Ellebogenwerk, dat ligt mij niet

De concurrentie onder wetenschappers is moordend. Janneke Blokland (32) besloot met dat spel te stoppen. Nu is zij in opleiding voor priester en bereidt in Marlborough de kerstmis voor.

Diakenwijding van Janneke Blokland (eerste rij, tweede van rechts) op 29 juni 2014 in Salisbury Cathedral. Op de foto: de elf diakenen, hun begeleiders en de bisschoppen van Salisbury, Ramsbury en Sherborne. Foto Gerry Lynch (Salisbury Diocese)

De zoon van de overledene was natuurkundige en zei tijdens het voorbereiden van de uitvaart: „Jij als dominee ziet de dood natuurlijk heel anders.” „Nou, ik weet ook best wat van natuurkunde”, antwoordde de dominee tot zijn verrassing.

De dominee in kwestie is Janneke Blokland, fysicus. Gepromoveerd op halfgeleide nanostructuren aan de Radboud Universiteit Nijmegen, als postdoc gewerkt bij het prestigieuze Fritz Haber Institut in Berlijn. Nu gaat ze voor in begrafenissen in Marlborough, een afgelegen stadje met 8.000 inwoners in Zuid-Engeland. Blokland preekt op zondagochtend in de kerk en drinkt maandelijks thee met bejaarden. Ze is in opleiding tot zielenherder.

„Ik vond de wetenschap te veel gericht op geld en op competitie”, verklaart ze haar opmerkelijke switch. Ellebogenwerk is nodig om een beurs te krijgen, de concurrentie tussen jonge onderzoekers is moordend. „Wilde ik mijn hoofd boven water houden als wetenschapper, dan zou ik mee moeten doen aan het spel. Dat lag me niet.”

En dus volgde Blokland haar hart. Dat bracht haar van de internationaal georiënteerde Anglicaanse kerk in Berlijn naar de Engelse moederkerk in het Verenigd Koninkrijk. Overzee kon ze een opleiding tot priester volgen, betaald door de kerk. In juni 2015 is ze klaar. Dan is zij 32 jaar, vrouw, fysicus en priester.

Wat is de overeenkomst tussen geloof en wetenschap?

„Het zijn beide manieren om de wereld te begrijpen. Je probeert om dat wat je ziet en wat je ervaart in een model te gieten waarvan je het gevoel hebt dat het klopt.”

Natuurwetenschap gaat verder dan een gevoel.

„Nou, de wetenschap hanteert kwantitatieve methoden, maar is net als religie pragmatisch. Je hebt er geen bewijs voor dat de zon morgen opkomt, maar je vertrouwt erop dat je natuurwetenschappelijke model werkt. Zowel wetenschap als geloof is constant op zoek naar bewijs. Voor mij kan bewijs ook zijn: na een goed gesprek of een preek in de kerk het gevoel hebben dat alles klopt. Dat is niet te vatten in wiskundige termen, maar voor mij is het een bewijs dat ik op de goede weg zit.”

Maar zeker weten doe je het niet…

„Nee, ik kies nu voor een ander soort weten: religie. Ik vond het als wetenschapper leuk om experimenten te doen in het lab om dingen te weten te komen, maar ik hoef niet per se gelijk te hebben. Wetenschap is het soort reisgids dat je op elke pagina vertelt waar je bent en wat de feiten zijn, terwijl religie zegt: laten we samen rondreizen en kijken waar we uitkomen.”

Moest je je overstap binnen de academische wereld verantwoorden?

„Ik bewoog me niet zo in wetenschappelijke kringen. Omdat de sfeer in Berlijn zo competitief was, praatte ik nauwelijks met collega’s over dit soort dingen. Dat was nou juist een van mijn frustraties binnen de wetenschap: dat je veel alleen werkt in een lab. Heel eenzijdig. Ik sloot me aan bij de kerk om ook nog iets anders te doen dan werken. Als vrijwilliger nam ik steeds meer taken op me. Mijn vrienden waren niet verbaasd toen ik na drie jaar in Berlijn de overstap maakte. Ik had in deeltijd al een theologiestudie afgerond.”

Een gelovige wordt in de academische wereld vaak niet serieus genomen. Geloven en weten gaan al eeuwenlang slecht samen.

„Voor mij is het geen enkel probleem. Wel een probleem is dat theologen en exacte wetenschappers langs elkaar heen praten. Ze maken van elkaars vakgebied een karikatuur. Neem bioloog Richard Dawkins. Het geloof waar hij tegenaan schopt, gelooft eigenlijk niemand. Dat er een God is die alles regelt en dat je zelf niet meer na hoeft te denken…”

Dawkins zegt: „I am against religion because it teaches us to be satisfied with not understanding the world.”

„Sommigen zullen religie inderdaad gebruiken als een antwoord op de grote vragen. Maar voor mij geldt het omgekeerde: religie helpt ons woorden te geven aan de verwondering die we hebben voor de wereld, het is een manier om de wereld te begrijpen. Een uitnodiging om aan de ene kant zelf na te denken en aan de andere kant ervaringen met anderen te delen.

