En het woord van 2014 is... dagobertducktaks

Het woord van het jaar is ‘dagobertducktaks’, werd vanochtend bekendgemaakt. Jan Kuitenbrouwer over dit verkiezingsfenomeen.

Illustratie Paul Steenhuis

Laten wij allereerst vaststellen dat aandacht voor taal altijd goed is. En ons tegelijk geen illusies maken. Dat filosofie in de mode is, een tijdschrift voor filosofie, een nacht van, diverse tv-programma’s, heeft die studierichting niet gevrijwaard voor draconische bezuinigingen. In dit economie- en technologie-geobsedeerde tijdsgewricht moet niet worden uitgesloten dat de talenstudies, waar ook niet zoveel spannende start-ups uit voortkomen, een dergelijke weg gaan. Tot de beroepsbevolking is opgedeeld in vaag knorrende computerprogrammeurs en helpdeskmedewerkers.

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, de Paarse Krokodillentranen, het radioprogrogramma de Taalstaat, rubrieken zoals die van Ewoud Sanders in deze krant, het zegenrijke werk van Wim Daniels, internetmedia als Vaagtaal, Zorgtaal en Bobotaal, ze dragen allemaal bij aan ons taalbewustzijn. Zo ook de verkiezing van Woord van het Jaar.

Conform de nationale traditie zijn de Nederlandse taalinstituten er niet in geslaagd hier een mooi gezamenlijk project van te maken. Waarop, na jaren van territoriumstrijd en mislukte unificatie, werd gekozen voor het arrangement waarmee wij de verdeeldheid altijd bedwingen: eenheid in verscheidenheid en min of meer vreedzame coëxistentie. Van Dale en het genootschap Onze Taal organiseren de verkiezing nu bij toerbeurt en het Nederlands Instituut voor Lexicografie kiest voortaan jaarlijks een woord waar we juist afscheid van zouden moeten nemen, Weg Met Dat Woord. Daar is ‘oudjes’ de winnaar geworden, een woord dat je nog maar zelden hoort, maar misschien wil het Instituut hiermee verijdelen dat het een comeback maakt.

Het Van Dale Woord van 2014 is dus ‘dagobertducktaks’ geworden, ‘een speciale belasting geheven over het vermogen van superrijke mensen, superrijkentaks, hyperrijkentaks’.

Het door Van Dale ingevoerde internetreferendum bepaalde in 2008 dat ‘swaffelen’ het woord van het jaar was, voor 99 van de 100 Nederlanders meteen de eerste keer dat ze er kennis van namen. Een woord dat de natie dat jaar wel in de mond bestorven lag, van jong tot oud, was ‘kredietcrisis’, maar dat voldeed niet aan het nogal arbitraire criterium dat de nieuwvorming tussen 1 januari en 31 december voor het eerst gesignaleerd werd. Bezien we het voorbije jaar op die manier, dan zouden woorden als ‘robot’, ‘zorgtaak’, ‘afstand nemen’ of ‘angst’ wat mij betreft in aanmerking komen. Of WMO, of MH17, omineuze acroniemen die ook nog wel een tijdje top of mind zullen blijven.

Dat is het aardige van het woord dat het nu geworden is (en dat ook mijn voorkeur had) ‘dagobertducktaks’. Het is in elk geval niet zo’n ad-hocknutselwerkje als jihadgezin, stemfie of crimiclown, waarvan er in de media elke dag wel een paar worden gewonnen en weer geronnen.

Het woord komt op naam van FNV-bestuurder Leo Hartveld, die voorstelde een extra belasting in te voeren voor grote vermogens. Een aardige opsteker voor de vakbeweging, waar de oud-linkse afkeer van framing (‘wij zijn van de inhoud’) kennelijk op zijn retour is.