Succes met foute camera

De Tsjech Frantisek Rynes was het zo beu, dat ruiten van zijn woning verschillende keren door onbekenden waren ingegooid, dat hij in 2007 een videocamera liet installeren. Die was gericht op de ingang van zijn huis, de openbare weg en de ingang van het huis aan de overkant. Dat hielp, want met zijn videobeelden konden na een nieuw incident twee verdachten worden opgepakt.

Maar mocht het ook? Eén van de verdachten voerde in de strafzaak aan dat de gegevens uit Rynes’ bewakingssysteem hiervoor niet gebruikt mochten worden. Het Tsjechische instituut voor de bescherming van persoonsgegevens was het met hem eens. Rynes tekende daartegen beroep aan bij het hooggerechtshof in bestuurszaken in Praag, dat de kwestie voorlegde aan het Hof van Justitie van de EU.

De hamvraag is of Rynes’ videosysteem valt onder de uitzonderingen die de Europese regels over bescherming van de privacy toestaan. Zo’n uitzondering betreft „de verwerking van gegevens in activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden”.

Het Hof besliste vorige week dat deze uitzonderingsbepaling „strikt moet worden uitgelegd” en dat Rynes’ videobewakingssysteem er niet onder kan worden gerangschikt, omdat het de openbare weg bestrijkt en hierdoor buiten de privésfeer geraakt. Dan valt niet vol te houden dat het een activiteit is die „met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden” wordt verricht.