Versplintering is bondgenoot PVV

Ze moesten er niet te zwaar aan tillen bij de VVD, kwamen medewerkers van de PvdA vertellen. Het was Diederik Samsom persoonlijk die, samen met Bram van Ojik van GroenLinks, vorige week een motie indiende om in elk geval deze kabinetsperiode niet naar schaliegas te boren, voor de proef. Bij de VVD hoorden ze: het was máár Diederik Samsom, dus niet per se een keihard PvdA-ding – al stemde de hele fractie van Samsom met hem mee.

Het bevestigde de liberale indruk dat Samsom zijn dagen als PvdA-leider in eenzaamheid slijt. Anderen in de PvdA-top gaan niet ‘om hem heen staan’. Dat zeggen ook anderen. Partijvoorzitter Spekman heeft het over PvdA-waarden en de straat, maar hoe helpt hij Samsom? Vice-premier Asscher praat nu eenmaal niet over de politiek als spel en proces – dus jammer dan dat hij Samsom niet zo kan loven.

Intussen is Asscher wel sterk in het inkleden van zijn beleid in een verhaal over sociaal-democratische waarden en idealen. Daardoor valt extra op dat Samsom vooral in het nieuws komt met affaires en incidenten, en er niet in slaagt het debat naar zich toe te trekken. Tel daarbij op de moeite die Samsom heeft om zijn fractie te managen, en er rest een PvdA-leider die de facto niet als zodanig functioneert.

Nu is een van de bijzonderheden van de Nederlandse politiek dat leiders niet heel sterk hoeven te zijn zolang andere deelnemers aan het dagelijkse coalitieleven netjes hun werk doen. Alles gaat door zolang bewindslieden er in slagen hun meningsverschillen binnenskamers te houden en wetten keurig worden aangenomen door Tweede en Eerste Kamer. Met Halbe Zijlstra heeft ook de VVD geen dominante fractieleider. Maar de bleke gezichten van Samsom en Zijlstra helpen de coalitiepartijen niet in hun electorale vooruitzichten – terwijl hun vrienden in de oppositie juist wel in staat lijken te profiteren. Soms zijn de leiders van de grootste fracties jaloers op freeriders als Alexander Pechtold en Kees van der Staaij.

Zowel VVD als PvdA moeten het in de campagne voor de provinciale verkiezingen in maart hebben van bewindslieden. Rutte, Schippers, Kamp, Dijsselbloem, Asscher: dat zijn de namen. Tegelijk is het voor bewindslieden lastiger de onderlinge verschillen tussen VVD en PvdA te onderstrepen. Uit armoede zal de VVD waarschijnlijk mikken op polarisatie met de SP, terwijl de PvdA mag hopen op een rolletje in de tweestrijd tussen D66 en PVV, onder informele aanvoering van Asscher.

Erg helder is het allemaal niet – politiek wordt zo steeds meer een kwestie van berekenende ruzies en sluw positiespel in een onoverzichtelijk krachtenveld. Nu eens trekken SP en VVD samen op voor kleine ondernemers, dan is gedoogpartner D66 weer even de hardste oppositiepartij, desnoods tot een motie van wantrouwen aan toe. Alleen de PVV voert de gehele periode een frontaal-ideologische strijd – en dat levert virtuele zetels op, maar geen macht. Althans, geen directe macht.

Want intussen zijn de ‘inactieve’ PVV-zetels een bepalende factor geworden in de politieke onderhandelingscultuur. Er is een versplinterd landschap ontstaan waarin een reeks middelgrote en kleinere partijen in een almaar lastiger spagaat raakt. Ze moeten tegelijk uniek zijn en samenwerken – want met de PVV zullen ze het land niet besturen. Hoe groter de PVV, des te meer de andere partijen elkaar nodig hebben – en hoe moeilijk het wordt zich te onderscheiden.

Aan deze ontwikkeling komt vermoedelijk geen einde nadat de nieuwe provinciale staten een Eerste Kamer hebben gekozen. De PVV is het zwarte gat geworden van de Nederlandse politieke verhoudingen. Uiteindelijk zullen de andere partijen een beter antwoord moeten vinden dan versplintering – een nieuw verbond van het midden.