Crisis PvdA slaat over op kabinet

Drie PvdA-senatoren brengen coalitie in grote nood met tegenstem bij beperking vrije artsenkeuze.

De Hofvijver in Den Haag, gisteravond, met links van het midden het Torentje van premier Rutte. Foto David van Dam

Het getal van deze crisis: drie. Een drievoudige leiderschapscrisis in de PvdA. Een kabinet dat, na een jaar van relatieve stabiliteit dankzij drie constructieve oppositiepartijen, in het begin van zijn derde jaar tot wankelen wordt gebracht door drie PvdA-senatoren.

Gisteren kwam het kabinet onverwacht in doodsnood – en vanochtend, na een korte nacht, leek een oplossing moeilijk te worden. Zo moeilijk dat je van diverse zijden kon vernemen dat elke uitkomst denkbaar was – inclusief het einde van het kabinet.

Inhoudelijk gaat het om de ‘vrije artsenkeuze’. Voor minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) elementair beleid om de marktwerking in de zorg te vervolmaken: door zorgkosten alleen nog te vergoeden voor hulp van bepaalde specialisten, hebben verzekeraars in haar ogen een beter instrument in handen om de kosten van de zorg te drukken.

Vorige week donderdag vernam de VVD-top dat een venijnig probleem dreigde te ontstaan. Voorzitter Loek Hermans van de senaatsfractie meldde in het VVD-bewindspersonenoverleg dat enkele PvdA-senatoren zich tegen de beperking van de vrije artsenkeuze zouden keren. Het ging toen nog om twee senatoren: Adri Duivesteijn en Marijke Linthorst – het principiële verzet van Guusje ter Horst werd pas gisterochtend bekend.

Vooral Schippers was zeer ontstemd over deze dreiging, maar zij werd gerustgesteld door berichten uit PvdA-kring dat het zo’n vaart niet zou lopen. Zo kon het gebeuren dat pas gisterochtend in de hoogste coalitiekringen duidelijk werd dat PvdA-fractieleider Marleen Barth de regie over haar fractie had verloren: drie senatoren hadden besloten tegen te stemmen.

Inderhaast werden drie bewindslieden opgetrommeld om het probleem uit de wereld te helpen. Naast Schippers als vakminister ging het om Asscher (die Duivesteijn vorig jaar een crisis inzake de corporaties uit het hoofd praatte) en staatssecretaris Van Rijn (die al in de jaren tachtig, toen nog als PvdA-voorzitter van de afdeling Den Haag, bemiddelde in vele conflicten rond toenmalig wethouder Duivesteijn).

Maar deze keer was de uitkomst ontluisterend: Duivesteijn en zijn collega’s hielden voet bij stuk - en zo stond de coalitie ineens voor een bijna onoplosbaar probleem.

De VVD, daartoe aangezet door Schippers, eiste snelle reparatie van de schade. Maar de PvdA had geen idee of die nog te leveren was.

De coalitie werd zo geconfronteerd met een zwakte die zij sinds haar start heeft. De afwezigheid van een meerderheid in de Eerste Kamer werd sinds vorig najaar opgevangen met steun van drie constructieve oppositiepartijen in de Tweede Kamer. Vanuit het idee dat die Tweede Kamerfracties greep hadden op hun collega’s in de senaat. De ironie is dat uitgerekend de PvdA, als coalitiepartij, die greep niet blijkt te hebben.

Het illustreert de leiderschapscrisis waarin die partij verkeert. Samsom heeft al langer moeite zijn Kamerfractie in het gareel te houden. Zijn collega Barth in de Eerste Kamer – onlangs opnieuw aangewezen als lijsttrekker bij de komende senaatsverkiezingen – geeft er ook geregeld blijk van dat zij het gezag mist om haar regisserende ambities waar te maken. En nu gisteren bleek dat ook Asscher en, in mindere mate, Van Rijn de dissidente partijgenoten niet konden overtuigen van de coalitiepolitiek, dreigde de coalitie te bezwijken onder een moeilijk op te lossen controverse.

Vanochtend overlegde de PvdA intern onder leiding van Samsom op Sociale Zaken. Schippers schoof laat in de ochtend aan. Asscher hield zich even afzijdig.