Pletnev: delicaat en excentriek

Van Mikhail Pletnev werd een paar jaar weinig vernomen. In de serie Meesterpianisten was hij in 2006 voor het laatst, daarna stopte hij voor onbepaalde tijd met piano-optredens. Als dirigent verscheen hij nog bij het Concertgebouworkest, maar een beschuldiging van kindermisbruik in Thailand zette vanaf 2010 een rem op de dirigentencarrière – al werd de aantijging korte tijd later ingetrokken.

Zondagavond kon het Concertgebouwpubliek concluderen dat Pletnev aan excentriciteit niets heeft ingeleverd. Zo bedachtzaam als hij de grote trap afdaalde, zo dromerig vertolkte hij de Sonate opus 14 nr.2 van Beethoven. Het aanvangstempo ‘allegro’ werd nauwelijks serieus genomen: Pletnev liet de muziek traag uitdijen als een Chopin-nocturne. Hard spelen interesseert hem nauwelijks. Pletnev bereikt zijn onwaarschijnlijk delicate toucher mede dankzij de mysterieuze Shigeru Kawai-vleugel: naar verluidt was Pletnev als pianist gestopt uit onvrede met de ‘te harde’ Steinway. De omfloerste Kawai sloot perfect aan bij Pletnevs aftastende spel.

Nadeel: een weinig beethoveniaanse Beethoven. De sonate Der Sturm werd een flegmatisch stormpje, waarbij Pletnev de nadruk legde op stiltes tussen de wervelingen, met tonen die boven vastgehouden rechterpedaal wel heel magisch opbloeiden. Veel beter werkten de klankmengelingen van deze alchemistische kluizenaar in de 24 Preludes van Skrjabin. Pletnev liet in het gecontroleerde schaduwspel van fragmenten en impressies zelfs een menselijk verlangen doorklinken. De toegift, daadwerkelijk een Chopin-nocturne, werd nóg meer uitgerekt dan Beethoven, maar de ongelooflijk vederlichte versieringen compenseerden ruimschoots.