„Hetzelfde – onjuiste – argument zou je kunnen inbrengen tegen de wetenschap: zo gauw een natuurwetenschappelijke wet geformuleerd is, mag niemand er meer aan twijfelen. Maar het is juist precies andersom! Het is een model dat continu verfijnd wordt. Theologen en natuurwetenschappers spreken elkaars taal slecht. Daarom kun je de discussie over geloven of weten beter overlaten aan de filosofen. Die beginnen met de vraag ‘waarom denken we zoals we denken?’”

Ben je van huis uit religieus?

„Helemaal niet. Mijn ouders geloven niet. Maar de vroedvrouw die bij ons thuis in IJzendoorn (bij Tiel, red.) kwam toen mijn zusje werd geboren, bad voor het eten. Ik was tweeënhalf en vond dat heel fascinerend. Op de lagere school ging ik met een vriendinnetje mee naar de Nederlands Hervormde Kerk. Daar waren ze nogal streng in de leer: ‘Jij bent niet gedoopt dus jij gaat niet naar de hemel’. Ik heb een andere kerk gezocht in een dorp verderop. God heb ik nooit concreet gezien of gehoord, maar ik heb het altijd vanzelfsprekend gevonden dat hij er was.”

Twijfel je weleens aan het bestaan van God?

„Ik geloof niet dat er mensen zijn die nooit twijfelen. Het gekke is dat mijn twijfel vaak opduikt op momenten dat ik het ’t minst verwacht. Dat ik ’s nachts wakker word en denk ‘o jee, ik voel niks’. De afwezigheid van emotie brengt me aan het wankelen. Terwijl ik juist op heftige momenten zekerheid voel. Een bevriend theoloog verongelukte deze zomer toen hij terug naar huis reed na mijn diakenwijding. Het heeft mijn geloof in God niet aangetast.”

Was je niet boos?

„Nee. Ik geloof niet dat God hier een bedoeling mee had. Dat hij levens opoffert voor een groter plan. Dit ongeluk valt niet goed te praten, ik kon alleen maar denken: hier is iets verschrikkelijk misgegaan. Vanuit een wetenschappelijke benadering kun je stellen dat het ongeluk gebeurde doordat een auto op de verkeerde weghelft belandde. Had mijn vriend daar twee minuten later gereden, dan was het niet gebeurd. Maar dat het alleen toeval was, geloof ik ook weer niet. Ik zou willen weten hoe het zit, maar ik denk niet dat ik daar ooit achter kom. Misschien begrijpen we het pas in een volgend leven. Voor nu is het belangrijker te leren hoe je verder kunt leven na een groot verlies – dat zeg ik als dominee ook tegen mensen die iemand hebben verloren.”

Wat maakt jou geschikt voor het priesterschap?

„Ik ben oprecht geïnteresseerd in mensen, wil ze graag helpen hun eigen ervaringen beter te begrijpen en onder woorden te brengen. Ik doe dat vanuit mijn religieuze overtuiging, omdat ik denk dat het iets toevoegt. In mijn kleine gemeenschap ben ik degene die tijd heeft waar anderen druk zijn. Ik kan met iemand een kop koffie drinken en rustig nadenken over de vragen waar hij of zij mee zit. In hectische tijden kan dat het meest waardevolle zijn dat je iemand kunt geven.”

Is het niet eenzaam in het kleine Marlborough? Iedereen kent je als priester, maar als je je boordje niet draagt ben je alleen.

„Deze gemeente is zo klein dat de mensen me ook zonder boordje herkennen… Ik heb niet het gevoel dat ik twee personen ben: de dominee en – buiten werktijd – Janneke. Wat ik zeg heeft betrekking op mij als persoon en als dominee. Soms mis ik het wel om een avondje door te brengen met leeftijdgenoten en niet over werk en kerk te praten. De les die ik als postdoc in Berlijn heb geleerd is dat ik in contact moet blijven met mijn vrienden. Dus ik bel, mail, skype en ben vaak een paar dagen weg.”

Verheug je je op een celibataire toekomst?

„In de Anglicaanse kerk mogen priesters gewoon trouwen, hoor. Geen idee hoe mijn toekomst eruitziet. Voor een priester ben ik nog jong. Ben ik eenmaal gewijd, dan blijf ik nog twee jaar hier. Daarna kan ik op zoek naar een eigen gemeente. Het liefst zou ik mijn baan combineren met werken aan een universiteit, als theoloog bijvoorbeeld.”

Ben je nog wetenschapper?

„Natuurlijk ben ik ook nog steeds natuurkundige. Ik houd mijn vakgebied bij en lees artikelen. Het pragmatische heb ik ook nog steeds. Laatst was er een probleempje met een deur in de kerk. Ze wilden er al een slotenmaker bijhalen. Een slotenmaker? Ik zei: geef me een zaklamp en een schroevendraaier en ik fix dat slot.”