‘Vuur is als kinderen in een klas’

Elk vuur gedraagt zich anders volgens de kunstenaar. „Soms temend, dan weer twijfelend of agressief vlammend.”

Pieter Van den Bosch, Lighting the Forest. Foto frederik Heyman

Het vuur van de jonge Vlaamse beeldend kunstenaar Pieter Van den Bosch is wild en dreigend. Vlammen verspreiden zich razendsnel, hitte verschroeit net niet de handpalmen, explosies doen de trommelvliezen trillen, de ingewanden beven. Vastgelegd op film en foto is Van den Bosch’ vuur – en alles wat onder de invloed daarvan staat – een sculptuur, die zowel angst oproept als bewondering afdwingt.

Van den Bosch (1983) is al sinds jong gebiologeerd door de ambivalente gevoelens die vuur oproept. Daarom begon hij nog tijdens zijn performanceopleiding aan de Toneelacademie in Maastricht een opleiding voor pyrotechniek. In zijn ‘bosatelier’ bij een oude villa in Brasschaat waar hij met een groep kunstenaars woont, experimenteert hij volop. Hoe transformeert hout, ethanol, magnesium, gas, buskruit als het wordt ontstoken? Welk moment leg je vast en hoe? En op wat voor manier laat je je bezoekers het vuur ‘ontmoeten’?

De afgelopen maanden vervolmaakte de kunstenaar deze experimenten met een vijftal openbare Aanslagen zonder gevolgen op verschillende plekken in Nederland en België. Deze aanslagen zijn geregistreerd op film en foto en nu te zien op een grote tentoonstelling in De Brakke Grond in Amsterdam, samen met ander werk van Van den Bosch. Of de kunstenaar nu een hijskraan van 53 meter hoog beklimt, de kraan met een steekvlam siert, of een blok ijs onder zijn voeten tot ontploffing brengt – voor alles geldt: „Tijd om te dollen is er niet. Je moet wel op je twee hoeven blijven staan, en geen hoogtevrees krijgen of anderszins je fantasie op hol laten slaan.” Alleen zo geconcentreerd is Pieter Van den Bosch in staat om „de explosie als vorm zichtbaar te maken”.

Vuur gaat voor hem om ‘leven’, zegt Van den Bosch. En dan vooral om leven dat wij denken te kunnen controleren. „Vergelijk vuur met kinderen in een klas of koeien in de stal: je weet nooit wanneer ze op je voeten gaan staan.”

Zijn onderzoek spitst zich toe op het moment tijdens de explosies en de veranderingen daarna. „Als ik gas niet gebruik om een potje met worst op te koken, hoe gedraagt het vuur zich dan? Temend, twijfelend, agressief vlammend?”

Op de Aanslagen zonder gevolgen liet hij het publiek bijna letterlijk vuur vasthouden. In Oostende hielden deelnemers een reusachtige lont vast waar het vuur zich als een uitgehongerde wolf doorheen vrat: griezelig om te zien en eindigend in een verstikkende rookwolk. In een zandgroeve bij Heerlen creëerde Van den Bosch een postapocalyptisch landschap waar bezoekers van vuurbron naar vuurbron wandelden.

„Vuur gaat te snel om met het blote oog waar te nemen”, zegt de kunstenaar. „En toch is vuur zoiets vanzelfsprekend. Wij zeggen dat we hoogontwikkelde wezens zijn, maar kijk eens naar mij: ik ben niet eens in staat om een simpele duif te vangen met mijn handen. En moet je zien wat er gebeurt als we het licht uitdoen of de elektriciteit uitvalt – dan zijn we helemaal nergens meer.”