Gouden tijden voor robots in China

In de Chinese industrie ‘werken’ 23 robots op elke 10.000 werknemers. In Japan en Zuid-Korea zijn dat er vijftien keer zoveel. Die achterstand wil China snel wegwerken – een streven dat miljoenen banen bedreigt.

Een robot serveert frietjes in een restaurant in Harbin (China). Het restaurant heeft 20 robots in de bediening. Foto Reuters

Vrouwelijk gevormde robots met elegante paarse en rode sjaaltjes om hun metalen nekken glijden met volle dienbladen van tafel naar tafel zonder ook maar een druppel soep te morsen. In het restaurant ‘Heerlijk Eten Geeft Plezier’ in de Chinese havenstad Ningbo hoeven de gasten alleen maar de schalen met de uitbundig versierde visgerechten aan te pakken.

Als zij dat hebben gedaan knipperen de tweearmige ‘Personal Robots 2’ met hun grote oranje ogen en zeggen op blikkerige toon: „Geniet van uw maaltijd”. De ‘gastvrouwen’ met chips, sensoren en camera’s in hun lijven beschikken over een vocabulaire van veertig woorden, waarmee zij de ingrediënten van de maaltijden kunnen duiden en de gasten kunnen toezingen in Gangham Style, vrij naar de Zuid-Koreaanse rapper PSY.

Restauranteigenaar, kok en investeerder Lu Dike (49) weet dat hij – met enkele anderen – trendsetter is. Er zijn nog maar vijf van dit soort restaurants in China en die trekken veel bekijks. Het stuntwerk van horecaondernemers als Lu past in de nieuwe industriële revolutie die steeds zichtbaarder wordt.

In 2013 werd China de grootste markt voor robotica ter wereld. Dit jaar is zij verder gegroeid: één op de vijf robots wordt in 2014 in China verkocht. Analisten zien in de pas begonnen automatisering van de Chinese maakindustrie een van de belangrijkste mondiale economische trends voor de komende jaren.

Concurreren met grootmachten

Lu was onlangs in Shanghai waar op de jaarlijkse beurs voor industriële producten – de grootste van Azië – de Chinese autoriteiten de plannen presenteerden voor een snelle opmars van de Chinese robotindustrie. Die moet tegen 2020 kunnen concurreren met de robotgrootmachten uit de Verenigde Staten, Japan en Zuid-Korea. Nu nog is 90 procent van de verkochte robots in China van buitenlandse makelij. Over vijf jaar mag dat nog maar 45 procent zijn.

Lu’s restaurant in een van de vele nieuwe winkelcentra in Ningbo, een van de grootste havensteden van China, dient als laboratorium van een Shanghaise robotfabrikant, die met buitenlandse technologie, een waaier aan subsidies en veel politieke goodwill een Chinees merk aan het opbouwen is.

„Deze modellen kosten ruim 6.000 euro. Dat is de som van de jaarlonen van drie serveersters van vlees en bloed. Robots gaan echter vijf jaar mee, zijn nooit moe, altijd opgewekt en eisen geen loonsverhogingen”, rekent Lu voor. Het zijn rekensommen die in de bestuurskamers van alle grote bedrijven in China worden gemaakt.

Lu’s staf is al uitgebreid naar vijf robots en binnenkort komen er ook twee grootogige keukenhulpen: een robot met tastsensoren en camera’s die simpele gerechten als noedels kan wokken, en een robot die dumplings (deegsnacks) vult met vlees en groente. Het enige wat deze fuwuyuan nog niet kan, is bestellingen opnemen, afrekenen en met de klanten converseren.

Dat doen nu de enige drie overgebleven menselijke serveersters. „Na de komst van de robots is mijn omzet verviervoudigd, iedereen vindt het prachtig en vooral gezinnen met kinderen staan in de rij om foto’s te nemen”, glundert Lu. Ondertussen houdt hij in de gaten of de wit/blauwe apparaten wel stoppen als kinderen rondrennen in zijn restaurant. Dat doen zij prompt en ze maken ook nog eens excuses, wat hoogst ongebruikelijk is in China.

Eén miljoen robots bij Foxconn

Zag je vijf jaar geleden nog vrijwel geen robots in Chinese bedrijven, nu kunnen robotfabrikanten de vraag niet aan. Het zijn toptijden voor het Zweeds-Zwitsers ABB, het Duitse Kuka, het Zuid-Koreaanse Hyundai, het Chinese Siasun en de Japanse bedrijven Fanuc en Kawasaki.

Auto- en elektronicaproducenten, levensmiddelenconcerns, keramiekmakers en textielbedrijven automatiseren in hoog tempo. Voor de textielproducenten is de aanschaf van robots vaak goedkoper dan verkassen naar Vietnam of Bangladesh.

Sportartikelenproducent Nike zegt dit jaar in heel Azië 100.000 arbeidskrachten minder gebruikt te hebben dankzij robots. Na de entree van geavanceerde robots schrapte het Taiwanese Foxconn, maker van smartphones, tablets en andere gewilde consumentenelektronica, dit jaar 30.000 van de 1,3 miljoen banen in zijn Chinese vestigingen.

Foxconn zal de komende jaren een miljoen robots installeren. De tijd dat Chinese fabriekshallen bevolkt werden door honderden, zo niet duizenden jonge arbeiders, lijkt zijn einde te naderen en is in de auto- en de IT-sector al verleden tijd.

