Superster D’Angelo is terug

Het heeft 14 jaar geduurd, maar nu is de nieuwe, derde cd van D’Angelo uit. Het album voelt actueler dan ooit dankzij de politiek geladen lyrics.

Concert van D’Angelo in Paradiso, Amsterdam in 2012. Foto Andreas Terlaak

Het album had haast mythische proporties aangenomen. Iedereen had er weleens iets over gelezen. Een enkeling beweerde het zelfs te hebben gehoord. Maar niemand wist met zekerheid te zeggen dat het ding echt bestond.

Tot zondagavond.

In een volgepakte bar op het dak van het Dream Hotel in de New Yorkse wijk Chelsea mochten tweehonderd mensen voor het eerst luisteren naar de nieuwe, derde cd van D’Angelo. De opvolger van het wereldwijd succesvolle album Brown Sugar uit 1995 en Voodoo uit 2000 en (samen met Guns N’ Roses’ Chinese Democracy en het aankomende, nog naamloze album van Dr. Dre) een van de meest langverwachte platen uit de recente muziekgeschiedenis.

De bar in Chelsea voelde dan ook als dé plek waar iedereen die avond wilde zijn. Dat terwijl het evenement in de basis niet meer was dan (met hapjes, drankjes en wat beroemde mensen) een kleine 50 minuten lang luisteren naar een cd.

Black Messiah, heet die cd. „A hell of a name for an album”, schrijft de muzikant zelf in zijn voorwoord in het songtekstboekje. En: „een naam die snel verkeerd begrepen kan worden.” Daarom komt het album met een kleine toelichting. Want Black Messiah gaat niet over geloof. En de titel betekent ook niet dat D’Angelo zichzelf als een zwarte Messias ziet. Black Messiah staat, aldus de muzikant, voor iedereen. Voor iets dat we allemaal zouden moeten ambiëren. „Het gaat over de mensen die opstonden in Ferguson, in Egypte en bij Occupy Wall Street en overal waar een gemeenschap vond dat het genoeg was en besloot dat er verandering moest komen. Het gaat niet over het ophemelen van één charismatische leider, maar het vieren van duizenden van hen. (…) Het is een gevoel dat we allemaal, samen, die leider zijn.”

Een opzwepende preek over ras

Black Messiah is al 14 jaar in de maak, toch voelt de cd – en niet alleen het voorwoord – actueler dan ooit. Eén dag voordat D’Angelo zijn plaat voor het eerst buiten zijn besloten kring losliet, liepen niet ver van het Dream Hotel tienduizenden demonstranten door de straten van New York. Het was een van de vele massaprotesten in de stad, en het land, tegen overmatig politiegeweld sinds een grand jury in zowel Ferguson als New York onlangs besloot twee agenten niet te vervolgen voor het doden van een ongewapende, donkere man.

„All we wanted was a chance to talk / ‘Stead we only got outlined in chalk”, zingt D’Angelo met zijn kenmerkende falsetto in het funky ‘The Charade’, het derde nummer van Black Messiah. Een lyric die afgelopen weekend al opdook op anonieme zwart/wit-posters, geplakt aan de lantarenpalen van Brooklyn, New York. Woorden die naadloos leken aan te sluiten bij de protesten.

„Er is al veel over D geschreven”, zei The Roots-drummer Questlove zondagavond vanachter de draaitafels in het Dream Hotel. „Maar niemand weet hoe slim en politiek bewust hij is. Deze man spreekt over de tijden waarin wij leven.”

Behalve ‘The Charade’, gaat ook het samen met Questlove geschreven ‘Till It’s Done (Tutu)’ over oorlog en ellende. En het muzikaal verrassend harde en overrompelende ‘1000 Deaths’ begint met een opzwepende preek over ras.

Toch zijn niet alle nummers op Black Messiah politiek geladen. De prachtige single ‘Really Love’ is zo zoet als nummers kunnen zijn. En ook in het vrijdag vrijgegeven ‘Sugah Daddy’ lijkt D’Angelo zich met plattere zaken bezig te houden. Een onderwerp dat wellicht meer past bij de D’Angelo die het grote publiek nog kent.

Dat het 14 jaar duurde eer D’Angelo met een opvolger van zijn succesvolle tweede album kwam, komt veelal door zijn persoonlijke strubbelingen. Nadat Voodoo in 2000 was uitgekomen en in de eerste vijf weken meer dan één miljoen exemplaren in Amerika had verkocht, brak de zanger wereldwijd door met de single ‘Untitled (How Does It Feel)’.

De bijbehorende, sensuele videoclip waarin de gespierde zanger, op een onzichtbare, laaghangende pyjamabroek na, naakt en glinsterend van het zweet op een ronddraaiend platform staat, maakte van D’Angelo in één klap een sekssymbool en superster.

Door niks en niemand opgejaagd

Maar zoals wel vaker bij artiesten die plots heel groot worden, werd de druk D’Angelo teveel. Ook het gevoel dat zijn naakte lichaam de muziek overschaduwde, was voor de muzikant moeilijk te verkroppen.

Hij verdween uit het publieke leven.

In de jaren die volgden, ging hij meerdere malen naar een afkickkliniek en crashte hij zijn Hummer. Hij stopte al die tijd niet met drinken, omdat hij dacht dat hij best kon stoppen als hij wilde, zei hij in 2012 tegen tijdschrift GQ. Pas toen zijn vriend, hiphopproducent J Dilla, in 2006 op 32-jarige leeftijd overleed aan de ziekte lupus, realiseerde hij zich wat hij aan het doen was. Hij besloot om niet de volgende donkere muzikant te worden die op jonge leeftijd overlijdt.

Dat het vervolgens toch nog jaren duurde voordat Black Messiah er eindelijk was, heeft te maken met iets dat zijn muziekvrienden liefkozend ‘D-time’ noemen. De tijd die de artiest neemt om zijn muziek te creëren. Door niks en niemand opgejaagd. „Om vijf nummers uit hem te krijgen, moesten we minsten twaalf nummers weggooien waar ik m’n linkerarm voor had gegeven”, kenmerkt Questlove in hetzelfde GQ-profiel D’Angelo’s creatieve proces.

Dat de uiteindelijke twaalf nummers er nu zijn, lijkt dan ook een wonder. Een wonder dat tweehonderd mensen, onder wie filmregisseur Spike Lee, schrijver Nelson George, zangeres India.Arie en acteur Penn Badgley, zondagavond van dichtbij wilden meemaken. En dat de zanger zelf niet fysiek bij zijn luisterfeestje aanwezig was, leek vrijwel niemand te deren. Dit keer ging het enkel om de muziek.