Een strijkkwartet is zo lekker intiem en helder

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag: wat zijn de mooiste strijkkwartetten?

illustratie Yara van der Velden

Vraagje. Wat is er mooier dan een goed strijkkwartet (Scarlett Johansson en Natalie Portman even buiten beschouwing gelaten)?

Niks natuurlijk.

Het strijkkwartet is het allermooiste wat er is. Een vorm die de grootste componisten boven zichzelf uit liet stijgen. Een zegen voor de mensheid en al het leven na ons.

(Ja ja, jullie kennen die verheerlijkende toon nu wel. Maar ik meen het iedere keer.)

Ik heb het al vaker op deze plek over strijkkwartetten gehad, maar ik heb – sorry – nooit uitgelegd wat het is. De naam kan meerdere dingen betekenen. Een ‘strijkkwartet’ kan staan voor een viertal musici, bestaande uit twee violisten, een altviolist en een cellist. De eerste violist, de primarius, is doorgaans de leider van het ensemble, en speelt in principe de hoogste partij. Daarnaast gebruiken we het woord voor een stuk dat voor zo’n kwartet is gecomponeerd.

Het strijkkwartet geldt als het meest gewichtige genre van de kamermuziek – muziek voor kleine bezetting die thuis kon worden uitgevoerd en nu in de kleine concertzalen klinkt. Net als bij de klassieke symfonie is Haydn de man die het groot maakte. Hij schreef er 68. De meeste componisten van naam na hem hebben op zijn minst een poging ondernomen om een strijkkwartet te maken.

Het leuke van het genre is dat het zo intiem en helder is. Een componist kan zich niet verschuilen achter orkestratie. Leden van strijkkwartetten spelen vaak lang samen. Er kunnen jaren overheen gaan voor je als één ensemble kunt ademen.

Maar waar moet je beginnen als je je in het genre wilt verdiepen? Lastig, omdat er zó veel moois is. Bovendien geven de mooiste kwartetten niet meteen hun geheimen prijs. De late strijkkwartetten van Beethoven bijvoorbeeld zijn ook zijn meest intellectuele en doorwrochte stukken. In zijn tijd werden ze onspeelbaar geacht, en nog steeds stellen die werken musici op de proef. Minder geschikt om je kwartetontdekkingstocht mee te beginnen.

Begin liever bij Schuberts Der Tod und das Mädchen (het prachtige Andante con moto zal mensen die naar de Lullo’s van Jiskefet hebben gekeken bekend voorkomen). Ook Antonin Dvoráks door volksmuziek beïnvloede kwartetten zijn zeer toegankelijk (het twaalfde ‘Amerikaanse’ is het bekendst).

De volgende stap: het Dissonantenkwartet van Mozart. Dat stuk begint met een vervreemdende (en voor die tijd revolutionaire) stapeling van dissonanten. Wie denkt dat Mozart saai is, moet dit eens horen.

Een van mijn favoriete kwartetcomponisten is Leos Janácek (1854-1928). Voor zijn unieke muzikale taal liet hij zich inspireren door de Moravische spraak. Zijn motiefjes zijn soms lomp, of een beetje naïef. Intieme brieven heet zijn buitenissige kwartet dat hij schreef naar aanleiding van zijn liefde voor een veel jongere vrouw. Janácek was een meester van de ijzige klanken: hij benutte allerlei effecten, zoals het strijken op de kam van de viool, wat een onaangenaam scherp geluid geeft.

Nog een favoriet is het Strijkkwartet in g-klein van Edvard Grieg (1843-1907). De Noor is vooral bekend door zijn muziek bij het toneelstuk Peer Gynt. In het kwartet lijkt een totaal andere componist aan het woord – het is een stuk als één lange melodie, soms orkestraal in klank.

Maar als dit toch te lief voor je is, dan is er altijd nog Bartók.