Over de hele linie doet de vrouw het beter

Vrouwen doen het beter op de arbeidsmarkt in Nederland, maar voelen zich minder gezond dan mannen, zo blijkt uit onderzoek .

Foto anp, beeldbewerking studio nrc

De emancipatie zegeviert over de hele linie in de tweejaarlijkse Emancipatiemonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Meer meisjes kiezen exact of techniek op school. Meer vrouwen komen in topfuncties in het bedrijfsleven. De verschillen in beloning nemen af. Vrouwen gaan minder vaak korter werken na de geboorte van hun eerste kind. Coördinerend SCP-onderzoeker Ans Merens kan geen domein bedenken waarop de ontwikkeling achteruit is gegaan.

1 Het aandeel meisjes met het Natuur- en Techniekprofiel nam in de schooljaren 2007/8 tot 2013/14 toe van 15 naar 26 procent op de havo en van 20 naar 38 procent op het vwo. In natuur- en techniekopleidingen op het hbo steeg dit aandeel van 14 naar 20 procent.

Onderzoeker Ans Merens: „Wat op de middelbare school zeker geholpen heeft, is dat het sinds het schooljaar 2007/8 makkelijker is geworden twee profielen te volgen. Maar ook op het hbo is het aandeel meisjes bij natuur en techniek substantieel vooruit gegaan. Het lijkt erop dat de campagnes hun vruchten afwerpen. Ik ben voorzichtig, want ons onderzoek beschrijft, het is geen beleidsevaluatie.”

Deze vooruitgang moet wel in perspectief worden gezet. Het aandeel vrouwen in de richtingen natuur, wiskunde en informatica is in Nederland met 22 procent het laagste in de EU.

2 In topfuncties in de honderd grootste bedrijven in Nederland nam het aandeel vrouwen toe van 10 naar 15 procent tussen 2011 en 2013. Bij de rijksoverheid steeg dat aandeel onder hogere en topambtenaren van 26 naar 28 procent tussen 2010 en 2014.

Merens: „Het ging jarenlang traag omhoog. De laatste twee jaar is dat ineens versneld. Sinds 2013 moeten grote vennootschappen 30 procent vrouwen in hoge functies hebben. Zo niet, dan moeten ze dat in hun jaarverslag uitleggen en vertellen wat ze doen om dat te veranderen.”

3 Vrouwen wisten tijdens de crisis hun positie te handhaven. De netto-arbeidsparticipatie van vrouwen van 20-64 jaar is sinds 2009 stabiel op 64 procent. Bij mannen was sprake van een lichte daling in het aandeel met een baan van minstens twaalf uur per week: van 81 naar 78 procent.

Merens: „Dat hangt samen met de sectoren waarin de crisis het hardst heeft toegeslagen. Industrie, bouw en transport zijn nog altijd overwegend mannensectoren. In de zorg, waar veel meer vrouwen werken, is de werkgelegenheid minder hard teruggelopen. Dat zou volgend jaar wel eens kunnen veranderen. Dan worden de gemeenten verantwoordelijk voor de zorg, en daar komt een bezuinigingsopdracht bij. In onze epiloog spreken wij onze zorg uit over de effecten van die bezuinigingen. Het kan heel goed dat in de volgende monitor op dit gebied een achteruitgang te zien zal zijn.”

4 Hoewel vrouwen gemiddeld langer leven, brengen zij minder jaren door in goede gezondheid. De gemiddelde levensverwachting in als goed ervaren gezondheid was voor mannen bijna 65 jaar, voor vrouwen bijna 64.

Merens: „Dit is niet eenvoudig. Gezondheid heeft te maken met biologische verschillen en met aangeleerde verschillen in gedrag. Dit domein is nu voor de tweede keer opgenomen in deze monitor. Terecht, want gezondheid heeft invloed op de participatie. Beperkingen door ziekte verminderen de kansen op werk.”

5 Vrouwen in Zweden, Nederland, België en Frankrijk zeggen in een enquête het vaakst dat zij het afgelopen jaar slachtoffer waren geweest van (seksueel) geweld: 11 procent. In Slovenië, Polen en Spanje is dat 3 à 4 procent.

Merens: „Merkwaardig hè. Juist de landen waar het langst over emancipatie wordt nagedacht, staan het hoogst op deze lijst. Je kunt je voorstellen dat vrouwen in die landen eerder aangeven dat ze te maken hebben gehad met (seksueel) geweld. Het is dan eerder een teken van emancipatie dat je het durft toe te geven”