„Vergeleken met het Westen heeft China als het om robotisering gaat nog een grote achterstand. Op elke 10.000 werknemers heeft China nog maar 23 robots. In Japan zijn dat er 332 en in Zuid-Korea 396. Maar die kloof wordt kleiner en binnen tien jaar staan wij op gelijke hoogte. Het gouden tijdperk van de Chinese robotindustrie is begonnen”, legt Qu Daokui van het Staatsbureau voor Robotica uit. Hij is een van de architecten van het robotbeleid dat geldt als speerpunt van de industriepolitiek.

De vergrijzing, de stijgende loonkosten, de snel veranderende arbeidsmarkt en het voornemen de technologische ladder te beklimmen, spelen hoofdrollen in de robotisering van China. In 2011 bereikte het aantal werkende Chinezen tussen de 15 en 60 jaar een piek van 950 miljoen, op een bevolking van 1,35 miljard zielen. Sindsdien krimpt de beroepsbevolking – een trend die volgens demografen nog wel twintig jaar aanhoudt.

Tegelijkertijd stijgen de lonen al een jaar of tien met gemiddeld 10 procent per jaar, de laatste drie jaar in de IT-, auto- en energiesector zelfs met rond de 20 procent. „Daar komt bij dat veel maakbedrijven betere kwaliteit willen en moeten leveren en in technologisch opzicht moeten innoveren om te blijven groeien”, zegt Louis Kuijs, chef-econoom van de Royal Bank of Scotland (RBS) in Hongkong.

Zijn in de VS en Europa robots, en zeker de geavanceerde, complexe modellen, duur, in China dalen de prijzen als gevolg van de technologische ontwikkelingen en van de snelle aanwas van goedkope robotmakers. In drie jaar tijd groeide het aantal Chinese fabrikanten van dertig naar 420, met nu ook nog dertig robotfabrieken in aanbouw. Zij maken hoofdzakelijk de eenvoudige, goedkope modellen, die kunnen lassen, schroeven, tillen en spuiten (verf).

Volgens onderzoek van China Confidential, een nieuwsbrief van de Financial Times, zijn de laatste drie jaar de gemiddelde robotprijzen gedaald met maar liefst 50 procent. Leveranciers werken met forse kortingen en zorgen voor gratis onderhoud en reparatie. Dat is mogelijk door de grote vraag en goedkope arbeid. Ondanks de aanhoudende loonstijgingen verdienen werknemers van robotbedrijven ongeveer eentiende van hun collega’s in Europa en de VS. Een Chinese robotingenieur verdient hooguit 12.000 euro per jaar, terwijl zijn Amerikaanse en Europese evenknie minstens 75.000 euro per jaar toucheert.

Dat laat onverlet dat bedrijven als General Motors, Honda, Shanghai Volkswagen en zuivelgiganten als Mengniu en Yili kiezen voor buitenlandse robots. ABB, Fanuc, Kawasaki en Yaskawa zijn ook in China marktleiders.

„Maar Chinese bedrijven zoals Siasun zullen hun achterstand op het gebied van kwaliteit met nieuwe innovaties snel inhalen”, denkt Li Zhen, partijsecretaris van het nieuwe Shanghaise industriepark voor robotica.

Op dit zwaar bewaakte industrieterrein in Noord-Shanghai, vlakbij een luchtmachtbasis, is het bedrijf gevestigd dat de rijdende serveersters in het Ningbose restaurant van Lu Dike maakt. Toegang tot het terrein is volgens partijfunctionaris Li „helaas niet mogelijk” vanwege het „gevaar van industriële spionage”.

Vragen over de herkomst van de buitenlandse technologie kan hij ook niet beantwoorden. In Japan en Zuid-Korea klagen robotmakers al enkele jaren over diefstal van intellectueel eigendom en soms verrassende gelijkenis tussen hun eigen vondsten en die van Chinese start-up’s. „Wat wij hier doen is een wisselwerking tussen buitenlandse en Chinese expertise”, zegt partijman Li. Dat klinkt als een eufemisme voor kopiëren.

Wat hij wel kwijt wil, is dat startende bedrijven kunnen rekenen op subsidies, op orders van staatsbedrijven en, zoals in het Shanghaise robotpark, op goedkope huisvesting. Duidelijk is bovenal dat hier in een buitenwijk van de metropool aan de Yangtze-rivier een nieuwe industrie uit de grond wordt gestampt.

Over de mogelijke gevolgen doet partijsecretaris Li niet ingewikkeld. Minister Asscher-achtige zorgen over werkgelegenheid deelt hij niet, terwijl er in de sectoren die nu snel automatiseren 110 miljoen Chinezen werken. Hij legt uit dat robots het zware, vuile werk gaan doen dat Chinese jongeren niet meer willen doen en dat de tijd dat er in Chinese fabrieken alleen maar simpele, geestdodende handenarbeid wordt verricht niet meer te rijmen valt met de ‘Chinese Droom’. „Zij vinden elders beter werk is de verwachting”, denkt hij.

Enkele duizenden, laagopgeleide jongeren in Chongqing dachten daar vorige maand anders over. Zij gingen de straat op om te demonstreren tegen de introductie van robots in de Foxconn-fabrieken, waar vooral laptops worden gemaakt. ‘Met dank aan de robots’, die sneller en meer Macbooks in elkaar schroeven dan zij, worden hun lonen verlaagd, kunnen zij minder overwerken en raken zij op termijn hun gewilde banen kwijt – de eerste van ongetwijfeld miljoenen.