Adyen: de Nederlandse kassa van Silicon Valley

Adyen krijgt een investering van 250 miljoen dollar. Dit Nederlandse bedrijf int geld voor grote webdiensten.

De grootste webbedrijven ter wereld vertrouwen hun portemonnee toe aan een Nederlands bedrijf. Adyen heet het, en dankzij een nieuwe investeringen van 250 miljoen dollar is het bedrijf (240 medewerkers, waarvan 120 bij het hoofdkantoor in Amsterdam) op papier nu 1,2 miljard euro waard. Ter vergelijking: de huidige beurswaarde van TomTom is 1,18 miljard euro.

De meeste consumenten hebben nog nooit Adyen van gehoord. Toch kun je de naam tegenkomen op je rekeningafschrift als je iets bestelt bij een webwinkel of online dienst. Denk aan Facebook, Spotify, Indiegogo of Domino’s Pizza. Of de Bijenkorf, die ook zaken doet met Adyen.

Adyen is tussenpersoon voor bedrijven die wereldwijd opereren en niet zelf voor elk land een andere betaalmethode willen regelen. Eén loket voor alle betalingen die een winkel wil afhandelen, of het nu met PayPal, Apple Pay, iDeal of een van de andere honderden betaalmethodes is.

Het web mag dan wereldwijd zijn, het internationale betalingsverkeer is nog gefragmenteerd. Nederlanders zweren bij iDeal, Amerikanen kunnen niet zonder creditcard. „In Brazilië houden ze er ook exotische betaalmethodes op na”, zegt Adyen-topman Pieter van der Does (45). Zijn bedrijf belooft de rompslomp van betalen terug te brengen tot een minimum.

Daarvoor betaal je als (kleine) winkelier een dubbeltje per transactie en zestig basispunten van de creditcardkosten. Van één transactie van 50 euro krijgt Adyen dus 40 cent. Grote klanten, die tot vijf transacties per seconde verwerken, betalen minder, aldus Van der Does. Dit jaar verrichtte Adyen voor 30 miljard dollar aan betalingen, twee keer zoveel als vorig jaar.

Hoe Adyen (omzet 150 miljoen, winst 10 miljoen euro) zo snel kon groeien? Van der Does: „Dat ging stapsgewijs. We waren bijvoorbeeld al betalingspartner van een bedrijf dat door Groupon werd overgenomen. Daarna koos Groupon ervoor helemaal met ons te gaan werken. Een ander bedrijf probeerde het eerst met ons in Mexico, daarna vroegen ze ons om heel Latijns-Amerika te doen en vervolgens wereldwijd.”

Een start-up is Adyen, opgericht in 2006, allang niet meer. Van der Does kwam samen met drie oud-collega’s van betaaldienst Bibit. Bibit werd opgericht in 1999 en in 2004 voor circa 100 miljoen euro verkocht aan Royal Bank of Scotland. Het geld staken ze deels in hun nieuwe onderneming.

Wereldwijde speler

Omdat de hoeveelheid betalingen toeneemt moet Adyen een gezonde balans houden. De investeringsronde werd dus niet uitgeschreven, omdat de eigenaren moeten cashen.

Van der Does had geen moeite om geld op te halen: „30 procent van onze omzet komt uit de VS, 10 procent uit Azië, 10 procent uit Latijns-Amerika en de rest uit Europa. Het is belangrijk dat klanten ons zien als een wereldwijde speler, niet als een Europees bedrijf. Vandaar dat we nu nieuwe Amerikaanse investeerders hebben en een partij uit Singapore.”

Voorlopig is 250 miljoen dollar voldoende om door te groeien. Adyen verwacht dat de internationale betalingsmarkt grotendeels een „non-bankproduct” wordt. Dat verklaart waarom er nu geld gestoken wordt in financiële technologie en alternatieve betaalsystemen. Van der Does: „Banken hebben lang verzuimd te investeren in nieuwe technologie en werken nog altijd met oude mainframesystemen.” Zelf werkte hij ooit kort bij ING. „Dat bleek niet echt iets voor mij.”