De honger terug in paradijsje Holland

150 kenners bespraken gisteren de staat van het Nederlandse voetbal. „Meer aandacht voor winnaarsmentaliteit.”

PSV-directeur Toon Gerbrands vond het mooi, wat Johan Cruijff had gezegd tijdens het KNVB-congres gistermiddag in de Utrechtse Galgenwaard. „Dat we met de jeugd één keer per week op pleintjes zouden moeten trainen, omdat het daar pijn doet als je valt. Zo leren spelers overeind te blijven, koste wat kost.”

Typisch Cruijff: dwarsdenkend, wel concreet. Zoals hij als meest invloedrijke adviseur van Ajax de prestaties van de jeugdelftallen van ondergeschikt belang maakte aan de ontwikkeling van het individu. Een extreem uitvloeisel daarvan is de recent ingevoerde trainerscarrousel op Ajax’ opleidingscomplex De Toekomst, waar jeugdtrainers niet langer dan drie maanden een team onder zich hebben en dus helemaal niet meer hoeven kijken naar ranglijsten – slechts naar wat hun opvalt bij spelers in de teams.

Tegenstelling

Interessante zienswijze. Maar hoe verhoudt zich dat tot wat tijdens het congres als het belangrijkste verbeterpunt in het Nederlandse opleidingstraject werd gezien: namelijk het stimuleren van winnaarsmentaliteit?

Als gisteren iets als collectief probleem werd gedefinieerd dan is het wel de (schijnbare?) tegenstelling tussen opleiden en presteren van Nederlandse talenten. Zoals technisch manager Jelle Goes van de KNVB zei: „Vasthouden aan de voetbalcultuur maar met meer aandacht voor winnaarsmentaliteit.” En Gerbrands sprak van „het dilemma tussen opleiden en winnen: opleiden betekent wat meer geduld hebben, winnen betekent een over-mijn-lijk-mentaliteit.”

Het KNVB-congres ‘De toekomst van het Nederlands voetbal’, georganiseerd naar aanleiding van het 125-jarig bestaan van de voetbalbond en met als aanleiding de staat van het clubvoetbal, was gistermiddag druk bezocht met ruim 150 mensen uit de voetbalwereld. Dat was bijzonder, na een aanloopperiode waarin vooral de afmeldingen van prominente voetbalmensen als Bert van Marwijk, Willem van Hanegem en Ruud Gullit de aandacht hadden getrokken.

En ook tijdens het – besloten – congres sprong voor de buitenwacht toch weer een randzaak in het oog: het voortijdig verlaten van de zaal door Guus Hiddink. Volgens directeur betaald voetbal Bert van Oostveen moet daar geen gebrek aan betrokkenheid van de bondscoach bij de toekomst van het Nederlands voetbal in gelezen worden. „Ik vind dat niet gek, hij had een andere afspraak”, aldus Van Oostveen. Hiddink, die de afgelopen dagen heeft laten weten „natuurlijk” aan te blijven als bondscoach, had volgens Goes zijn betrokkenheid vooral getoond in de voorbereiding.

De slotpresentatie – Cruijff en Hiddink waren toen reeds lang vertrokken – was in handen van Rasmus Ankersen, een Deense ‘prestatieantropoloog’ wiens boek Hunger in ParadiseHow te beat the hell out of complacency precies van toepassing is op de sociaal-economische omstandigheden in Nederland en het daarmee samenhangende tekort aan overlevingsdrang, het gebrek aan honger – naar succes in dit geval. Aldus technisch manager Goes. „Maar mentaliteit is een containerbegrip, hoe zet je dat weg? Welke eisen leggen we nu op?”

Zo werd het naar buiten toe toch nog een avond van de containerbegrippen, na een middag waarop volgens betrokkenen wel degelijk scherp gediscussieerd was. „Kretologie” is volgens inspanningsfysioloog Raymond Verheijen, deelnemer aan het congres op uitnodiging van Hiddink, onvermijdelijk en typerend voor de voetbalwereld. „Een hele goede vraag van [dagvoorzitter] Humberto Tan aan de zaal was: wat is mentaal? Kon niemand antwoord op geven. Maar als je problemen gaat definiëren vanuit containerbegrippen, krijg je containeroplossingen.”

‘Cruijff bepalend’

Verheijen viel de inbreng van Cruijff aan. „Ik vind dat iemand in zijn positie met betere analyses moet komen”, zegt hij vanochtend desgevraagd. Zijn ergernis werd onder meer gewekt doordat Cruijff de stelling dat Nederland een probleem heeft in de opleidingen staafde met de mindere prestaties van clubs in Europa. „Dat is het risico als je subjectiviteit als vertrekpunt neemt in plaats van de objectiviteit. Is het zo dat onze negentienjarigen nu minder zijn? Ik betwijfel dat. De KNVB had dat kader moeten schetsen, die objectiviteit moeten geven. Nu is wat Cruijff zegt bepalend voor de hele dag, zo invloedrijk als hij is.”

Jelle Goes formuleerde na afloop elf speerpunten, met de aantekening dat deze uit de discussie waren voortgekomen en dus niet per direct tot beleid zijn verheven. Bijvoorbeeld: meer aandacht voor kwaliteit van jeugdtrainers, trainerscursussen op maat maken voor oud-spelers, hogere eisen aan verdedigers stellen, competitievormen waarbij de besten tegen de besten spelen in de jeugd en een bewustere omgang met fysieke ontwikkeling van speler.

En nu? Verder praten in kleine kring, in stuurgroepen met specialisten, op korte termijn aan te vangen. Ofwel: „Kijken hoe we dit handen en voeten gaan geven”, zei Goes meermaals. En dan voorbij de kretologie.