Europese primeur voor tegenstribbelend Polen

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: dwangsom en privacy.

Polen hangt een dwangsom van 61.380 euro per dag boven het hoofd wegens het niet nakomen van afspraken over het Europese klimaat- en energiebeleid. Als de sanctie doorgaat, heeft Polen een twijfelachtige primeur: het is dan het eerste EU-land dat een dwangsom aan zijn broek krijgt volgens het EU-verdrag van Lissabon dat eind 2009 van kracht werd.

De EU-landen maakten in april 2009 afspraken over een ‘klimaat- en energiepakket’. Uiterlijk 5 december 2010 moesten deze afspraken zijn omgezet in nationale wetten, zo kwamen de EU-regeringen overeen.

Polen lapte deze afspraken volgens de Europese Commissie aan zijn laars. De ruzie liep zo hoog op, dat de Commissie in maart 2013 naar het Hof van Justitie van de Europese Unie stapte om voor het eerst op basis van het Verdrag van Lissabon financiële sancties te eisen tegen een EU-land dat zijn verplichtingen niet nakomt.

‘Lissabon’ werd in december 2009 van kracht. De Poolse regering voerde aan dat dit verdrag pas ging gelden driekwart jaar nadat de energie- en klimaatafspraken waren gemaakt. Zij werd daarin bijgevallen door de Nederlandse regering, die ook vond dat de sanctie-optie uit dit verdrag zo ten onrechte met terugwerkende kracht werd toegepast.

Maar in zijn advies van vorige week aan het Europees Hof verwerpt de advocaat-generaal Melchior Wathelet dit verweer. Hij stelde vast dat Polen in gebreke is gebleven voor en na de deadline van 5 december 2010, en toen gold ‘Lissabon’ al ruim een jaar. Terzijde merkt Wathelet op dat hij het betreurt dat de Commissie de dwangsom lopende het geruzie tussen met Warschau meer dan heeft gehalveerd. „Een verkeerd signaal”, vindt hij.

Het Hof beslist volgend voorjaar over de dwangsom. Volgt het de conclusie van de advocaat-generaal, dan gaat deze in op de dag van zijn arrest, ten minste als zij dan nog nodig is.