Twitter-politie met flexplek

Langzaam maar zeker richt de (nationale) politie zich op. Per 1 januari wordt de burger bediend door 167 ‘robuuste basisteams’. Ook zullen dan de nieuwe districtsrecherches operationeel zijn, zo beloofde het kabinet. Daarvoor zijn op termijn in beginsel 167 bureaus nodig – en geen 700, zoals nu. Met nog wat extra kantoren in de grotere landelijke gebieden vanwege de aanrijtijden en zo’n 400 ‘servicepunten’ neemt het aantal fysieke locaties van de nationale politie in 2025 af tot in totaal 583.

Is dat vooruitgang? Kan de burger straks nog op het bureau langs, om aangifte te doen, de wijkagent te spreken of gewoon om hulp te vragen? Sceptici zullen zeggen dat de politie door het afstoten van politiebureaus juist minder zichtbaar en dus minder bereikbaar wordt. Op die logica valt weinig af te dingen.

Het kabinet en de politieleiding zeggen echter het omgekeerde. Het afstoten van onroerend goed zal gelijk opgaan met investeren in digitale bereikbaarheid en service. Aangifte doen per internet voor de burger, digitaal afhandelen op locatie; het zou de agent bevrijden van administratief werk. En de agent dus meer op straat brengen. Maar ook beter bereikbaar maken, via bijvoorbeeld Twitter.

De korpsleiding wil aansluiten bij de trend waarin de digitale burger steeds meer virtueel contact zoekt, online diensten afneemt en internetservice volstrekt vanzelfsprekend vindt. Ook van de overheid, en dus van de politie. De aanloop bij de bureaus zou nu al afnemen. Zo bezien is dit een natuurlijke ontwikkeling.

Het politieke feit dat de politie moet bezuinigen en met overbezetting kampt, blijft intussen onderbelicht. De nationale politie heeft in 2015 nog altijd 300 man meer in dienst dan begroot en geeft 230 miljoen euro meer uit dan afgesproken. Er moet dus worden bespaard – het net opgeheven netwerk van 27 korpsen was ook financieel niet doelmatig. Onroerend goed is dan een voor de hand liggende kostenpost. Bij de vorming van de nationale politie zijn er al her en der wat tegenvallers uit de kast komen rollen. Onder meer bij het ziekteverzuim – korpschef Bouman ontdekte een werknemer die al veertien jaar ziek thuiszat. Structureel niet benutte personeelsformatie door ziekte komt bij de politie te vaak voor.

Dat het kabinet tien jaar de tijd neemt voor de digitale agent met mobiel kantoor, met alleen een flexplek op het steunpunt, is dus ook een geldkwestie. Tegelijk verlaagt digitalisering drempels en dat kan het werkaanbod dus doen groeien. Belangrijker: ICT-projecten bij de overheid, ook bij de politie, zijn vaak geen succes gebleken. Alle reden om de sceptici voorlopig gelijk te geven. Digitalisering is oké, maar gooi het kind niet weg met het badwater.