de kosten van de zorg te beteugelen. Door zich te voegen bij de tegenstemmen van CDA, PVV, SP, 50Plus, PvdD en OSF gaf het PvdA-trio de doorslag en zorgde het voor een explosieve sfeer op het Binnenhof.

Waar dat toe leidt, is afwachten. Maar dat minimaal de verstandhouding tussen de coalitiepartners VVD en PvdA erdoor verslechtert, staat wel vast. Tegelijk bezorgde de meerderheid van de Eerste Kamer tegenstanders van het wetsvoorstel – artsen, patiëntenorganisaties, Consumentenbond – wel een prettige avond.

Dat de al gegroeide macht van de zorgverzekeraars niet zonder risico is, bleek gisteren uit een schrijnend praktijkvoorbeeld dat in deze krant werd beschreven. Een 82-jarige vrouw had automatisch haar verzekering verlengd, een relatief goedkope budgetpolis die in de huidige situatie al de vrije artsenkeuze beperkt. Ze ging voor een licht onderzoek naar het ziekenhuis bij haar in de regio. Maar het bleek medisch noodzakelijk haar daar langer te houden en te opereren. De vrouw werd niet meer wakker uit de narcose.

Nabestaanden ontdekten ruim een half jaar later een rekening met onder de streep een bedrag van meer dan 14.000 euro. Te betalen binnen veertien dagen, en niet (volledig) declarabel bij de zorgverzekeraar. Het ziekenhuis behoorde niet tot diens contractpartners.

Het komt ook voor dat ziekenhuizen volgens hun contract met een verzekeraar de ene ingreep wel en de andere niet mogen verrichten. De patiënt/cliënt zelf heeft daar meestal geen idee van, en zeker eenmaal op de operatietafel gelegen zal het verwerven van die kennis niet tot zijn prioriteiten behoren. Evenmin bij de arts.

Zo’n 600.000 Nederlanders hebben nu een budgetpolis.

De conclusie is dat verzekeraars hun klanten veel duidelijker dienen te maken waartegen ze wel of niet verzekerd zijn. Op een budgetpolis mag best in grote letters een alarmerende waarschuwing worden geplaatst dat de verzekerde zich tegen menige ingreep niet heeft ingedekt, althans niet in het ziekenhuis van zijn voorkeur. De verzekerden zelf moeten zich er veel beter van vergewissen wat voor polis ze afsluiten. Het besluit dat ze daarover in december kunnen nemen, vergt een zorgvuldiger afweging dan menigeen zich veroorlooft. Ook nu de wet van minister Schippers is verworpen, blijft deze kritische blik onverminderd noodzakelijk.