‘Koopverslaving groeiend probleem onder vrouwen’

Dat schreef Metro

illustratie martien ter veen

De aanleiding

Vooral rond de feestdagen zou het vaak de kop opsteken: „Koopverslaving, een groeiend probleem onder Nederlandse vrouwen”, schreef Metro begin deze maand. Inmiddels zou zo’n 6 procent van de vrouwen eraan lijden. Zijn daadwerkelijk steeds meer vrouwen shopverslaafd?

Waar is het op gebaseerd?

Metro citeert Dick Trubendorffer, directeur van de ggz-instelling Trubendorffer. Hij zag in zijn kliniek de afgelopen anderhalf jaar een stijging in het aantal aanmeldingen van koopverslaafden, vertelt hij desgevraagd. Wat betreft de 6 procent verwijst hij naar twee onderzoeken: ten eerste een onderzoek uit 2006 van de Amerikaanse Stanford University. Daaruit blijkt dat 6 procent van de vrouwen in Amerika verslaafd is aan shoppen. Een tweede onderzoek is de afstudeeropdracht van Rommert Sikkema voor zijn hbo-studie toegepaste psychologie in Leiden. Sikkema constateerde in 2011 dat zo’n 4,7 procent van de volwassenen in Nederland koopverslaafd is, waarvan het grootste deel vrouwen.

En, klopt het?

Allereerst: wat is dat eigenlijk, een koopverslaving? Volgens het Stanford-onderzoek dat Trubendorffer aanhaalt, is het in ieder geval meer dan af en toe te veel geld uitgeven. „Patiënten gaan vaak uitbundig shoppen en verzamelen grote hoeveelheden spullen die ze eigenlijk niet willen hebben. Ze raken in de schulden en liegen tegenover dierbaren over hun aankopen. Mogelijke consequenties zijn faillissement, echtscheiding, verduistering en zelfs zelfmoordpogingen”, zo valt er te lezen.

En hoe vaak komt het voor? Uit het onderzoek van de Stanford University blijkt dat zo’n 6 procent van de vrouwen – en rond de 5,5 procent van de mannen – lijdt aan een zogeheten compulsive buying disorder – althans in Amerika. Dat wil nog niet zeggen dat voor Nederland hetzelfde geldt. In tegenstelling tot Rommert Sikkema, die het tweede onderzoek deed, stellen de Amerikaanse onderzoekers overigens dat koopverslaving onder mannen vrijwel net zo vaak voorkomt als onder vrouwen.

Rommert Sikkema nuanceert zijn cijfers telefonisch. „De percentages zijn bedoeld als indicatie. Ze zijn gebaseerd op een onderzoek onder 234 willekeurig geselecteerde volwassenen in Leiden, Den Haag en Rotterdam.” Een relatief kleine groep dus, in een stedelijk gebied. Toch is het onderzoek volgens Sikkema representatief. Maar, zo geeft hij toe, de betrouwbaarheid is door het geringe aantal mensen wel minder hoog dan bij grootschaliger onderzoek.

Beide onderzoeken zeggen niets over de vraag of er sprake is van een stijging.

Hoe zit dat in de praktijk? Zien andere klinieken die koopverslaafden behandelen eveneens een toename in het aantal aanmeldingen? Nee, zeggen ze bij de polikliniek voor koopverslaving van ggz-instelling Vincent van Gogh in Venray. Ook psychotherapeut Carien Karsten, die in haar praktijk eveneens ‘shopaholics’ behandelt, gelooft niet dat er tegenwoordig meer mensen verslaafd zijn aan shoppen. Wel ziet Karsten – auteur van twee boeken over koopverslaving – dat media en publiek de afgelopen jaren duidelijk meer interesse tonen in het onderwerp. De stijging die Trubendorffer in zijn kliniek constateert, is dus mogelijk ook verklaarbaar door het feit dat het probleem bekender is en mensen daarom makkelijker hulp zoeken.

Conclusie

De onderzoeken waar Trubendorffer aan refereert, lijken betrouwbaar – al is het ene Amerikaans en het andere kleinschalig. Ze spreken elkaar tegen als het gaat om de vraag of vrouwen gevoeliger zijn voor koopverslaving dan mannen, en zeggen niets over een stijging. Carien Karsten en de ggz-instelling Vincent van Gogh zien het aantal aanmeldingen niet toenemen. Trubendorffer zelf wél. Maar dat kan ook komen doordat de aandacht voor het onderwerp is toegenomen. We beoordelen de stelling dat steeds meer vrouwen lijden aan een shopverslaving daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt