Kabinet maakt van NWO een bureaucratie

Het kabinet moet de NWO bij de onderzoekers laten, niet aan bestuurders en organisaties, meent Hans Clevers.

Illustratie Hajo

De afgelopen dagen is er veel geschreven en nog veel meer gezegd over de Wetenschapsvisie 2025 van het kabinet. Vooral de gevreesde ontmanteling van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) doet stof opwaaien. Reden om het standpunt van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) uiteen te zetten.

De Wetenschapsvisie 2025 bevat belangrijke elementen. Zo zal het opstellen van een brede nationale wetenschapsagenda een waardevolle exercitie blijken. De individuele onderzoeker voelt zich nu een speelbal van vaak tegenstrijdige agenda’s op universitair, nationaal en Europees niveau. Er is behoefte aan een overkoepelende ‘Moeder van alle Agenda’s’. Samenwerking, krachtenbundeling en focus komen de wetenschap beslist ten goede. Aanleiding voor de KNAW om zich hieraan te committeren. Binnen zo’n kader moet dan wel veel ruimte blijven voor nieuwsgierigheidsgedreven wetenschappelijk onderzoek, waar de radicale innovaties ontstaan. Dat onderschrijven de bewindslieden van OCW dan ook volmondig.

Ook is het een uitstekend plan om een staande, nationale commissie voor grote wetenschappelijke infrastructuren – met hopelijk een fors budget – op te zetten. Er zijn tal van onderzoeksgebieden waar de inrichting van state of the art-faciliteiten substantiële investeringen vergt. Dat geldt voor natuurwetenschappen en medische wetenschappen, maar vergeet ook niet de potentie van informatietechnologie en ‘big data’ voor de alfa- en gammawetenschappen. Dergelijke investeringen gaan de draagkracht van individuele nationale instellingen te boven. Bovendien komt deze actie het nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek ten goede – dergelijke faciliteiten bieden meestal onderdak aan onderzoek in onontgonnen gebieden. Ook onder de uitvoering van dit voornemen wil de KNAW haar schouders zetten.

Maar dan NWO. We zijn gezegend met een uitstekend functionerende structuur voor de financiering van wetenschappelijk onderzoek. Dat concludeerde ook de werkgroep die – onder de vlag van het ministerie van Financiën – tekende voor het recente ‘Interdepartementaal Beleidsonderzoek’ naar het wetenschappelijk onderzoek. Er is de ‘eerste geldstroom’ (zo’n 80 procent van de publieke middelen) die door universiteitsbesturen wordt verspijkerd. Zo wordt een stabiele wetenschappelijke hoogvlakte onderhouden. Dan is er de tweede geldstroom (zo’n 20 procent), waarover niet beroepsbestuurders maar de onderzoekers zelf zeggenschap hebben. Tussen deze twee systemen bestaat een gezonde spanning: die tweede geldstroom is dé katalysator voor het internationaal spraakmakende niveau van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Wetenschappers kennen subsidies toe aan wetenschappers op basis van één criterium: kwaliteit. Het geld wordt in competitie verdeeld, wat zo succesvol is gebleken, dat het werd overgenomen door de European Research Council. Ziedaar de raison d’être van NWO, verantwoordelijk voor de tweede geldstroom. De derde geldstroom laat ik hier buiten beschouwing.

De wetenschapsvisie schetst een toekomst waarin het budget voor die tweede geldstroom mede wordt bestierd door universiteitsbestuurders, bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties. Het zo effectief gebleken evenwicht tussen eerste en tweede geldstroom wordt dan bruut verstoord. Deze topdown-werkwijze zal de hond in de pot blijken voor briljante onderzoekers. Kortetermijnbelang en voorspelbaarheid zullen domineren, wat ten koste gaat van baanbrekende innovaties. Een succesvol financieringssysteem wordt vervangen door een lastig te besturen bureaucratie. Succesvolle onderzoeksinstellingen als ZonMw (medische wetenschap), STW (technische wetenschap) en FOM (natuurwetenschap) dreigen te worden geofferd voor... ja, waarvoor eigenlijk? Kortom: een slecht plan. Dat vinden niet alleen wetenschappers, dat vindt ook het bedrijfsleven bij monde van VNO-NCW en MKB Nederland. NWO moet een organisatie voor, en bestuurd door, onderzoekers blijven. Dat er ruimte is voor verbetering betwisten de werkgevers net zo min als wijzelf. Maar door het slopen van het fundament worden gebouwen zelden steviger. Ook hier geldt: evolutie verdient de voorkeur boven revolutie.

In haar reactie op de Wetenschapsvisie merkte de KNAW over de plannen met NWO op dat het lijkt alsof de bewindslieden zich op het verkeerde been hebben laten zetten door een niet al te doorwrocht advies van consultants. We zijn uiteraard graag bereid hen weer op het goede been te helpen – het is in ons aller belang. Als de KNAW een rol als postillon d’amour kan vervullen tussen onderzoekers enerzijds en overheid en NWO anderzijds, zal ze dat met alle soorten van genoegen doen.

Ten slotte – ceterum censeo – vind ik dat ons kabinet er goed aan zou doen het voorbeeld van onze oosterburen te volgen door substantieel meer geld te investeren in wetenschap. De enige echte teleurstelling in de wetenschapsvisie is de afwezigheid van een dergelijk investeringsbeleid. Er wordt geen perspectief geboden voor de korte termijn, maar ook niet voor de toekomst. Toch zijn goed opgeleide mensen en kennis het enige wat wij onszelf en de wereld te bieden hebben. Alleen daarmee kunnen we welvaart en welzijn voor ons land op termijn veiligstellen.